Online extremisme en geweld leiden steeds vaker tot vernielingen en zelfs aanslagen en vormen een grote bedreiging voor de samenleving. Jongeren zijn daarbij vaak daders, maar ook slachtoffers.
Het debat over het al dan niet verbieden van internet en sociale media voor kinderen en jongeren laat zien welke uitdaging ouders voelen bij het internetgebruik van hun kind. Daarbij worden risico’s benoemd als te weinig beweging, bijziendheid en mentale problemen door sociale media druk. Maar één belangrijk online risico wordt niet benoemd: radicalisering door blootstelling aan extreem gewelddadige content binnen online groepen waarin terroristische inhoud, seksueel kindermisbruikmateriaal, dierenmishandeling en andere gewelddadigheden worden gedeeld.
In het op 17 juni gepubliceerde Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland waarschuwt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) voor de snelle radicalisering die zij zien bij jongeren als gevolg van dit online fenomeen, net als Europol en de AIVD recent deden. Dit fenomeen maakt van jongeren zowel daders als slachtoffers en er gaat serieuze bedreiging vanuit voor de samenleving. Doordat de groepen verschillende vormen van offline en online criminaliteit vermengen en gebruik maken van terroristische methodes, is de aanpak lastig. Alleen een gecoördineerde aanpak kan voorkomen dat dit fenomeen escaleert.
Over de auteur
Arda Gerkens is voorzitter van de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) pakt sinds begin 2024 online terroristisch materiaal aan en sinds kort ook online kinderpornografisch materiaal. Daar waar de opsporings- en inlichtingendiensten zich richten op de acute dreiging en het arresteren van daders, houdt de ATKM zich bezig met het schoonhouden van het internet van terroristisch en kinderpornografisch materiaal. Snelle verwijdering van dit materiaal voorkomt dat jongeren hiermee in aanraking komen en daardoor radicaliseren. In toenemende mate treft de autoriteit beide fenomenen aan in hybride online omgevingen waar diverse vormen van criminaliteit zich vermengen.
Vaak gaat het om cultachtige online groepen, die online platforms misbruiken om excessieve wreedheden te normaliseren. Deze groepen groeien snel, ze zijn onderling verbonden en delen extreme en gewelddadige content, waaronder materiaal met kinderpornografie, dierenmishandeling en onthoofdingen. Niet zelden is de content vermengd met extreemrechtse ideologie.
Sleutelfiguren in deze groepen zijn vooral oudere tieners en jonge mannen. Zij zoeken kwetsbare jongeren online op, winnen hun vertrouwen en ontfutselen naaktbeelden of persoonlijke informatie. Hiermee worden deze jongeren vervolgens afgeperst. Vaak gaat het om jongeren, soms maar acht jaar oud, die worstelen met hun seksuele identiteit, mentale gezondheid of sociale aansluiting. De jongeren worden gedwongen tot het maken van kinderpornografisch materiaal en beelden van zelfbeschadiging of (dieren)mishandeling. Soms worden zij zelfs aangezet tot zelfmoord.
De activiteiten van dergelijke groepen beperken zich niet tot de online omgeving. Jongeren die bij de groepen willen horen, moeten zich bewijzen en richten daarom offline vernielingen aan. Het online materiaal dat dit oplevert geeft hun status in de groepen waarin zij zich bevinden. Dit uit zich door vandalisme maar ook geweldplegingen zoals het neersteken van willekeurige voorbijgangers. Maar het doel van de groepen gaat verder. Het gaat erom met willekeurig geweld chaos te creëren, puur om de samenleving te ontregelen.
Wereldwijd meldden politie- en inlichtingendiensten het afgelopen jaar toenemende activiteit van deze groepen, waarbij zelfs sprake is van aanslagen en moorden. Inmiddels wordt dit fenomeen beschouwd als een serieuze bedreiging voor de nationale veiligheid. Ook in Nederland vormen deze groepen een bedreiging.
De aanpak van dit nieuwe fenomeen is niet vanzelfsprekend. De ATKM kan, met haar focus op terroristisch en kinderpornografisch materiaal, slechts een deel van het probleem aanpakken. In de groepen komen verschillende vormen van criminaliteit samen en ondanks het geweld is niet altijd sprake van terrorisme. Ook andere veiligheidspartners lopen hiertegen aan. Ze richten zich – online en offline – vooral op dat deel dat valt binnen hun taakgebied, zoals kinderpornografie, afpersing met naaktbeelden, cybercriminaliteit en terrorisme.
Een integrale aanpak, die aansluit op diverse verschijningsvormen waarmee de problematiek zich manifesteert, ontbreekt. Hierdoor worden belangrijke signalen gemist. Wat niet helpt zijn onbekendheid en schaamte bij de slachtoffers. Zij zoeken geen hulp en komen steeds verder in de problemen. Dit zorgt er ook voor dat ouders en opvoeders niet op de hoogte zijn van de gevaren.
Gelet op de ernst van de nieuwe dreiging is snelle actie nodig. De ATKM roept daarom alle partners in het veiligheids- en jeugddomein op tot een gecoördineerde aanpak. Ook de socialemediabedrijven moeten worden betrokken. De radicalisering vindt immers op hun platforms plaats. Wanneer we de handen ineenslaan en signalen delen kunnen we escalatie voorkomen, jongeren beschermen en aanslagen voor zijn.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant