Palestijnse dorpen in Israël In veel Palestijnse dorpen en steden in Israël zijn nauwelijks schuilkelders. De bevolking hier is kwetsbaar voor Iraanse inslagen nu dat land terugslaat naar Israël. „Een raket maakt geen onderscheid tussen Joden en Arabieren, de politiek doet dat wel.”
Leden van de familie Khatib inspecteren dinsdag de staat van hun huis na de Iraanse raketaanval.
Ondanks de verwoesting is nog steeds te zien hoe mooi het huis, gebouwd in oude Arabische bouwstijl, moet zijn geweest. Nu ligt de veranda vol puin, de tweede verdieping is ingestort, en alle ramen zijn verdwenen. Aan de zijkant steken muren uit van wat ‘veilige kamers’ hadden moeten zijn.
Hier woonde de familie Khatib: vader, moeder en drie dochters, die net waren teruggekeerd van een vakantie in Italië. Het was zaterdagavond rond 23.30 uur toen een Iraanse raket insloeg, direct op hun huis in Tamra, een Palestijns dorp van circa 37.000 inwoners in het noorden van Israël, dicht bij Haifa.
Manar Khatib (45, docente), dochter Shada (20, rechtenstudent) en Hala (13, middelbare scholier) waren op slag dood. Na het luchtalarm waren ze naar de veilige kamer – die bestaat uit versterkte muren – op de tweede verdieping gevlucht. Een familielid bevond zich in de andere veilige kamer, een verdieping lager, en werd eveneens gedood. Vader Raja (advocaat), die buitenshuis was, en de middelste dochter Razan (17), overleefden de inslag.
De raketaanval heeft een ravage achtergelaten in de kamers van het huis.
In veel Palestijnse dorpen en steden in Israël zijn, in tegenstelling tot elders in het land, nauwelijks publieke schuilkelders. Nu Iran de tegenaanval heeft ingezet op Israël is de Palestijnse bevolking opnieuw extra kwetsbaar voor inslagen. In Israël zijn ‘veilige kamers’ van gewapend beton verplicht in nieuwe gebouwen sinds de jaren negentig. Ze bieden doorgaans minder bescherming dan publieke schuilkelders, maar zijn sneller bereikbaar. Maar er zijn te weinig ‘veilige kamers’ van gewapend beton voor Palestijnen.
In de straat van het getroffen huis van de Khatibs is door de kracht van de explosie geen woning met ramen meer over. Vanuit de huizen kijken inwoners door open gaten naar buiten. Ook de woning van Muhid Yassin (63), een gepensioneerde sportleraar, en zijn vrouw Suad (61), die een website runt voor jonge moeders, is zwaar beschadigd. Waar op hun oprit enkele dagen geleden nog plantenbakken stonden, liggen nu scherven en staat een verwoeste auto. Ze woonden naast de Khatibs.
Muhid en Suad vluchtten zaterdagavond na het luchtalarm de veilige kamer van hun huis in. „Door het harde geluid en een hevig schudden begrepen we meteen dat er iets aan de hand was. Eerst dachten we nog dat een raket ons huis had geraakt.” Eenmaal buiten ontdekten ze wat er met hun buren gebeurd was. Muhid: „Het is een ramp. We waren meer dan buren. We woonden hier al twintig jaar naast elkaar.”
Muhammad Abulhija (44), die verderop in de straat woont, was aan het bidden in de moskee achter het huis van de familie Khatib, toen de raket insloeg. Hij kreeg puin en glasscherven over zich heen en moest naar het ziekenhuis, maar kon al snel weer naar huis. „Op straat lagen lichaamsdelen door de explosie, het was onvoorstelbaar. Ze waren als familie voor ons. Een hele respectabele en hoogopgeleide familie.”
Een gezicht op de buitenkant van het huis van de familie Khatib. De schade is duidelijk te zien: alle ruiten zijn weggeblazen, en veel kamers staan op instorten.
De waarnemend burgemeester van Tamra, Abdulrahim Abuhija, staat tussen buren en vrijwilligers voor het huis van de Khatibs. Hij wijst op de uitstekende muren van de veilige kamers. Deze kamers, legt hij uit, bieden veel minder bescherming dan ondergrondse publieke schuilkelders, waarover veel buurten en gebouwen elders in Israël beschikken.
Maar in Tamra is er niet één zo’n publieke schuilkelder. Ter contrast: in het nabijgelegen Joodse dorp Mitzpe Aviv met ruim 1.100 inwoners zijn er dertien. Abulhija schat dat slechts veertig procent van de huizen in Tamra een veilige kamer heeft. Een voorwaarde daarvoor is dat een huis met een bouwvergunning is gebouwd, maar die worden zelden toegekend aan Palestijnen. De gemeente heeft enkele scholen in Tamra nu ingericht als alternatieve schuilplaatsen voor inwoners.
Op sociale media en op nieuwszenders in Israël ging de afgelopen dagen een filmpje rond – waarvan de bron en locatie van de video door NRC niet kon worden geverifieerd. Daarop is te zien hoe inwoners van Mitzpe Aviv de raketten richting Tamra toejuichen, met het lied „moge je dorp branden”.
„De Arabische gemeenschap heeft sterk te lijden onder de afwezigheid van publieke schuilkelders”, zegt waarnemend burgemeester Abulhija. „Dit is nog een straat met goede huizen. Als de raket op een andere plek was ingeslagen, was de schade nog veel groter geweest. Als er hier in Tamra een raket inslaat, is het in Gods handen.”
Familieleden rouwen om de dood van verschillende leden van de familie Khatib.
Drie dagen na de inslag is het dorp nog altijd diep in de rouw. Op de begraafplaats, op een heuvel die over het dorp uitkijkt, hebben inwoners zich massaal verzameld voor het afscheid en het gebed. De in het zwart geklede klasgenoten van de gedode Hala (13) dragen gekleurde bloemenkransen, terwijl de stoet met kisten langzaam aan hen voorbijtrekt.
De afgelopen dagen hebben diverse Israëlische politici het dorp bezocht om hun steun te betuigen, waaronder Benny Gantz, voormalig lid van het oorlogskabinet, Yariv Levin, de minister van Justitie, en Moshe Arbel, de minister van Binnenlandse Zaken.
Waarnemend burgemeester Abulhija is sceptisch: „Ze grijpen de gelegenheid aan om hun betrokkenheid en inzet te laten zien. Maar ik wou dat ze ons werkelijk zouden helpen. Wie is er verantwoordelijk voor deze omstandigheden? Al sinds de Libanon-oorlog van 2006 had iemand zich moeten inzetten voor schuilkelders.”
Vrouwen huilen om het verlies van familieleden en geliefden in Tamra.
De kist van een van de familieleden wordt door de straten van Tamra gedragen.
De kwetsbaarheid van Palestijnse dorpen in het noorden van Israël bleek eerder tijdens de oorlog tussen Israël en Hezbollah sinds oktober 2023. Hoewel zij twintig procent van de bevolking uitmaken, was 58 procent van de slachtoffers Palestijns, zo berekende de NGO Sikkuy Aufoq in november 2024.
„Een raket maakt geen onderscheid tussen Joden en Arabieren, de politiek doet dat wel. In Afula en Kiryat Shmona zijn schuilkelders, maar in Nazareth en Tamra niet”, zegt Iman Khatib-Yassin. Ze is lid van de Knesset, het Israëlische parlement, voor de Verenigde Arabische Lijst, en staat eveneens voor het verwoeste huis van de Khatibs.
„Gisteren nam de regering het besluit om publieke schuilkelders uit te breiden, maar alleen voor Joodse gemeenschappen. De Arabische gemeenschap maakt twintig procent van de bevolking uit. Er moet een politieke verandering komen, en er zou in iedere wijk een publieke schuilkelder moeten komen.”
Er is nog een reden voor de kwetsbaarheid van Tamra: volgens Knesset-lid Iman Khatib wordt dit dorp, net als andere Palestijnse dorpen, door het Israëlische leger beschouwd als ‘open gebied’, waar raketten door de luchtafweer Iron Dome worden onderschept, en neervallen.
De afwezigheid van schuilkelders in Palestijnse dorpen staat niet op zichzelf, maar is een voorbeeld van de structurele achterstelling en discriminatie van de Palestijnse bevolking in Israël, benadrukt Khatib-Yassin. Mensenrechtenorganisaties als B’Tselem en Human Rights Watch spreken van een situatie van apartheid, niet alleen in de bezette gebieden, maar ook in Israël zelf.
„Dit beleid gaat tientallen jaren terug, maar is onder deze fascistische en racistische regering versterkt”, zegt Khatib-Yassin. „De Arabische bevolking wordt verwaarloosd, op het gebied van gezondheidszorg, de economie, en het onderwijs. We worden niet erkend door de regering. Voor hen is ons bloed goedkoop.”
Graven worden gedolven in Tamra.
Source: NRC