Een groep dure medicijnen voor bepaalde behandelingen van borstkanker en eierstokkanker gaat per direct uit het basispakket. Het Zorginstituut heeft besloten dat zorgverzekeraars ze vanaf vandaag voor nieuwe patiënten niet meer mogen vergoeden vanuit de zorgverzekering.
is zorgverslaggever van de Volkskrant.
Het is voor het eerst dat er zoveel medicijnen tegelijk voor honderden patiënten niet meer beschikbaar zijn. Oncologen en patiëntenverenigingen zijn bezorgd over het besluit.
Het gaat om zogeheten Parp-remmers, middelen die voorkomen dat beschadigde tumorcellen zichzelf repareren. Op deze manier sterven de tumorcellen af. Sinds 2017 zijn de medicijnen voor verschillende vormen van kanker op de markt.
Eerst waren zij alleen bedoeld voor patiënten met een specifieke DNA-fout, een BRCA-mutatie. Tot onderzoek van de farmaceuten leek aan te tonen dat zij ook voor patiënten zonder die mutatie effectief waren: het duurde ook bij hen langer voordat de tumor terugkwam.
Maar dat hoeft niet te betekenen dat die patiënten uiteindelijk ook langer leven, zegt Lonneke Timmers van het Zorginstituut, de organisatie die adviseert en besluit over de samenstelling van het basispakket. ‘Toen de middelen op de markt kwamen, moesten wij een beslissing nemen op basis van incomplete data. Omdat de medicijnen zo veelbelovend leken, wilden we de patiënten de behandeling niet onthouden.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Nu er nieuwe studies zijn verschenen die aantonen hoelang patiënten nog leefden dankzij deze medicijnen, concludeert het Zorginstituut dat er geen verschil is met de levensverwachting van andere behandelingen. Terwijl de Parp-remmers wel heel duur zijn (tienduizenden euro’s per patiënt) en patiënten last hebben van bijwerkingen. Timmers: ‘Daarom voldoen de medicijnen niet aan de stand van wetenschap en praktijk’, en stopt de vergoeding onmiddellijk.
Patiënten die al in een behandeltraject zitten, mogen dat wel in overleg met hun arts afmaken. Voor patiënten met een BCRA-mutatie blijft het medicijn wel beschikbaar.
Het Zorginstituut mag dat in dit geval eigenhandig beslissen, er is geen handtekening van de minister meer voor nodig. De herbeoordeling komt voort uit de afspraken tussen alle zorgpartijen in het Integraal Zorgakkoord om bij dure medicijnen te controleren of zij in de praktijk wel waarmaken wat ze uit de onderzoeken van de farmaceut lijken te beloven.
Dat principe ondersteunen wij van harte, zegt An Reyners, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO), maar over deze beslissing is zij ‘bezorgd’. Methodologisch is er namelijk nog wel wat op aan te merken, vindt ze.
Zo is in veel studies sprake van ‘cross-over’; uiteindelijk kregen ook veel patiënten in de controlegroep alsnog Parp-remmers, waardoor mogelijk het verschil in overleving tussen beide groepen patiënten kleiner werd of verdween. ‘Er blijft een groep patiënten die wel degelijk mogelijk baat heeft bij deze medicijnen, maar dat zullen we nu niet te weten komen. Onze vrees is dat we het kind met het badwater weggooien.’
Ook de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntorganisaties (NFK) is kritisch. Volgens de organisatie staart het Zorginstituut zich blind op de overlevingsduur, maar vergeet het daarbij dat patiënten de kwaliteit van leven nog belangrijker vinden. ‘Wat telt voor patiënten moet leidend zijn, en dat zijn dus niet alleen overlevingsdata, maar ook wat een behandeling doet voor iemands dagelijks leven.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant