Israël en Iran bestoken elkaar al dagenlang met aanvallen. Nederlanders ter plaatse delen hun ervaringen. "Het volk is het enige slachtoffer", zegt Mohammad* vanuit Iran. "Hier, en in Israël."
Als Mohammad (42) in de nacht van donderdag op vrijdag terugkomt in zijn hotel in het noorden van Teheran, hoort hij een harde knal. "Wat is dat voor vuurwerk?", denkt hij dan nog. "Het na-effect is zo lang." Dan belt de vriendin die hij net daarvoor thuis heeft afgezet. "We worden aangevallen."
Tijdens het gesprek met NU.nl wil Mohammad overschakelen naar videobellen, omdat er aanvallen zijn. Maar het internet laat dat niet toe. Hij blijft inmiddels rustig onder het gerommel, maar na de eerste aanval stond hij nog een uur in shock voor zijn raam, vertelt hij. "Wij zijn dit soort taferelen niet gewend in Nederland."
Op maandag, de dag dat de Iraanse staatstelevisie werd getroffen, stond Mohammad met anderen op een berg. Ze waren een uur daarvoor via de media opgeroepen om hun wijk te verlaten. "We zagen de rook", zegt hij. De aanval vond plaats tijdens een live-uitzending, zoals in onderstaande video te zien is.
"De stad wordt kapotgemaakt door twee partijen waar wij geen respect voor hebben." Zo omschrijft hij het gevoel van de Iraniërs in Teheran. De mensen lijden al jaren onder het regime en internationale sancties. "En dan komt dit er nog bij."
In het noorden van Teheran zijn de meeste winkels dicht. Veel mensen zijn naar het noorden van het land gevlucht. "Richting de Kaspische Zee." Daar zijn weinig militaire bases, waardoor het veiliger lijkt. De straten in de stad zijn leeg, maar bij de tankstations staan rijen van 4 tot 5 kilometer lang, zegt Mohammad. "'s Middags is de benzine op."
Mohammad kwam als kind naar Nederland en is voor het eerst terug in Iran. Hij reist al een paar maanden door het land. Zijn kinderen van zeven en negen vragen hem wanneer hij terugkomt naar Nederland. Maar hij heeft het gevoel dat hij na al zijn goede ervaringen niet zomaar weg kan. "Ik kan niet vandaag zeggen: 'Ik heb een Nederlands paspoort, doei hè'."
Shirin* (29) zit naast Mohammad terwijl NU.nl hem telefonisch spreekt. Zij is de vriendin die hij vrijdagnacht thuisbracht. "Als jonge Iraniër voel ik in plaats van angst eigenlijk vooral woede, omdat onze regering deze situatie voor ons veroorzaakt heeft."
Shirin werkt voor een particuliere arts met een praktijk in een hoog gebouw. De werknemers waren bang voor Israëlische aanvallen en veel patiënten zijn de stad uit. Daarom is de praktijk nu tijdelijk dicht.
Op straat vallen haar de angst, het verdriet en de chaos op. "Er is geen crisismanagement." Volgens Mohammad is er nu al gebrek aan voedsel in het noorden, waar mensen heen vluchten. "Er zijn zoveel intelligente mensen in dit land, maar niemand zit op de juiste plek. Alles draait om connecties."
De Nederlandse Joanne Nihom woont in het noorden van Israël, vlak bij de grens met Libanon. Al sinds 7 oktober 2023 zijn daar beschietingen over en weer tussen Hezbollah en het Israëlische leger. "Ik ben eigenlijk nooit bang geweest, maar nu ben ik het af en toe wel", zegt Nihom. "Het is grootser."
Bij een Iraanse aanval ontvangen alle Israëliërs een melding. Daarna wordt pas duidelijk waar de aanval precies op gericht is. "Je bent er dus steeds mee bezig." De scholen zijn dicht en de meeste mensen werken thuis. Het wordt aangeraden om in de buurt van een schuilkelder te blijven.
Nihom kan buiten in een openbare schuilkelder terecht, maar zij gaat liever naar een goede vriend van haar. "Omdat je anders blijft hollen", zegt ze. "Vannacht gebeurde het geloof ik vier keer." De bombardementen vinden vooral 's nachts plaats. Maandag overdag was het rustig. "Toen heb ik gewoon zitten werken." Tijdens het gesprek met NU.nl op dinsdag zit ze in haar eigen huis. Er klinkt een pling: het alarm. Nihom hangt snel op. Even later belt ze terug vanuit het huis van haar vriend: "Zo gaat het dus."
"De afgelopen dagen behoren tot de beangstigendste uit mijn leven", zegt de Nederlander Tal Kehati (24). Hij woont met zijn kat Jester in een appartement in Tel Aviv.
Tijdens de eerste nacht van de oorlog kwamen twee ballistische raketten vlak bij zijn huis neer. Door de impact beefde het hele gebouw. "Stof dwarrelde uit het plafond en er volgde een heftige drukgolf", herinnert Kehati zich. "De knal was zo allesverslindend dat het leek alsof de lucht uit mijn longen werd gerukt. Mijn oren suisden uren later nog."
Kehati kan schuilen in een halfopen parkeergarage, zes verdiepingen lager. "Het voelt daar verre van veilig, maar het is alles wat we hebben." Kehati is nu bijna continu in het hotel waar hij werkt. Zijn kat logeert bij zijn grootouders.
In het hotel staat Kehati gestrande reizigers bij en is hij zelf ook veiliger. Overdag probeert hij een uur of twee te slapen. 's Nachts tijdens bombardementen zit hij met gasten in de schuilkamer en kalmeert hij mensen die dat nodig hebben. Een slokje water, ademhalingsoefeningen. Wat helpt, verschilt per persoon, zegt hij. "Het grootste deel van de tijd helpt het om te praten over andere dingen." Kehati vindt het fijn om andere mensen te helpen. "Dan heb ik zelf minder last van de angst", zegt hij. "In de dagen dat ik alleen thuis was, was ik alleen maar bezig met wanneer het volgende bombardement zou komen."
Kehati benadrukt dat hij Iraniërs niet als vijand ziet. "Zij zijn mensen, net als wij. Slachtoffers van beslissingen waar ze geen invloed op hebben. De vijandschap is politiek, niet persoonlijk. Als gewone mensen hebben we meer overeenkomsten dan verschillen."
*Mohammad en Shirin zijn niet de echte namen van de geïnterviewden. We hebben op hun verzoek andere namen gebruikt. De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Source: Nu.nl algemeen