Home

De Navo-norm van 5 procent is een papieren werkelijkheid, het is raadzaam om deze ook zo te zien

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

De defensieuitgaven moeten inderdaad omhoog, maar de begrotingen moeten flexibel genoeg zijn om de koers later weer bij te sturen.

Met de toezegging om 5 procent van het bruto nationaal product aan defensie te gaan besteden, schaart Nederland zich onder de Europese lidstaten van de Navo die een grote inhaalslag willen maken om het oude continent te kunnen verdedigen. Dat percentage is echter in de eerste plaats een diplomatiek kunststukje van Mark Rutte, de secretaris-generaal van de Navo.

Het was de Amerikaanse president Donald Trump die de eis van 5 procent op tafel legde, nog voor zijn inauguratie in januari. Al sinds zijn eerste termijn klaagt hij terecht dat de Europese landen te weinig besteden aan hun eigen verdediging, en dat ze profiteren van de Amerikaanse militaire macht. Maar 5 procent is een doel dat bijna geen land ter wereld haalt – ook de Verenigde Staten niet, die op 3,4 procent blijven steken.

De oplossing die Rutte heeft gevonden is dat hij het percentage heeft opgeknipt in 3,5 procent harde defensieuitgaven plus 1,5 procent aan bredere investeringen in veiligheid. Daaronder vallen bijvoorbeeld cyberscurity en versterking van bruggen en snelwegen om de tanks te kunnen dragen die straks naar het front moeten worden vervoerd.

Die tweede categorie is expres vaag gehouden, zodat de lidstaten daar iets makkelijker ruimte voor kunnen vinden in hun begroting. Regulier onderhoud kan er met enig creatief boekhouden ook onder worden geschaard.

Zo heeft Rutte de top gered: Trump zou niet komen als deze toezeggingen niet waren gedaan.

Maar het is dan ook raadzaam om de afspraak te blijven zien als een symbolische handreiking, en die niet in wettelijk beton te gieten. Er zullen enorme offers nodig zijn om zelfs de 3,5 procent te halen. Meer defensie zal, bij gelijkblijvende begrotingsdiscipline, ten koste gaan van sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur, zelfs als tegelijk ook de belastinginkomsten kunnen worden verhoogd. De afwegingen die bij elk budget worden gemaakt, zullen ook in de toekomst gemaakt moeten worden.

Daarbij is het goed om van de Europese militaire behoeften uit te gaan. Europa heeft meer luchtafweer nodig, een sterkere luchtmacht, meer observatie- en communicatiesatellieten, meer drones, meer munitie. Dat vergt inderdaad enorme investeringen. Meest acuut is de steun aan Oekraïne, de poortwachter van Europa die al drie jaar grote offers brengt om de Russen van zich af te houden. Die steun kan niet genereus genoeg zijn.

(Daarbij is het een gotspe dat president Volodymyr Zelensky volgende week tijdens de Navo-top in Den Haag slechts welkom is op het diner. Oekraïne is weliswaar geen Navo-lid, maar fungeert op tragische wijze als het oorlogslaboratorium waarop de Navo haar nieuwe behoeften baseert. Zelensky verdient als ervaringsdeskundige meer dan een plaats aan de eettafel.)

Maar wanneer de inhaalrace is voltooid, of de dreiging verandert, moeten de Europese defensie en de Europese defensiebegrotingen flexibel genoeg zijn om de koers bij te sturen.

Want net zoals Nederland en Europa jarenlang veel te weinig aan defensie hebben uitgegeven, er naïef van uitgaande dat de actuele situatie de blijvende situatie zou zijn, zo kan een land (op enig moment) ook weer te veel uitgeven aan defensie, ervan uitgaande dat de actuele situatie de blijvende zal zijn. Dat het Mark Rutte is die in beide perioden aan het roer staat, al is het in andere rollen, is niet alleen ironisch, maar mag ook als waarschuwing gelden: de tijden zullen veranderen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next