is columnist voor de Volkskrant.
Kort geleden kreeg ik een e-mail van twee historici, Mark Bergsma en Agnes Cremers. Ze schreven dat ze een boek over verzetsvrouwen hadden geschreven, en tijdens hun onderzoek mijn oma van vaderskant waren tegengekomen.
Het zegt veel over de positie van de vrouw in het verzet dat ik altijd alleen wist dat mijn opa verzetsman was geweest. De rol van mijn oma, daar dacht ik niet over na. Bergsma en Cremers stuurden me een formulier van een Nederlands onderzoek over de verzetstijd dat mijn oma zelf had ingevuld. (‘Beroep: onderwijzeres – huisvrouw’.)
‘Wanneer bent u begonnen met uw verzetswerk?’, was een vraag. ‘Zodra we iets konden bedenken’, was mijn oma’s antwoord. Ik herkende daarin iets nuchters wat ik me van mijn oma, die ik niet vaak zag, herinnerde. Ze verspreidde valse persoonsbewijzen voor Joodse mensen en had onderduikers in huis.
‘Ik fietste dan met een tasje aan m’n stuur met vele kaarten’, schrijft ze. ‘Die werden dan thuis verstopt onder de traploper – later in een leeg havermoutdoosje in de keukenkast.’
Even genoeg over mijn oma, en wat meer over de verzetsvrouwen uit het boek Verzetsvrouwen, een onderbelichte geschiedenis. Waarom kennen we in Nederland alleen Hannie Schaft? Verschillende redenen, schrijven Bergsma en Cremers. Bijvoorbeeld: omdat Lou de Jong, die het veertiendelige oerwerk over de oorlog schreef dat iedereen vroeger in zijn kast had staan, ‘als man van zijn tijd’ weinig oog had voor de rol van vrouwen. En: omdat het belangrijke werk dat de vrouwen deden, als ondersteunend werd gezien wanneer ze niet, zoals Hannie Schaft, ook aanslagen pleegden. En omdat mannen zich na de oorlog vaker een hoofdrol toe-eigenden.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een van de mooie verhalen in het boek is dat van Aat Breur-Hibma, kunstenares. In de oorlog gingen zij en haar man bij het verzet. Breur-Hibma kon, doordat ze zo goed tekende, stempels en vingerafdrukken vervalsen.
Ze werd opgepakt en belandde in Ravensbrück, het grootste vrouwenconcentratiekamp. Ze kreeg als taak om tekeningen te maken, bijvoorbeeld geboortekaartjes van kinderen van SS’ers. Maar Breur-Hibma stal papier en maakte boekjes voor andere gevangenen, of tekende moeders met baby’s van wie iedereen wist dat ze het kamp niet zouden overleven. Een paar van die tekeningen staan in het boek.
Een prachtige passage vind ik die waarin Breur-Hibma met andere vrouwen in het kamp droomt over wat ze zullen doen als de oorlog voorbij is. ‘Heel lang slapen in een bed bijvoorbeeld, of sparen voor een boerderijtje.’ Een van de verzetsvrouwen, communiste Coba Veltman, had een ander plan: ‘Een weekend uitslapen en daarna klaarstaan voor de partij.’
Ik heb even getwijfeld of ik mijn eigen oma zou noemen als de aanleiding voor dit stukje. Maar ze heeft het verdiend. Net als al die andere vrouwen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant