Welke opvoedregels over schermtijd en sociale media hebben zin? Onderzoekers Ina Koning en Helen Vossen adviseerden de demissionair staatssecretaris bij het opstellen van een richtlijn die vandaag is verschenen. ‘Zo’n leeftijdsgrens komt daadkrachtig over, maar doet geen recht aan de werkelijkheid.’
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.
Halverwege het gesprek pakt Ina Koning er een foto bij. ‘Nu zijn de kinderen groot, maar dit hing tot voor kort bij ons boven de bank.’ Op de foto staat een vel papier met schermregels. In kleurige kinderletters: de telefoon blijft beneden. En: alleen normale foto’s maken die iedereen mag zien.
Deze regels bedacht de onderzoeker (Vrije Universiteit) samen met haar kinderen op het moment dat zij hun eerste telefoon kregen. Het is wat zij en collega Helen Vossen (Universiteit Utrecht) alle ouders van grotere kinderen zouden aanraden: maak samen regels.
Vossen: ‘Tieners hebben behoefte aan autonomie.’ Koning: ‘En op deze manier heb je meteen een gesprek over wat je eigenlijk een normale omgang met schermen vindt.’
Zeggen pubers dan niet: doe mij maar helemaal geen regels?
Koning: ‘Mijn kinderen waren bijna te streng voor zichzelf. Een kwartier schermtijd per dag, zeiden ze. De meeste kinderen weten heel goed dat te veel schermtijd niet goed voor ze is. Ze hebben hun ouders wel nodig om daar goed mee om te gaan.’
Hoe ouders dat kunnen aanpakken, valt te lezen in het rapport met wetenschappelijk onderbouwde adviezen over schermtijd voor kinderen van 0 tot 16 jaar, dat vanmiddag naar de Tweede Kamer is gestuurd.
• Eerste smartphone: vanaf groep 8
• Beginnen met WhatsApp en Signal: vanaf de middelbare school (circa 12 jaar)
• Vanaf 15 jaar: beginnen met sociale media (zoals Snapchat, Instagram en TikTok)
Schermtijden
0-2 jaar: geen schermen
2-4 jaar: max. 30 minuten per dag
4-8 jaar: max. 1 uur per dag
8-10 jaar: max. 1,5 uur per dag
10-12 jaar: max. 2 uur per dag
Vanaf 12 jaar: max. 3 uur per dag
Koning en Vossen, die samen al jaren onderzoek doen naar de impact van sociale media op opgroeiende kinderen, schreven het rapport op verzoek van demissionair staatssecretaris Vincent Karremans (Jeugd Preventie en Sport, VVD). Vanmiddag presenteerde hij op basis daarvan zijn eigen richtlijnen. Die stelliger zijn dan de adviezen.
Hoe belangrijk is het dat die richtlijnen er nu zijn?
Vossen: ‘Er is grote behoefte aan duidelijkheid bij ouders. Daarom hebben we ook concrete adviezen en schermtijden opgenomen in ons rapport. Maar als wetenschappers vinden wij het vooral belangrijk dat er meer bewustzijn komt over wat werkt en wat niet.
‘Wij zien bijvoorbeeld in ons onderzoek dat regels over de omgang met schermen tot 13 jaar goed werken en kinderen beschermen. Vanaf 13 zijn regels minder effectief en vanaf 16 roepen ze zelfs weerstand op bij kinderen. Ze werken ongewenst gedrag juist in de hand.
‘Wat we ook zien is dat kinderen vaak toch al niet naar hun ouders stappen als ze online iets vervelends meemaken. Ze zijn bang voor straf. In gezinnen met strenge regels doen kinderen dat nog minder.’
Toch zegt de staatssecretaris op basis van jullie rapport: geen sociale media tot 15 jaar.
Koning: ‘Het is een politieke keuze om het zo stellig te brengen. Maar het is in lijn met wat wij ook zeggen. Wij raden aan om kinderen vanaf 13 te laten beginnen met wat wij platforms voor sociale interactie noemen. Dat zijn apps zoals Whatsapp die je gebruikt voor directe interactie. Het zijn apps die niet gestuurd worden door een automatisch algoritme, er zitten bijna geen verslavende elementen in.
‘Dat is heel anders dan bij TikTok. Daar kom je makkelijker in contact met onbekenden die ook veel van jou kunnen zien. Plus: die verslavende algoritmes. Daarom is het beter om daar later mee te beginnen.’
Hoe gaan kinderen om met hun telefoon? Dat vertellen ze nu eens zelf. ‘Het is heel erg vies, ik kan niet geloven dat ik het heb gezien.’
Lees in ons dossier alles over het toenemende gebruik van mobieltjes onder kinderen.
Hij adviseert ook: geef die eerste telefoon pas in groep 8. Volgens jullie is daar geen wetenschappelijke onderbouwing voor. Hoe zit dat?
Vossen: ‘Zo’n leeftijdsgrens komt daadkrachtig over, maar doet geen recht aan de werkelijkheid. Als je kijkt naar onderzoek, dan wijst alles erop dat dit niet gaat helpen. Je ontneemt kinderen de mogelijkheid om rustig, vanuit een veilige setting, te oefenen met een telefoon en te werken aan hun digitale weerbaarheid.
Koning: ‘Het is vooral een oplossing die bedoeld is om de zorgen van ouders weg te nemen. Ondertussen leidt het af van het echte probleem. De techplatformen die zulke verslavende apps maken, díe moeten aangepakt worden.’
De meest opvallende adviezen die jullie geven zijn gericht op ouders. Die moeten zich aan hun eigen regels houden, stellen jullie bijvoorbeeld.
Vossen: ‘Dat viel ons echt op: het gaat veel te weinig over het schermgebruik van ouders.’
Koning: ‘Terwijl, we weten al heel lang: kinderen nemen het gedrag van ouders over.’
Vossen: ‘Als jij als ouder elk vrij moment meteen naar je telefoon grijpt, gaan je kinderen dat later ook doen. In ons eigen onderzoek zagen we dat als ouders vaak op hun telefoon zitten tijdens contactmomenten met hun kind, de kans ook groter is dat hun kinderen verslaafd raken aan sociale media. Ze gaan die aandacht ergens anders zoeken.’
Wat moeten ouders wel doen?
Koning: ‘Toon interesse in wat je kinderen doen op hun telefoon. Welke filmpjes kijken ze, welke spelletjes spelen ze? Kinderen willen dat graag delen. En dan kun je het meteen over grenzen hebben.’
Gezellig meekijken en tegelijk duidelijke regels handhaven: dat klinkt lastig.
Vossen: ‘Dat is het ook. Niet elke ouder is daartoe in staat. Daarom willen we ouders handvatten geven. Hoe voer je het gesprek? Dat moet allemaal nog uitgewerkt worden, samen met maatschappelijke instanties als de GGD. Ons rapport is pas het begin.’
Koning: ‘Tegelijkertijd willen we benadrukken: dit is niet alleen de verantwoordelijkheid van ouders. Sommige apps zijn zo verslavend, het is bijna onmogelijk om kinderen daarvan af te houden. De overheid moet dat veel harder aanpakken.’
Vossen: ‘Zorg in elk geval dat die verslavende elementen aan banden worden gelegd en dat er een effectieve leeftijdsverificatie komt, zodat kinderen niet meer met het grootste gemak leeftijdsrestricties kunnen omzeilen van bijvoorbeeld TikTok of Snapchat.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant