Fotograaf Erik Smits volgt één specifieke huurstatafel, die allerlei mensen, culturen en rituelen met elkaar verbindt. Deze keer: Vinkeveense Opduwerdag.
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Wat: Vinkeveense Opduwerdag.
Waar: Richard’s Groen- en Waterwerken, Vinkeveen.
Tussen boten die lang geleden gedoopt zijn als Harmonie, Avontuur, Jan, Joke en Goed zat staat een man met een vissershoed, lichte ogen en een gezellige lach. Het is Koos Zwarts (61), een van de drijvende krachten achter de Vinkeveense Opduwerdag. ‘Welkom op Vinkeveen’, roept hij met een grijns. ‘Gekkenhuis hiero!’
Om hem heen: bootgekken, maar rouwdouwerige bootgekken, niet de strohoed-linnenbroektypes die je hier in de omgeving óók veel ziet. De Vinkeveense Opduwerdag is ontstaan uit een lolletje, komt Koos vertellen. Dit is de eerste editie sinds corona – toen is de klad er een beetje in gekomen.
Iedereen hier heeft een opduwer, of heeft wat met opduwers; duw- en sleepbootjes met een motor die in de eerste helft van de vorige eeuw achter schepen zonder motor werden vastgemaakt om ze voort te duwen. Inmiddels zijn het liefhebbersdingen van geklonken ijzer, die stuk voor stuk een handige eigenaar vereisen.
Op het terrein van Richard’s Groen- en Waterwerken is de onafgesproken dresscode deze zaterdagmiddag ruwe bolster, blanke pit: vooral zwart, stevige schoenen of klompen, een leren hesje of iets van spijkerstof, cowboyhoed, praten met een sjekkie tussen de lippen. Ook de statafel doet mee en hoeft vandaag geen rok aan.
Een ‘zeer gastvrij stukkie volk’ is dit, volgens Koos. ‘We drinken allemaal graag een biertje, dus we zijn niet zeikerig. En als er al iets te zeuren valt, dan lossen we het gelijk op. Punt.’
Hij showt zijn boot. ‘Die lange daar, dat is mijn spelebootje, 102 jaar oud. Daar kan ik lekker mee raggen.’ Wijzend naar een ander exemplaar: ‘En dat is ons lieffie.’ Van mede-organisator Sander van Dijk (53) liggen er ook drie opduwers aan de loswal, en hij heeft nog een paar boten in de schuur. ‘Het is een ziekte, hè. En ik denk niet dat het overgaat.’
Toeschouwers trekken hun T-shirts uit, want het is warm, en nou en. Niemand die zich aan de intense dieseldamp lijkt te storen.
‘Als je vijftien jaar geleden met deze bootjes door Amsterdam voer, stond iedereen op de brug naar je te zwaaien’, zegt Koos. ‘Weet je hoe ze nu staan?’ Hij trekt zijn shirt over z’n neus en mond. ‘Het draagvlak voor dit soort dingen wordt kleiner. Ik heb daar een hekel aan. Je moet iedereen in z’n waarde laten. Zit nou niet te zeiken! Dit hoort bij de Nederlandse historie, net als de mannen met hun Kreidlers en hun Zündappies.’
Bij Vereniging de Motorsleepboot is hij een van de jongste leden. Om lid te worden van zo’n vereniging moet je aan bepaalde eisen voldoen, legt hij uit. ‘Nou, daar gaan we weer: daar heb ik een hekel aan. Ik vind het juist leuk als we de jeugd erbij kunnen betrekken, maar dit soort boten zijn tegenwoordig niet meer te betalen. Voor een beetje bootje moet je tussen de 10- en 20 duizend euro rekenen.’
Hij ziet vaak jochies van 12, 13 jaar klooien aan een roeibootje met een motor. Die moet je aan je binden, vindt Koos, en dat doe je niet met strenge regels die uitmaken welke boot wel en welke boot niet. ‘Ik heb voor een jeugdlidmaatschap gestreden bij de VDSM. Jongens, jullie zijn straks allemaal dood, wie gaat er met die boot varen? Want die boot, die blijft.’
Bij de jonge generatie hoort Ruben de Horde (23), die met vriendin Emma Zeldenrijk (21) op zijn bootje Anna Suzanna zit. Zijn eerste opduwer bouwde hij toen hij net 18 was. Anna Suzanna is leuker, beter, iets groter. Hij kocht ‘haar’ romp, de rest bouwde hij er zelf op. ‘De charme van zo’n boot is de motor. Die is niet meer van deze tijd natuurlijk, maar wel een kunstwerkje.’
‘Bij dit kluppie mensen’, zegt Koos, ‘hoef je maar zó te doen.’ Hij knipt met zijn vingers. Met een groep van tien, vijftien man bereidde hij dit weekend voor: vegen, toiletwagentje neerzetten, kabels uitrollen.
Paul’s Patatboot is aangemeerd met Nederlandstalige muziek, het vaste snackarsenaal en zijn koelkast vol champagne. ‘Paultje heeft gisteren voor de gasten eten gemaakt en vandaag kan hij vol gas bakken. Zondagmorgen is er nog een oprotontbijt met gebakken eieren.’
Vanavond varen al die opduwers in een sliert door Vinkeveen. ‘Dan staan alle bruggen anderhalf, twee uur voor ons open. Nou, dat is een feest hoor.’ Ze zullen her en der borreltjes aangereikt krijgen, en ijs.
Zometeen is er eerst een behendigheidswedstrijd. De winnaar verzekert zich van eeuwige roem, en een biertje. Het is twaalf uur geweest, Koos Zwarts trekt alvast een blik open.
‘Er is geen kunst aan om met een sterke boot die ton naar de kopschijf te trekken, maar het is juist de bedoeling om ’m even daar, op dat punt, te houden.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant