Home

Spreidingswet: aantallen niet gehaald, asielzoekers wel meer verdeeld

Brian van der Bol

redacteur Binnenland

Sjors Hofstede

datajournalist Nieuwsuur

Brian van der Bol

redacteur Binnenland

Sjors Hofstede

datajournalist Nieuwsuur

De aantallen van de spreidingswet worden bij lange na niet gehaald. Sinds de invoering vorig jaar zijn er weliswaar duizenden opvangplekken voor asielzoekers bij gekomen, maar dit zijn vooral duurdere, tijdelijke noodopvanglocaties. Dit blijkt uit een onderzoek van NOS, Nieuwsuur en de regionale omroepen.

Op 1 juli zouden volgens de wet 101.500 opvangplekken "klaar moeten zijn voor gebruik". Maar op 2 juni, de laatste peildatum van dit onderzoek, waren er volgens gegevens van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) ruim 73.000 plekken beschikbaar. Gemeenten geven aan dat er voor de deadline nauwelijks meer locaties openen.

Als tijdelijke opvangplekken - die korter beschikbaar zijn dan een half jaar - buiten beschouwing worden gelaten, zijn er ongeveer 55.000 plekken beschikbaar die voldoen aan de spreidingswet. Doordat meer opvanglocaties het (voorlopige) einde van hun contract naderen, zijn dat er zelfs minder dan eind vorig jaar. Wel benadrukken diverse gemeenten en het COA dat er de komende maanden en jaren veel opvanglocaties bij gaan komen en dat veel bestaande locaties verlengd zullen worden.

Twee derde van de gemeenten heeft minder opvangplekken dan hun wettelijke taak voorschrijft, al hebben sommige de opvang in overleg uitbesteed aan een buurgemeente.

Ook wisselt het beeld per provincie. De noordelijke provincies vangen - van oudsher al - per hoofd van de bevolking veel meer op dan bijvoorbeeld Utrecht en Zuid-Holland. Wel zijn de verschillen iets kleiner geworden.

Gemeenten noemen een aantal verklaringen voor het niet halen van de doelen. Ze spreken van een lastige zoektocht naar geschikte locaties vanwege ruimtegebrek en woningnood, onzekerheid in de landelijke politiek over het voortbestaan van de spreidingswet en (mede daardoor) weerstand onder de eigen inwoners. Ook wijzen ze erop dat opvangplekken niet van de grond komen door eisen van het COA of doordat die organisatie veel tijd nodig heeft voor het nemen van besluiten.

"We zien dat kleinschalige opvanglocaties niet goed in het stramien van het COA passen", zegt bijvoorbeeld de gemeente Zwolle. Barendrecht noemt het regelen van asielopvanglocaties "wanneer er weinig tot geen beschikbare ruimte" is een ingewikkelde opgave. "Daarnaast draagt het zwalkende landelijke beleid in Den Haag niet bij aan oplossingen."

Gemeenten in de regio Haaglanden zeggen in een gezamenlijke verklaring dat de aankondiging om de spreidingswet in te trekken "het draagvlak voor nieuwe opvanglocaties flink heeft verminderd. Omdat gemeenten de wet wel moeten uitvoeren, maar het kabinet zegt dat die snel stopt, ontstaat er verwarring bij bestuurders, gemeenteraden, omwonenden en vluchtelingen". Een "duidelijk en eenduidig standpunt van het Rijk" zou de gemeenten helpen meer opvangplekken te regelen en steun van gemeenteraden en bewoners te vergroten.

De spreidingswet is bedacht om asielzoekers eerlijker over het land te verdelen, omdat een aanzienlijk deel van de gemeenten jarenlang geen asielopvang had.

De wet zit zo in elkaar, dat er elke twee jaar een nieuwe cyclus met verschillende stappen wordt doorlopen. Allereerst wordt er berekend hoeveel plekken er in heel Nederland nodig zijn in de opvang. Die benodigde plekken worden vervolgens verdeeld over de twaalf provincies, die ze weer verdelen over hun eigen gemeentes.

Daarna wordt er een zogenoemd verdeelbesluit genomen om de verdeling definitief te maken. Die besluiten verstuurde toenmalig minister Faber van Asiel en Migratie eind vorig jaar. Als provincies en gemeenten hier niet uitkomen, kan het ministerie besluiten om gemeenten te dwingen om asielzoekers op te nemen.

Het demissionaire kabinet wil af van de spreidingswet, maar het is de vraag of daar een meerderheid voor is in de Eerste Kamer. Zeker is dat de wet in ieder geval de komende tijd nog van kracht blijft.

De afgelopen maanden waren er op diverse plekken in het land hevige protesten tegen de komst van azc's. Ook met gemeenten die voorlopig afzien van de komst van een azc blijft het COA in gesprek, aldus bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker. "Weerstand is er regelmatig in het begin, begrijpelijk, maar uit ervaring weten we dat die vaak snel afneemt als we er eenmaal langer goede opvang verzorgen."

Over de opmerking dat de opvangorganisatie moeite heeft met kleinere locaties, zegt het COA "wel degelijk" te streven naar een goede mix van grotere en kleine locaties. Kleinere locaties zijn vaak beter in te passen in een buurt, maar "alles in het klein wordt onhaalbaar en onbetaalbaar".

Bestuurders juist enthousiast

Het COA, provincies en gemeenten zijn vrijwel unaniem enthousiast over de spreidingswet en willen dan ook dat de wet niet wordt geschrapt. Zij wijzen erop dat er nu meer gemeenten dan ooit concrete plannen hebben voor asielopvang. Zonder deze wet hadden nooit zoveel gemeenten deze stap gezet, is hun overtuiging.

Wel komen er voorlopig dus vooral noodopvanglocaties bij. Die zijn sneller voor elkaar te krijgen, maar zijn er eigenlijk alleen voor de korte termijn. Bovendien is noodopvang - in bijvoorbeeld hotels of sporthallen - ruim twee keer zo duur als reguliere asielopvang. Het COA zegt dat in reguliere azc's de opvang van asielzoekers ook veel gestructureerder verloopt. "Er hoeven dan niet steeds op het laatste moment opvanglocaties te worden gevonden, waardoor omwonenden zich overvallen kunnen voelen en asielzoekers minder vaak hoeven te verhuizen, met gevolgen van dien voor bijvoorbeeld het regelen van onderwijs en zorg."

Door de val van het kabinet en het vertrek van Marjolein Faber als asielminister, komt de spreidingswet in de portefeuille van Mona Keijzer. Dit moet nog formeel worden overgedragen, waardoor momenteel justitieminister David van Weel de verantwoordelijke is. Hij gaat inhoudelijk niet in op de conclusies van het onderzoek. Wel zegt hij hard te werken aan het terugbrengen van de asielinstroom en dat er voldoende opvangplekken moeten zijn voor mensen die in Nederland aankomen of die hier al zijn. "Totdat mijn collegaministers aan de slag gaan, overleg ik dagelijks met het COA en gemeenten om eventuele knelpunten op te lossen."

NOS, Nieuwsuur en de regionale omroepen hebben voor dit onderzoek gebruikgemaakt van data over opvanglocaties van het COA. Maandag 2 juni was de laatste peildatum. Voor het onderzoek zijn ook alle 342 Nederlandse gemeenten aangeschreven. Daarvan hebben er 275 gereageerd.

Opvanglocaties die korter beschikbaar zijn dan zes maanden, tellen eigenlijk niet mee voor de opgave in de spreidingswet. Crisisnoodopvang telt nooit mee voor die wet. Bovendien waren er op 2 juni ook nog veel centra die op papier de deuren sluiten voor 1 februari 2026, en daardoor eigenlijk ook niet meetellen. Het kan wel zijn dat het contract voor deze locaties nog wordt verlengd.

Binnenland

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl

Source: NOS nieuws

Previous

Next