Het was een warme nacht en ik lag met een goede vriend in het gras toen er opeens een flits door de hemel schoot. „Een vallende ster, nu mogen we een wens doen!”, riep hij.
„Het kan ook een satelliet zijn”, humde ik, maar hij keek daarop zo beteuterd dat ik er snel aan toevoegde dat je dan óók een wens mag doen.
„Ik hoop gewoon dat ik de afgelopen periode snel kan vergeten”, zei hij. Anderhalf jaar geleden strandde zijn relatie en vanwege de woningcrisis bleef hij met zijn ex in hetzelfde huis wonen tot ze elk een nieuwe stek hadden gevonden. Maar goed, ze hadden natuurlijk niet zomaar die verbintenis verbroken en binnen enkele weken veranderde hun appartement in een oorlogsgebied.
„Overdag zette ik me al schrap waar we ’s avonds ruzie over zouden krijgen. Het was vreselijk om aan elkaar overgeleverd te zijn”, vertrouwde hij me toe.
Hij is niet de enige. Een voormalig student van me is achter in de twintig en heeft ondanks een goedbetaalde baan nog steeds geen eigen plek. Ze woont bij haar moeder die in de avonduren, als de wijn tevoorschijn komt, roept dat haar dochter af moet vallen omdat ze anders nooit een relatie krijgt. Ik heb twee kennissen die in de dertig zijn en in een woongemeenschap leven met iemand die op de hospiteeravond nog hartstikke gezellig en stabiel leek maar, eenmaal deel van de club, zijn werkdag begon af te reageren op zijn huisgenoten, waardoor iedereen de gemeenschappelijke ruimtes is gaan mijden.
En dan zijn er ook nog de veertigers, vijftigers en zestigers die vanwege de krapte op de woningmarkt onder een dak leven met iemand die hun het bloed onder de nagels vandaag haalt.
„Ik ben zo blij dat ik daar nu weg ben. Dat ik niet meer bang hoef te zijn voor het humeur dat thuis wacht”, zuchtte de vriend, „dat ik niet meer voortdurend sorry zeg voor dingen die ik niet fout deed, simpelweg omdat ik niet meer de puf heb om nog voor mezelf op te komen.”
Ik ken inmiddels zoveel mensen die, hoewel financieel zelfredzaam, alsnog in een afhankelijkheidsrelatie zitten met vervelende, moeilijke of zelfs gevaarlijke mensen vanwege het tekort van woningen, of omdat ze het niet aandurven om nu een belachelijk bedrag neer te moeten leggen voor een huis dat over twintig jaar hetzij letterlijk, hetzij figuurlijk onder water staat.
Dus blijven ze maar. Op een plek waar vrije tijd niet meer draait om ontspannen, maar om overleven. Zo deel uitmakend van de groeiende groep die mentaal dakloos is, en achter de eigen voordeur leeft in ballingschap.
Source: NRC