De Meo, die sinds juli 2020 aan het hoofd stond van Renault, treedt officieel op 15 juli terug. Tot die tijd blijft hij aan om de overgang naar een opvolger in goede banen te leiden, zo liet het Franse concern zondagavond weten. Volgens het persbericht heeft de 58-jarige Italiaan zelf besloten om te vertrekken "om nieuwe uitdagingen aan te gaan".
"Er komt een moment in je leven waarop je weet dat het werk is gedaan", laat De Meo optekenen. "De resultaten spreken voor zich: dit zijn de beste in onze geschiedenis. We hebben een sterk team, een wendbare organisatie en een strategisch plan voor de volgende generatie producten", doelt hij op de huidige staat van de Renault Group. "Daarom heb ik besloten het stokje over te dragen. Ik laat een getransformeerd bedrijf achter dat klaar is voor de toekomst, zodat ik mijn ervaring nu elders kan toepassen en nieuwe avonturen kan aangaan."
De Meo speelde als CEO een sleutelrol in de koers van Renaults Formule 1-project. Kort na zijn aantreden werd het Renault F1 Team omgedoopt tot Alpine, als onderdeel van een bredere strategie om het sportwagenmerk internationaal meer op de kaart te zetten. Onder zijn leiding kende het team uit Enstone een onrustige periode met vele wisselingen in het management, zowel wat betreft de functie van teambaas als de post van CEO. Na een veelbelovende vierde plaats in het constructeurskampioenschap van 2022 zakte Alpine in de jaren erna weg naar P6.
De Meo was ook nauw betrokken bij de beslissing om het fabrieksteam vanaf 2026 niet langer met een eigen motor te laten rijden - Alpine neemt vanaf volgend seizoen motoren af bij Mercedes. Daarnaast haalde hij vorig jaar Flavio Briatore aan boord als executive advisor, een opvallende zet gezien Briatores verleden binnen het team. Na het recente vertrek van teambaas Oliver Oakes wordt verwacht dat Steve Nielsen, voormalig F1- en FIA-man, als teammanager zijn rentree maakt bij de formatie. Nielsen werkte eerder onder Briatore in de Benetton-periode.
Alpine bungelt momenteel onderaan in de stand om de constructeurstitel, met elf WK-punten.
Source: Motorsport