Home

Is egoïsme slecht? Niet als je een waardevol leven wilt leiden, zegt deze filosoof

Goed leven is onmogelijk zonder grote vragen te stellen, zegt filosoof Agnes Callard. Net als haar held Socrates stelt ze haar zoektocht naar kennis boven alles. Sommigen vinden dat egocentrisch. Zij niet.

Onlangs bezocht Agnes Callard (49) met haar man het Art Institute of Chicago, maar ze hebben er geen schilderij gezien. ‘We waren alleen maar aan het ruziën over de vraag waarom we ’s avonds tv-series kijken’, zegt ze in haar kantoor op de Universiteit van Chicago, waar ze werkt als universitair hoofddocent filosofie. ‘Naar mijn idee doen we dat om te relaxen, maar volgens hem is dat tussen ons een wezenlijk moment van verbinding.’

Aan de ruzie hield ze geen rotgevoel over. ‘Misschien klinkt dit vreemd, en misschien zegt dit iets raars over mij, maar voor mij was die dag in het museum heel romantisch. Ik denk dat dit het belangrijkste onderdeel van romantiek is, of je met je partner belangrijke gesprekken kunt voeren.’

Behalve met haar man woont Callard ook samen met haar ex-man en hun kinderen. Over de details van hun relatie is meer bekend dan over die van de gemiddelde filosoof, dankzij een geruchtmakend profiel in The New Yorker. Daarin vertelt ze hoe ze ook haar liefdesleven als intellectuele bezigheid ziet en zich daarbij laat inspireren door haar grote voorbeeld, Socrates.

De vader van de westerse filosofie was een voorstander van polyamorie, iets wat Callard en haar man ook overwegen. Ze wil daar nu niet verder op ingaan. In de toekomst gaat ze dat zeker nog doen, voegt ze daaraan toe. ‘De wereld is er bijna klaar voor.’

Aan haar eigen behoefte aan privacy ligt het niet. ‘Als je een echte filosoof bent’, tweette ze ooit, ‘heb je geen privacy nodig, omdat je op elk moment een levende belichaming van je theorie bent – zelfs in je slaap, zelfs in je dromen.’

De ethische theorievorming in het Westen kent op dit moment drie hoofdlijnen. De deugdethiek gebiedt dat je moet handelen zoals een fatsoenlijk persoon zou doen: vriendelijk, moedig, rechtvaardig. Oprichter van deze school was Aristoteles (384-322 v.Chr.).

Dan is er het utilitarisme, ook wel gevolgenethiek. Geestelijk vader hiervan is Epicurus (341-270 v.Chr.), navolgers van hem zijn Jeremy Bentham (1748-1832), John Stuart Mill (1806-1873) en Henry Sidgwick (1838-1900). Zij bepleitten dat een handeling juist is als die leidt tot het grootste geluk. Ten slotte is er de kantiaanse ethiek. Volgens de volgers van Immanuel Kant (1724-1804) staat de waardigheid van ieder individu voorop en mag een mens nooit een middel zijn tot een doel.

Met haar boek Open Socrates – Een filosofisch leven, dat deze week in Nederlandse vertaling is verschenen, wil Callard een nieuwe tak van ethisch denken introduceren. Ze duidt die aan als neosocratische ethiek. Die theorie verschilt diametraal van die van Kant: volgens Socrates is élk persoon een middel tot een doel, namelijk het vergaren van kennis waarmee de grote levensvragen kunnen worden beantwoord. In een vurig pleidooi schrijft Callard hoe je de neosocratische ethiek kunt toepassen op drie gebieden: liefde, politiek en de dood.

De recensent van het Britse tijdschrift The Spectator noemt Open Socrates ‘zonder twijfel het meeslependste nieuwe filosofische boek dat ik in jaren heb gelezen’. The New York Times omschrijft het als ‘charmant, intelligent en soms irritant’.

Als dat laatste werd ook Socrates gezien, die op Atheense pleinen in debat ging met voorbijgangers tot ze stapelgek van hem werden. Desondanks was hij Callards tieneridool – ze wilde hem op de middelbare school niet alleen bestuderen, ze wilde hem zijn. Tijdens haar studententijd klampte Callard vreemden aan om te discussiëren over onderwerpen als kunst en moed. ‘Die gesprekken kwamen nooit echt van de grond’, zegt ze.

Haar verafgoding is ook zichtbaar op haar kantoordeur, die vol kleurrijke stickers hangt. Op tientallen daarvan is op cartoonekse wijze het bebaarde gezicht van Socrates geïllustreerd, met citaten als ‘Kennis is deugd’, ‘Verliefdheid is een vorm van krankzinnigheid’ en ‘Er bestaat niet zoiets als wilszwakte’.

Wie vervolgens naar binnen loopt, krijgt de indruk een kleuterklas te betreden, of het atelier van een beeldend kunstenaar, niet het kantoor van een filosoof. Aan het plafond hangen slingers en ledlampjes die sterren verbeelden, aan de muren doeken met felgekleurde bloemblaadjes en Keith Haring-achtige figuurtjes. Ook staat er een rode, gebreide boom. ‘Daar ben ik maanden mee bezig geweest.’ Op het schoolbord heeft ze met een krijtje de theorieën over de liefde onder meer onderverdeeld in platonisch en romantisch, daarnaast hangen nog meer Socrates-stickers.

Waarom was u zo door Socrates gefascineerd?

‘Dit is een gekke vergelijking, maar decennia later werd ik op eenzelfde manier geobsedeerd door de films van Ingmar Bergman. Ik zie een verband tussen Bergman en Socrates. Want in Bergmans films zag ik voor het eerst het gesprek achter het gesprek. Hij laat zijn personages zeggen wat ze écht zouden zeggen als ze helemaal vrij zouden zijn. En dat zag ik ook in de socratische dialogen, die onder anderen door Plato zijn opgetekend. Dat zijn gesprekken waarin je het antwoord probeert te vinden op belangrijke vragen, vragen waarop je het antwoord nodig hebt om zo goed mogelijk te kunnen leven. Elk gesprek dat ik ooit heb gevoerd, dacht ik toen, was een slappe imitatie hiervan.’

Waarom voeren we die wezenlijke gesprekken niet vaker?

‘Ik weet het ook niet. Onze sociale gespreksnormen zitten ze in de weg. En ze maken ons kwetsbaar: we kunnen ontdekken dat onze meest fundamentele antwoorden op vragen helemaal niet kloppen.’

Callard noemt wezenlijke vragen ‘ongelegen vragen’. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Hoe behandelen we andere mensen eerlijk?’, ‘Hoe moeten we onze kinderen opvoeden?’, ‘Wie zijn onze vrienden?’ en ‘Wat moeten we met het leven?’.

Wie zich dit soort vragen stelt, loopt grote risico’s, zo ondervond de Russische schrijver Lev Tolstoj. Op het toppunt van zijn roem – hij had Oorlog en vrede en Anna Karenina al geschreven – kwam hij tot de ‘verpletterende conclusie’, zo schrijft hij in Mijn biecht, dat deze vragen onbeantwoordbaar waren, en dat hij overwoog om zelfmoord te plegen.

Ook Socrates had geen antwoord paraat op de grote vragen, maar hij besloot zijn leven te wijden aan het onderzoeken ervan en concludeerde dat dit ‘filosofische leven’ het beste was wat hem was overkomen.

‘Ik zal je laten zien hoe een filosofisch leven eruitziet’, schrijft Callard in haar inleiding, ‘maar ik kan je niet voorspellen of de aanblik ervan je zal vervullen met socratische hoop en energie of je juist in een tolstojaanse wanhoop zal storten. Als je bereid bent dat risico te nemen, lees dan gerust verder.’

Het cruciale verschil tussen Tolstoj en Socrates is dat de eerste zijn onderzoek in zijn eentje zou hebben uitgevoerd, terwijl denken een sociale activiteit is, zegt Callard. ‘Ongelegen vragen worden gekenmerkt door het feit dat we er al antwoorden op moeten hebben nog voor we bereid zijn ze te stellen’, zegt ze. ‘We kunnen de vraag ‘hoe ben ik een goed kind?’ niet objectief beantwoorden, omdat we al leven naar ons antwoord daarop. Daarom heb je andere mensen nodig.’

Uw boek wordt elitair genoemd, ook omdat u schrijft dat het ‘onze meest fundamentele wens’ is om als een intellectueel wezen te worden behandeld, niet als een fysiek of sociaal wezen. ‘Weet ze zeker dat dit de meest fundamentele wens is van alle supermodellen en olympische atleten?’, schrijft The Washington Post.

‘Natuurlijk zijn modellen en atleten vanwege hun werk met andere zaken bezig, maar ik geloof dat ook hun diepere wens is dat er naar ze geluisterd wordt. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dat niets uitmaakt.

‘Ik heb vaak gehoord dat ik zou suggereren dat ik de levens van ‘normale mensen’ minderwaardig zou vinden. Gek genoeg hoor ik die kritiek alleen maar van intellectuelen. Het enige wat je voor mijn filosofie nodig hebt, is vrije tijd en andere mensen. Een bezoeker van Anonieme Alcoholisten zei tegen me dat hij nu snapte waarom de gesprekken tijdens die bijeenkomsten werken en tot wijsheid leiden.’

U schrijft dat je fysieke gesprekken moet voeren. Van het lezen van uw boek worden we dus niets wijzer?

‘Er is een probleem dat dit boek niet oplost, dat schrijf ik ook in mijn dankwoord. Hoe kan dit boek je helpen? Een antwoord daarop zou kunnen zijn dat als je mijn boek leest, je niet volledig op jezelf bent aangewezen, want via mijn boek ben ik er ook bij. Ik denk dus dat er drie manieren zijn om ergens over na te denken: je kunt dat letterlijk in je eentje doen, je kunt dat doen door met anderen te praten, en je kunt een boek lezen, wat ertussenin zit.’

De neosocratische ethiek draait om het vinden van stabiele antwoorden op de ongelegen vragen, schrijft u. Heeft u die antwoorden al gevonden?

‘Neem de vraag: hoe moet je iemand behandelen die je onrecht heeft aangedaan? Ik geloof dat een antwoord daarop is: niet door wraak te nemen. Als een van mijn kinderen ‘hij begon!’ roept om zijn gedrag te rechtvaardigen, weet ik dat ik een slechte ouder ben geweest.

‘Overigens is dit geen definitief antwoord, want het is een negatief gebod, het zegt niet wat je wél moet doen. Ik heb sowieso nog geen definitieve antwoorden gevonden, maar ik ga er wel van uit dat ze bestaan.’

Waarom?

‘Ik denk dat een goed leven onmogelijk is zonder onderzoek. En je kunt niet aan een onderzoek beginnen als je er niet in gelooft. Dus dan eindig ik bij de conclusie dat ik móét geloven dat het mogelijk is.’

Callard wijst naar een citaat van Socrates op de muur en leest het voor. ‘Ik beweer niet dat mijn redenering juist is, maar ik zou er, met alles wat ik heb – in woord en daad, zover ik maar kan – voor pleiten dat we betere mensen zullen zijn, moediger en minder passief, als we geloven dat je moet zoeken naar de dingen die je niet weet, in plaats van te geloven dat het onmogelijk is om te ontdekken wat je niet weet, en dat je er daarom maar niet naar moet zoeken.’

Bestaat er op elke vraag één goed antwoord? Is het antwoord op veel vragen – zoals: moet ik bij mijn partner blijven? – niet een beetje goed en een beetje fout?

‘Ik denk dat het belangrijk is om een onderscheid te maken tussen het antwoord op ongelegen vragen en een beslissing. Een ongelegen vraag zou zijn: hoe moet ik mijn partner behandelen? Of, algemener: wat wil ik halen uit een relatie? Daarop bestaan antwoorden die alleen maar goed zijn.

‘Mijn man zegt graag dat mijn theorie is dat het huwelijk een voorbereiding is op een scheiding. Daarmee bedoel ik niet dat elk huwelijk daarin eindigt, maar dat elke relatie een crisis zal kennen. Mij gaat het er niet om of je daarna wel of niet bij elkaar blijft – beide kunnen goede beslissingen zijn – maar hoe je je daarin gedraagt: hoe waardig blijf je? Het moment waarop je overweegt uit elkaar te gaan, is het moment waarop je de meeste hulp nodig hebt van je partner – niemand begrijpt zo goed waar je doorheen gaat als hij of zij.

‘Veel mensen hebben de neiging om tijdens een relatiecrisis tegen hun vrienden te zeggen wat voor eikel hun partner is, waarna die vrienden dat klakkeloos beamen. Maar dat is onsocratisch: Socrates zou de diepgaande dialoog met één persoon altijd verkiezen boven de oppervlakkige instemming van velen.

‘Ik vind deze beslissingen superinteressant omdat ze traumatische gevolgen kunnen hebben. Mensen vragen zich na het al dan niet beëindigen van een relatie vaak af of ze wel de goede keus hebben gemaakt, of ze overal over hebben nagedacht.’

Callard maakt het onderscheid tussen aristophanische en socratische liefde. ‘Aristophanes denkt dat we het in de liefde het allerbelangrijkst vinden dat onze partner een verlengstuk van onszelf wordt, dat we ermee versmelten, dat die ons niet verlaat. Volgens mij had hij een punt – over dat laatste maken we ons inderdaad grote zorgen. En we zien het vaak om ons heen dat mensen in hun jeugd hartstochtelijk verliefd zijn, maar op latere leeftijd tevreden naast elkaar zitten te zwijgen en denken: deze persoon is goed genoeg, ik wil hem of haar gewoon niet kwijt. Dit wordt gezien als volwassenwording.

‘Maar vanuit socratisch perspectief is dit precies het moment waarop je het spel hebt verloren. Socratische liefde richt zich niet op stabiliteit, maar op het goede – en dat is kennis. Daarom is hij ook een voorstander van polyamorie; de geliefden zijn slechts een middel om aan de antwoorden op ongelegen vragen te komen.’

Is het leven niet vermoeiend als alles in het teken van dat grote doel staat?

‘Dat leven lijkt me geweldig. Ik heb het gevoel dat veel te veel van mijn tijd verloren gaat aan afleiding.’

Denkt u dat uw autisme hierbij ook een rol speelt?

‘Ik denk inderdaad dat ik me daardoor meer bewust ben van bepaalde dingen, bijvoorbeeld van de manier waarop gesprekken alle kanten opgaan. Ik merk dat ik dat lastig vind. Wat is er gebeurd met het vorige onderwerp, denk ik dan, kunnen we daar niet op terugkomen?

‘Wat mij misschien onderscheidt van andere filosofen is dat ik denk dat filosofische kennis ook van toepassing is op gebieden die sommigen helemaal niet filosofisch vinden, zoals romantiek, eten of de vraag met wie je bevriend zou moeten zijn. Ik wil daar filosofisch over praten, maar het is alsof een kwaadaardige god een wet heeft uitgevaardigd waardoor we maar blijven afdwalen en nooit diep tot zo’n onderwerp doordringen. Op die manier komen we niet dichter bij de stabiele antwoorden.’

Ziet u de verhalen van uw kinderen over hun schooldag ook als afleiding? Ze dragen niet bij aan uw zoektocht.

‘Wel als ik het op de goede manier aanpak. Kijk, net als alle ethische theorieën moet ook het socratisch intellectualisme erkennen dat een deel van ons leven wordt bepaald door noodzakelijkheden. Je eet niet om iets te leren, maar om te overleven. En je moet onderdeel zijn van een sociale wereld, dus om een ouder of vriend te zijn, moet je soms oppervlakkige bijpraatgesprekken voeren. ‘Hoe was je dag?’ Maar dat betekent niet dat ik niet mag streven naar een wereld waarin die verplichtingen minder zwaar wegen.

‘Met kinderen kun je heel makkelijk ongelegen vragen onderzoeken. Als ze zich beklagen over de juf, kun je vragen wat ze anders had moeten doen. Wat is haar idee over onderwijs eigenlijk? Wat probeert ze je bij te brengen?’

Na de publicatie van het artikel in The New Yorker schreven veel lezers dat ze u egoïstisch vinden. U had ook kunnen blijven bij de vader van uw kinderen, volgens iedereen een aardige man, maar u verliet hem voor iemand met wie u dacht meer wijsheid te kunnen vergaren.

‘Ik denk dat socratisch intellectualisme egocentrisch ís. Het is een op het zelf gericht project. Maar kritiek op het egocentrisme komt volgens mij voort uit een slechte theorie, namelijk dat egoïsme per definitie slecht is. Ik denk dat egoïsme juist goed is – mits je een goede theorie hebt.

‘Als wat volgens mijn theorie goed is voor mij, slecht zou zijn voor anderen, zou het terecht zijn om te zeggen dat ik niet egocentrisch moet zijn. Maar mijn theorie is: het goede is ware kennis over hoe te leven. En om die kennis te verkrijgen, heb ik hulp van anderen nodig. Dat betekent dat ik goede relaties moet onderhouden met de mensen om me heen. Omdat ik geen kennis van ze kan krijgen zonder die van mij ook een beetje aan hen te geven, profiteren zij daar ook van. Maar uiteindelijk wil ik hun hulp omwille van míjn kennis.’

Cv Agnes Callard

1976Geboren in Boedapest
1997Bachelor filosofie aan de Universiteit van Chicago
2008Proefschrift aan de Universiteit van Californië in Berkeley
2017 Universitair hoofddocent filosofie aan de Universiteit van Chicago
2018Boek Aspiration – The Agency of Becoming
2019-heden Columns voor tijdschrift The Point
2021-heden Podcast Minds Almost Meeting met Robin Hanson
2023Profiel over Callard in The New Yorker
2025Boek Open Socrates – Een filosofisch leven

Callard woont in Chicago met haar man en haar ex-man en hun kinderen.
Ze spreekt op 19 oktober op het Brainwash Festival in Amsterdam en op 20 oktober bij De Dépendance in Rotterdam.

Agnes Callard: Open Socrates – Een filosofisch leven. Uit het Engels vertaald door Huub Stegeman. Athenaeum; 448 pagina’s; € 29,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next