Ze waren een eyeopener voor Emilia Menkveld: feministische hervertellingen van klassieke mythen. Inmiddels is het tegenfenomeen zelf een cliché geworden. Zonde?
is literair recensent en eindredacteur van de Volkskrant. Vroeger identificeerde zij zich met de listige Odysseus. Nu weet ze het niet meer.
Tien jaar. Hoe was het mogelijk? Tien jaar van mijn leven had ik me met die oorlog beziggehouden. In de bont beschilderde lokalen van het gymnasium, dat toen nog geen imagoprobleem had, tussen de scrupuleus geordende boekenkasten op de klassieke afdeling van de universiteitsbibliotheek, in de colleges van altijd even bevlogen docenten.
Een gruwelijke, bloedige oorlog, de slepende belegering van een stad die er niet om had gevraagd, behalve dan dat die ene prins, de sulligste van allemaal, een vrouw had ingepikt. Nota bene!
En nooit, in al die tien jaar dat ik gruwelde en genoot van dit conflict der conflicten, bijna drieduizend jaar geleden door de Griek Homerus in verbluffende verzen gegoten, had ik me echt afgevraagd hoe het voor haar, Helena, moest zijn geweest, om je man vanaf de hoge Trojaanse muren de stad te zien belegeren voor jóú, zijn verloren bruid, om de schuld te krijgen van alle ellende, terwijl je zelf misschien, wie zal het zeggen, veel liever gewoon thuis in Sparta was gebleven.
Overrompeld was ik toen ik De stilte van de vrouwen (The Silence of the Girls, 2018) las. Overrompeld en vooral: een beetje teleurgesteld in mezelf.
Want in De stilte van de vrouwen vertelde de Britse auteur en historica Pat Barker het verhaal van de Trojaanse Oorlog door de ogen van Briseïs, krijgstrofee van de Griekse ‘held’ Achilles.
Aan háár penibele situatie had ik in die tien jaar zo mogelijk nog minder gedachten gewijd. De Griekse legerplaats was een rape camp, schrijft Barker, een afgrijselijke, smerige plek, waar krijgsgevangen vrouwen werden gedwongen tot seks met mannen die net hun familie hadden afgeslacht.
Vijftigduizend man en nog veel meer ratten, opeengepakt in tenten op een smalle kuststrook. Daar wordt ook Briseïs avond aan avond verkracht door Achilles ‘as if he hoped the next fuck would kill her’.
Hoe was het mogelijk dat ik hierover nooit eerder had nagedacht?
Mythen zijn tijdloos, hoor je vaak. Ze hebben een universele betekenis en daarom spreken ze ons nog altijd aan. Het tegendeel is ook waar. Mythen zijn juist extreem tijdgebonden. Dat wil zeggen: elke verteller kan ze zich toe-eigenen, ze aanpassen voor eigen doeleinden – precies zoals Pat Barker doet met haar feministische draai.
Dat ligt in de aard van dit soort verhalen, legt de Vlaamse letterkundige Evelien Bracke uit in haar pas verschenen Leidraad door het labyrint, waarin ze ‘de macht van klassieke mythen’ belicht in hedendaagse kwesties, van klimaatverandering tot AI. Het verloop van mythen ligt namelijk nooit vast. In de oudheid bestonden er al vele versies naast elkaar; toneelschrijver Euripides schreef bijvoorbeeld een tragedie waarin Helena wél met Paris naar Troje ging, en een waarin ze dat niet deed.
Dat flexibele, ambigue karakter, schrijft Bracke, maakt mythen ook zeer geschikt als ideologisch materiaal. Ze kunnen een krachtig wapen zijn om mensen samen te brengen of juist uit te sluiten – soms allebei tegelijk. Zo is de Griekse krijger Achilles voor bepaalde extreemrechtse groepen in de VS de ultieme alfaman. Denk: Brad Pitt in de film Troy.
Eind 2023 dook het personage op in een video van de Republikeinse gouverneur van Florida, Ron DeSantis, die zich wilde presenteren als onvermoeibare strijder in de war on woke. In lhbti-kringen staat Achilles juist bekend als queericoon, door de knusse relatie met zijn geliefde/vriend Patroklos en zijn reputatie als crossdresser (hij heeft zich eens als vrouw verkleed om te voorkomen dat hij naar het front moest).
Iedereen knipt en plakt zijn eigen mythe bij elkaar, en wat je niet aanstaat, laat je gewoon achterwege.
Mythen doen het dan ook opvallend goed in de digitale cultuur, waar het knip-en-plakgehalte toch al hoog is. Online zijn de Medusa-tatoeages (voor misbruikslachtoffers) niet te tellen.
Zie ook: Sisyphus-memes als uitdrukking van de condition humaine. Elon Musk als ontketende Prometheus. Het onvermijdelijke paard van Troje in alle denkbare contexten. Jongere staat op tegen institutioneel onrecht? Net Antigone.
Maar de opmerkelijkste trend van de laatste jaren is de vloed aan feministische hervertellingen, waarvan De stilte van de vrouwen een vroeg hoogtepunt was. De auteurs zijn veelal Angelsaksisch, veelal vrouwelijk en vaak klassiek geschoold; naast Barker zijn Natalie Haynes en Madeline Miller grote namen.
Nu is het derde deel van Barkers trilogie, The Voyage Home, net vertaald als De reis naar huis. En het einde van de hype is nog niet te bespeuren.
Dat juist De stilte van de vrouwen mij zo diep raakte, had vermoedelijk te maken met het schokeffect, de radicale perspectiefverschuiving die ik voor het eerst beleefde. Bij hervertellingen die ik later las, ook de rest van Barkers trilogie, bleef dat effect uit – al is De reis naar huis helemaal geen slecht boek. Inmiddels raak ik zelfs wat narrig bij het doorbladeren van de zoveelste Electra of Clytemnestra of Medusa.
Waarom zijn het de Griekse mythen die worden gebruikt om steeds weer een ‘verrassend’ nieuw perspectief te bieden? Er zijn toch wel meer verhalen te vertellen? ‘De canon bestendigt zichzelf, zelfs, of júíst, door hervertellingen die hem proberen uit te dagen’, schrijft classica Jacqueline Klooster in haar nieuwe boek Medusa in de spiegel, waarin ze het fenomeen scherp analyseert.
Natuurlijk kun je ook nieuw licht werpen op verhalen over de West-Afrikaanse orisha’s, of het Indiase epos Mahabharata door een feministische bril bezien. Maar hun relatieve onbekendheid in het Westen maakt het moeilijker een hervertelling ervan te herkennen en op waarde te schatten, tenzij met veel uitleg en expliciete verwijzingen. Hoe wrang ook: bij het grote publiek maakt onbekend nog steeds onbemind.
Grieks-Romeinse mythen horen juist bijna vanzelfsprekend tot de westerse canon en hebben nauwelijks toelichting nodig. Hetzelfde geldt voor de sprookjes van Grimm en Andersen, die trouwens net zo gretig worden herverteld (Disneyprinsessen!). Zelfs als je je wilt afzetten tegen de canon, is het effectiefste middel daarvoor de canon zelf.
Dat gebeurt natuurlijk niet alleen in feministische hervertellingen. Mijn eigen favoriet: Omeros (1990) van Nobelprijswinnaar Derek Walcott, die zijn geliefde Caribische eiland Saint Lucia in de literatuurgeschiedenis schreef met een epos over twee vissers, Hector en Achille, die beiden verliefd zijn op de beeldschone huishoudster Helen. Op zeker moment vraagt de verteller zich af (in de vertaling van Han van der Vegt): ‘Waarom konden/ we Helen niet zien zoals de zon haar zag, zonder/ homerische schaduw, zoals ze haar sandalen liet bungelen, eenzaam/ op het strand, fris als de zeewind.’
Waarom altijd weer diezelfde (westerse) mythen, diezelfde echo’s, is dat nou nodig? ‘Maar de echo was van mij’, besluit de dichter, ‘ik kon ervan maken wat ik wilde, of/ wat ik dacht dat er nodig was.’
Feministische hervertellingen, óók ontstaan als cultureel tegenfenomeen, zijn zo succesvol dat ze bijna een cliché zijn geworden; het ‘hé dat kan ik ook’-effect is ingetreden. Meer en minder begiftigde auteurs geven dezelfde vrouwen keer op keer ‘eindelijk’ een stem, dezelfde verhaallijnen worden steeds net iets anders vervormd, uitgebreid, aangepast aan de 21ste-eeuwse normen.
Dezelfde Griekse ‘helden’ blijken in de feministische versies dikwijls miezerige mannetjes met het gevoelsleven van een klauwhamer. Daarbij vallen de bewerkingen soms nog zwart-witter uit dan de bronnen waarop ze zich inspireren.
Is het genre dan, vraag ik me voorzichtig af, zo’n beetje uitgeput? Nog lange niet, vertellen de verkoopcijfers – en de vele, vele fans. Op fanfiction-platform Archive of Our Own werken ze met z’n duizenden zelfs nóg meer verhaallijnen uit over steeds dezelfde personages, die allerlei ongekende transformaties doormaken, waarbij Achilles zich bijvoorbeeld niet alleen verkleedt, maar een vrouw in het verkeerde lichaam blijkt.
De schrijvers van feministische hervertellingen bedrijven fixit lit, stelt Klooster. Ze willen iets ‘fixen’, recht doen aan personages die, in antieke of latere versies, naar hun idee verkeerd zijn neergezet. Emotionele betrokkenheid en identificatie zijn hun drijvende kracht. De Trojaanse prinses Cassandra kón geen medelijden hebben met haar verkrachter Agamemnon, zoals Aeschylus voorstelt in zijn tragedie: zo was zij niet. Of, in Barkers De reis naar huis: koningin Clytemnestra had geen minnaar die haar zaakjes regelde; zíj was in charge.
Klooster erkent dat de romans door dit mechanisme soms voorspelbaar en sjabloonachtig worden: vrouwen zijn goed, mannen zijn slecht. ‘Dat is riskant: wordt vrouwen zo niet het recht ontnomen om zelf gevaarlijk en slecht te zijn? Of, anders gezegd: is het niet gevaarlijk om te veronderstellen dat deel uitmaken van een sekse automatisch een bepaalde morele status met zich meebrengt?’
Dit lijken me terechte zorgen, maar Kloosters uiteindelijke oordeel is mild: zelfs als de boeken weinig meer dan sjablonen zijn, dan roepen ze door hun wijzigingen alsnog interessante vragen op over de oude en nieuwe versies, en over ons eigen vrouwbeeld.
Dat antwoord is voor de wetenschapper bevredigender dan voor de kritische lezer, maar toegegeven: ‘zoek de verschillen’ houdt het lezen spannend, ook als het resultaat niet gedenkwaardig is. We weten al dat Agamemnon vermoord gaat worden, maar hoe precies, en wanneer? Of kiest de herverteller toch voor een andere afloop?
Laat ik accepteren dat het emotionele effect van De stilte van de vrouwen eenmalig was en De reis naar huis met een rationelere blik bezien. De titelkeuze is meteen verrassend, en diep ironisch: wie zijn mythen een beetje kent, denkt aan Odysseus’ eindeloze terugtocht naar Ithaca, maar Barker laat ons meereizen met Cassandra en haar dienares Ritsa naar Mycene.
Het paleis van Agamemnon en Clytemnestra is voor de slaafgemaakte Trojaanse vrouwen bepaald geen thuis.
Agamemnon is in De reis naar huis een afstandelijke hork, maar niet helemaal vrij van innerlijk leven. Na een glaasje of wat jammert hij steevast om zijn dochter Iphigeneia, die hij zelf heeft opgeofferd voor de Griekse vloot (‘‘Vader’, bleef ze maar zeggen, en helemaal op het eind zei ze... p-papa’). Ook Clytemnestra is niet eendimensionaal: een lieve maar machteloze moeder voor hun tweede dochter Electra, kil en berekenend in haar moordplannen.
Voor het eerst in de reeks is dienares Ritsa de voornaamste verteller, een zelfverzonnen personage, en dat pakt verrassend goed uit. Wraak en gerechtigheid zijn uiteindelijk een privilege van de rijken en machtigen, laat Barker haar denken. ‘Slavinnenmoeders mochten al blij zijn als ze in leven bleven – en ook dat kregen ze lang niet allemaal voor elkaar.’ Barker gunt deze slaafgemaakte een happy end, want waarom ook niet?
Nu de bekende koninginnen en prinsessen veelal feministisch ‘gefixt’ zijn, snakt het genre naar andere personages, nieuwe invalshoeken. Ralph Hardy koos al in 2016 een posthumaan perspectief voor zijn kinderboek Argos, over de hond van Odysseus. Daar kun je om gniffelen, maar zo’n keuze is wél origineel en – goed uitgevoerd – in staat om lezers met een schok tot nieuwe inzichten te brengen, misschien zelfs hun wereldbeeld bij te stellen. Dan zijn hervertellingen op hun best.
Jacqueline Klooster: Medusa in de spiegel – Wat mythen ons vertellen over wie we zijn. Athenaeum; 304 pagina’s; € 24,99.
Evelien Bracke: Leidraad door het labyrint – De macht van klassieke mythen in onzekere tijden. Academia Press; 256 pagina’s; € 24,99.
Pat Barker: De reis naar huis. Uit het Engels vertaald door Edith Bosch. Ambo Anthos; 320 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant