Tijdens een rondje op de racefiets verongelukte Annemieke, de eerste en tot dan toe enige liefde van Arno. Hij voelde zich lang schuldig over haar dood, maar vond zijn levensvreugde en zijn veerkracht terug.
interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine
Arno Schartman (63, gepensioneerd ict-directeur): ‘Tien dagen na Annemiekes dood ben ik weer gaan werken, want de zaak was de enige plek waar ik haar niet miste. Ik heb mijn collega’s mijn gebruiksaanwijzing gegeven om iedereen ongemakkelijk getroost te besparen. Heb je me het afgelopen jaar minder dan vijf keer gesproken? Dan hoef je niks te zeggen. Zie je me in tranen? Laat het zijn. En kom niet vertellen wat jij hebt meegemaakt – wat moet ik met een zwager van 83 die gestorven is?
‘Op woensdag 2 juni 2021, het was coronatijd, had ik zin om een rondje te maken op de racefiets. Annemieke zat nog achter haar laptop, maar ik drong aan: ga nou mee, het is mooi weer. Twee uur later is ze verongelukt. Op precies dezelfde plek naast het riviertje de Gein waar we twee dagen eerder hadden gepicknickt met een salade en een glas rosé. Een smal weggetje is het, waar een blauwe bestelbus ons tegemoet reed. Ik remde. Annemieke, achter mij, viel en werd overreden. Er kwamen mensen uit hun bootjes, er kwam een traumahelikopter, ik kan het hele circus niet meer terughalen, maar de trauma-arts zei: ik moet u melden dat uw vrouw is overleden. Ik wist het al, ik had het al gezien.
‘We waren 38 jaar samen. Onze drie kinderen waren toen 29, 27 en 23, die kwamen die avond meteen naar huis. Dan zoek je een begrafenisondernemer, geen idee meer of ik dat heb gedaan of de beste vriendin van Annemieke, die er inmiddels ook was. Iemand heeft mijn schoonouders gebeld. Annemiekes zus was een jaar eerder overleden. Zij verloren twee dochters in twee jaar tijd.
‘We hadden elkaar als studentjes leren kennen, in Deventer. Zij was 19 en ik was 21, elkaars eerste liefde, we zijn tot het ongeluk elkaars enige bedpartners geweest. Ik zat in Havelte voor mijn militaire dienst toen zij in een kraakpand in Utrecht ging wonen, daarna werd het Andijk. Huisje, boompje, beestje, meubels, kat: ons eerste kind werd daar geboren, vervolgens kwamen er hier, in Uithoorn, nog twee. We kregen allebei een drukke baan. Ik ging voor mijn werk een cursus persoonlijke ontwikkeling doen bij de Baak. Daardoor gingen we ook thuis vragen stellen. Rennen we onszelf niet voorbij in de hectiek? Spelen we vadertje en moedertje, wat is er van onszelf over?
‘Dat is een mooi proces geweest. We hebben ayahuesca gedaan, Annemieke iets minder dan ik, en een cursus Presence Proces om bewuster in het leven te staan. We zijn onze angsten en gevoelens meer gaan uitspreken, we zijn echt samen gegroeid. Een fase later, toen de kinderen uit huis waren, was alles helemaal goed. Er was geen competitie meer die je nog wel hebt als je jonger bent, geen gedoe meer over wie er aan de beurt is om de boodschappen te doen. Annemieke kon zeggen: pak maar een rugzakje in, we gaan de Elfstedentocht fietsen, en dan vertrouwde ik haar dat dat een goed plan was. We zijn zelfs naar Avignon gefietst met z’n tweeën. ’s Ochtends wisten we niet waar we ’s avonds zouden slapen. Dat maakte ook niet uit, het kwam altijd goed.
‘Dat harde werken meteen weer na haar dood, dat was wegstoppen, niets hoeven voelen. Had ik dat niet gedaan, dan was ik met een fles drank op de bank geëindigd. Maar een half jaar later bleek ik blaaskanker te hebben, en toen die na een operatie weg was, realiseerde ik me: ik moet gaan léven. Toen ben ik met werken gestopt. Het kon financieel, en ik wist inmiddels wel dat die flauwekul met it-systemen niet het belangrijkst is na zo’n levensgebeurtenis. Bovendien wilde ik me vrij voelen in deze nieuwe levensfase, gewild, ik heb me ingeschreven op een datingsite. Ik was helemaal in voor een spannende ontdekkingstocht, maar ik bleef al aan mijn eerste vriendin, Annet, plakken. Een heel lieve, sprankelende vrouw, die er goed mee kon omgaan dat ik, logisch, nog voor een groot deel in beslag werd genomen door het verdriet om Annemieke. Ik vergeleek Annet ook onbewust met haar. Fietsten we heuvelaf en trapte ze op de rem, dan zei ik: is er iets met je fiets? Annemieke was een bikkel, die stoof mij altijd voorbij, dat voorzichtige vond ik maar getrut. Dat we na een jaar uit elkaar gingen, lag niet aan haar, maar aan mij. Ik heb haar, zie ik achteraf, niet echt een kans gegeven.
‘Maar ik kreeg wel mijn levensvreugde terug, en mijn veerkracht; hoe erg ik Annemieke ook miste, ik merkte dat ik nog best goed in de markt lag. En ik had inmiddels EMDR-therapie gehad om met het schuldgevoel om te gaan, dat bracht ook verlichting. Want natuurlijk voelde ik me verschrikkelijk schuldig: ik had Annemieke overgehaald om mee te gaan fietsen, ik stelde een groter rondje voor dan ze eigenlijk wilde, ik remde voor dat busje, waardoor zij viel. Mijn schoonouders, de kinderen, iedereen kon zeggen: dat is onzin, maar het heeft lang heel zwaar op me gedrukt.
‘Wat ook geholpen heeft: ik ben gaan zwemmen in de Amstel. Drie, vier keer per week, het jaar rond, om zes uur ’s ochtends. Ook als het donker is, ja, ook als er ijs ligt. Ik fiets er in mijn badjas heen, steek mijn kop onder water en na afloop voel ik dat ik er bén. Mediteren heb ik ook gedaan, soms met muziek erbij om te kunnen huilen. Ik heb een soort nieuwsbrief gemaakt, per app, om bij onze beste vrienden mijn hart te luchten. En ik heb ‘op de korrel bij de borrel’ geïntroduceerd voor de kinderen en aanhang: eens per twee weken borrelen en eten we samen en bespreken hoe het gaat.
‘Het gaat goed, ik geef mijn leven momenteel een dikke 8. Ik heb nu een fantastische nieuwe vriendin, via een bureau dit keer, dat heel zorgvuldig een goede match maakt. En erbij zegt: niet te snel oordelen, ga rustig wandelen samen, geef het de tijd. Dat was goed, want ik ben nogal van himmelhoch jauchzend en zum Tode betrübt, en na een rustig begin zijn we samen supergelukkig. Zij is ook haar partner verloren, we herkennen veel in elkaar.
‘Ik word ook nog voor het eerst opa en ik ga verhuizen, naar Deventer, weg onder de rook van Schiphol vandaan, naar een groen deel van het land waar meer is dan dat fucking raaigras. Ik verheug me erop om daar in de stad op een terras ’s ochtends koffie te drinken met de krant erbij. Let wel, ik zou zó terug willen naar vier jaar geleden, maar niemand heeft er iets aan als ik ga zitten jammeren. Ik heb een netvliesscheuring gehad en staar, en daarom sinds kort twee implantaten. Ik heb nieuwe ogen, letterlijk, voor mijn nieuwe leven. Ik moet er weer iets van maken, en dat lukt me ook. Ik heb een snoepje van een camper gekocht, ik heb een voedselbosje in de buurt van Deventer. Een oude vriend van me komt er toevallig ook wonen. De seizoenskaart voor Go Ahead is al besteld.’
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant