Home

‘Op een volhardende, bijna gestoorde manier waren we verslaafd aan ‘ons’’

Na tien jaar samen zijn Rosa en haar vriend nog steeds verliefd. Hun aantrekkingskracht is zo onmiskenbaar dat mensen op straat stilstaan als ze hen samen zien. Maar buiten dat zijn er vooral de verschillen.

is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.

Rosa (33): ‘Die zomeravond in 2023 zaten we in een cocktailbar. Ik had een strak topje aangetrokken omdat ik wist dat hij dat mooi vond staan. Zelf had hij ook zijn best gedaan en juist wijde kleren aan, omdat ik daar weer meer van houd. Wat ben je ongelooflijk knap, dacht ik toen ik bij hem aan tafel schoof. Het was alsof er iets aan hem was veranderd sinds ik hem een paar weken geleden voor het laatst had gezien. Alsof hij meer ontspannen was, bevrijd bijna.

‘Eerder hadden we het per app uitgemaakt, maar appen geldt natuurlijk niet. Wanneer je een relatie na tien jaar uitmaakt, moet je elkaar in de ogen kijken. De cocktailbar was niet een plek die ik uitgekozen zou hebben, maar het was oké. We bogen ons dicht naar elkaar, ik zag ieder klein haartje op zijn gezicht en zoog zijn woorden op en hij de mijne. In woorden waren we altijd goed geweest. Niet in praten, wel in het bezingen van onze liefde. Zolang we maar zeiden dat we voor altijd samenbleven, dachten we, was dat ook zo. Zolang we elkaar maar complimenten maakten, kon wat wij hadden nooit stuk.

‘Maar gedeelde interesses, belangstelling voor elkaars werk en familie, was er niet zo veel. Buiten onze aantrekkingskracht die maakte dat mensen op straat stilstonden als ze ons samen zagen, waren er vooral de verschillen. De een gaf bijvoorbeeld de voorkeur aan kalme familievakanties zonder bereik en de ander aan bruisende stedentrips, de een aan kaarslicht, de ander aan spaarlampen. We geloofden heilig dat liefde krachtiger is dan het banale. Hoe konden ordinaire details als een vakantiebestemming nu zwaarder wegen dan het verlangen naar levenslange liefde?

Vooral goed in verliefd zijn

‘De ober bracht ons cocktails en zalm. We zaten verstrengeld alsof er nog steeds een toekomst bestond, nog steeds verliefd, nog altijd gek op elkaar – dat was allemaal niet veranderd. De lichtheid die ik in hem meende te bespeuren, was echt. Misschien omdat we voor het eerst hadden durven toegeven dat wij vooral goed waren in verliefd zijn, niet in al het andere wat meestal volgt op verliefdheid. We vertelden elkaar vaak dat we elkaar misten, van elkaar hielden, maar wat het precies was waarop onze liefde gebaseerd was, wisten we niet. Hij gaf me graag kusjes en knuffeltjes als ik thuiskwam van mijn werk, maar zodra ik terug begon te praten, werd hij stil en vluchtte terug naar zijn eigen wereld en zijn laptop. Alsof het ideaalbeeld dat hij van me had, verstoord werd zodra ik mijn mond opendeed.

‘We wilden zo graag dat het werkte, we hebben zo ons best gedaan bij elkaar te passen. Op een volhardende, bijna gestoorde manier waren we verslaafd aan ‘ons’, aan de enorme energie die vrijkwam als we samen waren. We waren twee dwarrelaars in dezelfde studentenstad. Voor anderen gesloten deuren gingen vanzelf open, in volle koffietentjes was er voor ons altijd plek en regels werden buigzaam. Toen ik mijn bachelor rechten bijna niet haalde, hielp hij me met het schrijven van mijn scriptie en in de jaren daarna nam ik zijn gedrevenheid over.

‘Discussiëren deden we wel, maar we probeerden elkaar niet echt te begrijpen. Hij zei eens: met al dat praten rakelen we maar onbelangrijke dingen op en komen we niet vooruit. En vooruit wilden we. In volle vaart. Niet stilstaan. Een pas op de plaats zou ons weleens op andere gedachten kunnen brengen. We moesten bezig blijven. En toch, toen ik op een dag zei dat ik wel wilde trouwen, kinderen krijgen wellicht, reageerde hij tegendraads, zoals wel vaker als ik iets wilde, alsof hij altijd iets anders wilde willen dan ik. Ineens dacht ik, of nee, het was geen gedachte maar eerder een besef dat me niet meer zou loslaten: maar wacht even, als jij nu twijfelt, mag ik het ook. Ik vond het altijd lastig als hij zei dat ik zijn leven mooier had gemaakt, daarin school ook de plicht voor hem te zorgen. Maar als dat niet meer gold, hoe kon mijn leven er dan uitzien?

Geen andere mensen nodig

‘Ik kom uit een veeleisende familie waar je geacht wordt te kunnen toerskiën en mee te praten over politiek, waar afval scheiden een aangeboren kenmerk is. In het weekend ga ik graag op de fiets naar mijn ouders en maak ik dingen met mijn handen – ik naai en knutsel, geef oude spullen een nieuw leven. Hij verzette zich tegen dat milieu. ‘Op het moment dat ik de kamperende wandelaar wordt waar Roos zo van houdt, wil ze me niet meer’, zei hij weleens. Van duurzaamheid werd hij baldadig en met opzet gooide hij een gebroken glas in de vuilnisbak. We hadden geen gezamenlijke vriendenkring en als ik met mijn hele familie in de zomer naar Zuid-Frankrijk ging, kwam hij nukkig en chagrijnig hooguit drie dagen langs.

‘Maar, zeiden we tegen elkaar: de omgeving telt niet, wij zijn zo introvert, wij hebben geen andere mensen nodig. Dus verhuisden we naar het buitenland. Over een vriendin van me zei hij: ‘zo, die hebben we nu wel vaak genoeg gezien’, maar achteraf denk ik dat hij bang was voor contact met andere vrouwen omdat die hem op andere gedachten zouden brengen over mij. Nu, na onze breuk, is zijn vriendenkring verdubbeld.

‘We hielden elkaar tien jaar gegijzeld, in vrolijkheid en pijn. Nu pas zie ik hoe we passie verwarden met wederzijdse betrokkenheid, we raakten verstrikt in een spagaat waarin we probeerden die ene exclusieve persoon voor de ander te zijn, en ons tegelijkertijd tegen diezelfde ander afzetten. Een keer hadden we na een geweldig etentje tijdens een vakantie krijsende ruzie toen hij een taxi terug wilde nemen en ik per se te voet wilde.

‘Halverwege de cocktailavond ging ik naar de wc, toen er een oudere man naar me toe kwam. Hij zei: mijn vriend en ik zitten al een tijdje naar jullie te kijken, we hebben nog nooit een stel gezien dat zo verliefd is, dat zo goed bij elkaar past als jullie. Voor ons zijn jullie het bewijs dat echte liefde bestaat. Ik keek hem aan en begon ineens te huilen. ‘Het is uit’, zei ik, ‘we hebben het vanavond definitief uitgemaakt.’ Hij sloeg een hand voor zijn mond en ik bedacht me hoe onbeschrijfelijk mooi romantische relaties kunnen zijn, maar ook hoe verdomd ingewikkeld. Liefde alleen is niet genoeg.’

De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Rosa gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

OPROEP

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next