Home

Een regeerakkoord voor het kabinet met Yeşilgöz en Timmermans: zo moet dat eruitzien

is econoom en publicist.

VVD-leider Dilan Yeşilgöz heeft deze week de PVV uitgesloten van toekomstige regeringsdeelname; GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans kreeg ruim mandaat voor de fusie op links; de twee partijleiders moeten zich daarom gaan opmaken voor samenwerking in het middenkabinet, dat na de verkiezingen in oktober in elkaar geschroefd gaat worden. Met het CDA. Met D66. En/of met een kleinere partij.

De verkiezingsuitslag bepaalt of het een kabinet-Yeşilgöz-Timmermans wordt; of Timmersmans-Yeşilgöz. Misschien wordt het CDA van Henri Bontebal wel de grootste partij. Dat is óók prima, zolang we maar koersen op een samenwerking van serieuze, democratische partijen uit het midden.

Laten we, tot het zover is, plannen maken voor dit middenkabinet. We nemen belangrijke (economische) onderwerpen en schetsen de hoofdlijnen van de maatregelen die het kabinet moet nemen. Liefst: doelgericht, effectief, efficiënt.

Het midden, laten we het schrijven zoals het is, heeft de afgelopen jaren niet ‘geleverd’, wat mede de reden is dat populistische partijen de Tweede Kamer hebben kunnen bestormen. Om dit keer wél te kunnen leveren, achterstallig onderhoud te plegen, moeten de middenpartijen in hun coalitie positieve compromissen sluiten.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl

Het onderwerp dat met stip op één staat in het regeerakkoord is: funderend onderwijs. Vreemd genoeg is het onderwerp verdwenen uit veel ‘crisislijstjes’ – waar dingen als mest, stikstof en woningbouw wél op staan. Nochtans zijn de lees- en rekenprestaties van jonge kinderen in Nederland niet verbeterd. Sterker: de teloorgang van het funderend onderwijs zet onverminderd door. Een op de drie 15-jarigen is, na elf jaren in de klas te hebben gezeten, functioneel analfabeet. Dit legt niet alleen een hypotheek op hun leven; het is ook een maatschappelijk en economisch probleem. Voor een florerende economie en samenleving zijn goed opgeleide mensen een basisvoorwaarde.

Het doel? ‘Het kabinet keert het tij in het funderend onderwijs.’ Zo’n soort zin stel ik me voor als begin van de onderwijsparagraaf in het regeerakkoord. ‘Na 25 jaar van gestage achteruitgang in de lees- en rekenprestaties van leerlingen, forceert dit kabinet een trendbreuk. We gaan weer voor- in plaats van achteruit!’

Hoe? De kern van de zaak is dat onderwijsinstellingen gedisciplineerd moeten worden. Scholen zijn geen marktpartijen (waar het risico op een faillissement de bedrijfsleiding alert houdt), ze zijn ook geen overheidsorganisaties (waar ministers en Kamerleden directe bemoeienis mee hebben), maar maatschappelijke organisaties (stichtingen, verenigingen) die met belastinggeld worden bekostigd. Die bekostiging is (in het primair onderwijs) bijna twintig jaar geleden sterk versimpeld en deze zogeheten lumpsum-bekostiging is volgens menig criticus de oorzaak van de problemen. Ik denk dat deze analyse onjuist is.

Het is niet de betaling die het probleem is, maar de lage eisen die worden gesteld aan de ermee bekostigde dienstverlening. Als een derde van de kinderen na elf volle schooljaren functioneel analfabeet is (en, voor de goede orde, net zo beroerd rekent), wat heb je dan als sector zitten doen de hele tijd?

Het keren van het tij gaat dus eerst en vooral om het opnieuw benoemen van de eisen die de overheid stelt aan de dienstverlening van scholen. Betalen via een lumpsum is prima. Maar welke prestaties moeten scholen leveren om (blijvend) voor die bekostiging in aanmerking te komen? Daarover volgende week.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next