REGIO - In Nederland zijn nog een paar piepkleine tankstations. Sommige daarvan staan middenin een woonwijk. Ook bij ons in de buurt zie je ze nog wel eens. Hoe weten zij te overleven tussen alle grote merken?
'In totaal zijn er in Nederland ruim 4100 tankstations. Ik schat dat zo'n 200 à 250 daarvan van die kleintjes zijn', zegt André Braakman. Hij is van Drive, 'de belangenbehartiger van energiestationretail in Nederland'. Een club waar dus ook de tankstations onder vallen.
'Ze zijn vaak begonnen als de kolenboer om de hoek. Die ging later ook petroleum verkopen en toen de auto's kwamen, werd er ook brandstof verkocht', verklaart Braakman. En zo ging het precies in Loosduinen, bij de pomp van Hans Krekt.
Die bestaat al sinds de jaren zestig en Hans is er sinds december 1986 eigenaar van. 'Vroeger kwam iedereen hier met een kannetje van vijf liter voor zijn petroleumstelletje. Lieten ze er lekker vlees op sudderen', blikt hij terug.
'Dit was een kolenboer, autoverhuur, en benzinepomp. Die laatste is er nog steeds en ik doe ook banden. Nieuwe banden, banden wisselen. Maar de hoofdmoot is toch wel benzine.' Tegenwoordig kun je bij zijn benzinestation, middenin een woonwijk aan de Oranjewoudstraat, alleen digitaal betalen bij de pomp.
Is dat niet saai? 'Nee hoor, als de mensen een praatje willen maken, of ik wil dat zelf, dan kan dat nog prima', zegt Hans. Dat zijn pompen in een woonwijk staan, vindt hij niet lastig. 'Nee hoor, we zitten hier al zolang. De buurtbewoners weten dat ik hier zit, die hebben weinig reden om te klagen.'
Ook met de aanvoer van brandstoffen door een grote tankwagen is er geen probleem. 'Nee hoor, en we houden ook gewoon rekening met de school aan de overkant.' Plannen om ermee te stoppen heeft Hans nog niet. 'Nee joh, ik heb een jonge vrouw. Die zegt: blijf jij maar lekker aan het werk', lacht hij.
Ruim veertig kilometer verderop zit de sfeer er ook goed in, bij het Formule 2-tankstation in Sassenheim. We hebben er afgesproken met Gerrit Zwiers en Richard de Groot. De inmiddels 55-jarige garagist Gerrit liep jarenlang als pompbediende naar buiten zodra er iemand moest tanken.
'Stond ik net lekker te sleutelen met mijn handen in het vet, kwam er weer eentje tanken voor 15 gulden', herinnert hij zich. Op de vraag of hij dat mist, klinkt een resoluut nee. 'Ah joh, ik ben nu met pensioen. Ik scharrel nog een beetje rond. Want ik heb geen geraniums en auto's zijn mijn hobby.'
De sfeer bij het bedrijf, dat ooit ook als oliehandeltje en kolenbedrijf begon, lijkt in al die jaren weinig veranderd. Er worden wat grappen gemaakt, klanten die voor de garage komen worden persoonlijk herkend en er loopt een hond vrolijk los. We kunnen dus duidelijk spreken van een ouderwets gemoedelijke sfeer.
Richard is de grote baas (DGA) van Formule 2. Hij legt uit waar de naam vandaan komt. 'Vroeger had je zo'n pompje. Je tankte dan de auto vol, deed nog even de banden, controleerde de olie en de ruitenwisservloeistof. Dat was onze formule. We verkochten ook sigaretten, hadden een wasstraat, alles bij elkaar.'
Maar toen gooide wetgeving roet in het eten. 'Vroeger zette je dat tankpistool vast en dan maakte je in de tussentijd een praatje en controleerde de banden. Hij sloeg dan af als de tank vol zat. Maar dat vastzetten mocht niet meer. En toen kwamen de onbemande pompen op.'
Dat past precies in de nieuwe formule, zegt Richard: 'Ja, dat is dus onze tweede formule. Zo min mogelijk doen. Vandaar Formule 2. Het heeft ook met vergunningen te maken.' Naast de kleine pomp in Sassenheim heeft zijn bedrijf er ook nog een in Hillegom en in Noordwijkerhout.
Opvallend: al die kleine pompjes, ook die in Den Haag van Hans, zijn veel goedkoper dan de grote jongens. Hoe kan dat? Richard: 'We houden de kosten laag. Ik rijd zelf op de tankauto naar Rotterdam. Daarmee ben ik een van de weinigen in Nederland.'
Is dat dan wel rendabel? Je zou tenslotte verwachten dat grote afnemers ook grotere korting krijgen. 'Nee, dat gat wordt steeds kleiner', zegt Richard. 'En we draaien hartstikke goed. Niet alleen vanwege de prijs, maar ook door het vertrouwen. Mensen kennen Gerrit en ze gunnen het ons.'
Veel groter gaat zijn vestiging in Sassenheim, nu drie pompen, niet worden. 'Nee hoor, daarvoor is geen ruimte. En we willen ook rekening houden met de buren. Daarom zijn we ook 's nachts dicht, en op zondag.' Voor verhuizen - ook deze pomp zit middenin een woonwijk - staat Richard wel open. Maar dat noemt hij 'een moeilijk verhaal'.
Even terug naar de branchevereniging. Hoe zien zij de toekomst van de kleinere pompen? 'De komende twintig, dertig jaar is nog fossiele brandstof nodig', verklaart André Braakman. 'Dus dan vervullen ze nog steeds een functie.'
Maar dat is geen garantie dat ze ook open kunnen blijven. Braakman: 'Wat wij zien is dat het aandeel elektrisch aangedreven auto's toeneemt en dat men zich ook daarop moet voorbereiden. Voor nu gaat dit nog het goed, evenals de verkrijgbaarheid van brandstof. In de toekomst gaat dit veranderen en vraagt dit mogelijk om investeringen.'
Ze kunnen makkelijk aan brandstof komen en hebben veel minder overheadkosten. En daar is dan de 'maar'.
'Als er iets vervangen moet worden, dan zijn er vaak behoorlijke investeringskosten en gaan ze overwegen, doorgaan of stoppen. En soms hebben zonen of dochters ook geen zin om de boel over te nemen. Daarnaast kan de gemeente ook nog moeilijk doen met vergunningen. En bij nieuwbouw moet er gesaneerd worden.'
'Vaak zijn het zeer flexibele familiebedrijven, waar de ouders nog eigenaar zijn en die zich kenmerken door lage beheerskosten. Want de grond en het station zijn dan hypotheekvrij, dus het kan best aardig renderen.' Daarom zullen de kleinere pompen voorlopig ook niet helemaal uit het straatbeeld verdwijnen, zegt Braakman.
'Ik denk wel dat het aantal kleinere pompen gaat afnemen. Maar we zien de afgelopen jaren ook dat een aantal grotere partijen steeds vaker ook kleinere stations overneemt. Dus dan blijven ze wel bestaan, maar dan als onderdeel van een groter geheel en worden ze aangepast aan de nieuwe vraag naar energie voor mobiliteit.'
Source: Omroep West Den Haag