Na de val van het kabinet, bijna twee weken geleden, lijkt het debat over de koers van de VVD te zijn begonnen. Binnen de partij, die zaterdag haar congres houdt, zwelt de roep om verandering aan.
Moet de VVD haar de liberale principes niet weer als uitgangspunt nemen? Moet de democratie niet expliciet worden omarmd? Moet de PVV niet definitief worden afgezworen als coalitiepartner? Kritische leden overwegen op het partijcongres zaterdag in Utrecht moties in te dienen die het populisme moeten indammen.
Het Hilversumse VVD-gemeenteraadslid Haitske van der Linde beklaagt zich in een open brief aan de partijleiding over een gebrek aan ‘moreel kompas’. Ze hekelt de ‘fastfoodpolitiek van kekke slogans op social media, die de valse indruk wekken dat er simpele oplossingen bestaan voor de complexe opgaven waar we in ons land en in de wereld voor staan.’ Ze noemt de rechtse koers die partijleider Dilan Yesilgöz na de val wil blijven varen ‘strategisch wellicht bruikbaar, maar intellectueel leeg’.
Dit voorjaar zei voormalig partijleider Klaas Dijkhoff in een interview met het blad Maarten al dat de relevante politieke tegenstelling niet meer die is tussen links en rechts, maar tussen democratische en ondemocratische partijen. Hij vindt dat de VVD na de volgende verkiezingen ‘een alliantie’ moet vormen met GroenLinks-PvdA.
Dus de druk groeit om het anders te gaan doen. Die bezorgdheid is historisch gefundeerd. Zoals de politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt beschrijven in hun boek How Democracies Die, is het altijd gematigd rechts geweest dat radicaal- of extreemrechtse regeringen mogelijk maakt. Op zichzelf zijn extremisten nooit in de meerderheid.
Maar voor moties is geen tijd meer, volgens een van de kritische leden: het bestuur houdt vast aan de indientermijn die twee weken voor het congres (dus nog voor de val van het kabinet) is verstreken. En als Yesilgöz na een week aarzelen aankondigt dat zij de PVV voortaan uitsluit als coalitiepartner, lijkt ze de critici de wind helemaal uit de zeilen te hebben genomen.
Toch is daarmee de kou niet uit de lucht. Yesilgöz distantieert zich niet van de PVV vanwege de antidemocratische tendensen, maar alleen omdat er niet met partijleider Geert Wilders valt samen te werken. Ze noemt hem in een brief aan alle leden ‘een bange leider die liever wegloopt voor zijn verantwoordelijkheid’.
Verder is er weinig mis met de samenwerking met radicaal-rechts, is haar boodschap. ‘Dit was een unieke kans op centrumrechts beleid, met een rechtse meerderheid, en die is nu vergooid.’
Met de inhoud van het tienpuntenplan waarmee Wilders de breuk forceerde is zij het helemaal eens. De VVD stemde deze week in met een motie die dat plan nog steeds wil ‘uitwerken’.
Daarentegen schetst ze een karikatuur van GroenLinks-PvdA, de centrumlinkse partij die in theorie een mogelijke coalitiepartner is. De partij heeft volgens haar te lijden onder ‘links radicalisme’, zou ‘staan te juichen wanneer bedrijven vertrekken’ en zou de ‘werkelijkheid ontkennen’ van het migratie- en integratieprobleem. ‘Er wordt geëist dat gewone, hardwerkende Nederlanders hun leven aanpassen naar hoe de radicalen het willen. Dit is niet de beweging die het in Nederland voor het zeggen moet krijgen.’
Bij het programma Nieuws van de Dag beaamt ze zelfs de ongefundeerde beschuldiging van Telegraaf-verslaggever Wierd Duk dat ‘een smaldeel’ van de partij ‘antisemitisch’ zou zijn.
Daarmee gaat Yesilgöz verder met het uitvergroten van de tegenstellingen tussen centrumlinks en centrumrechts, een route die ze drie jaar geleden inzette toen ze in de HJ Schoo-lezing ‘wokisme’ tot groot gevaar voor de samenleving bestempelde. De kennelijke poging om de emancipatie van achtergebleven groepen zo te diskwalificeren, heeft mede de afkeer aangewakkerd die nu onder grote delen van de VVD-achterban heerst jegens centrum-links.
In die afkeer klinken echo’s door van de Amerikaanse polarisatie die elke politieke samenwerking tussen Republikeinen en Democraten onmogelijk heeft gemaakt. Het vijanddenken is uitgemond in ‘negatieve partijdigheid’: de helft van de Amerikanen heeft door vooral rechtse propaganda geleerd de Democraten te haten, en stemt dan maar op de andere partij. Dat staat grotendeels los van de agenda.
Die dynamiek, versterkt door partijdige media, leidt tot verdere radicalisering. Elke redelijkheid, elke toenadering is bij voorbaat verdacht. Onder Donald Trump, die de Democraten ‘het kwaad’ en ‘de binnenlandse vijand’ noemt, zijn gematigde Republikeinen nagenoeg uit de partij verdwenen. Ook binnen de VVD zegden gematigde leden hun lidmaatschap op.
In Nederland leek het coalitiestelsel een buffer tegen binair denken, met partijen die alle tinten van het politieke spectrum bevolken. Maar Yesilgöz bewijst nu dat dat geen garantie is tegen polarisatie. Juist vanwege de dreigende coalitievorming met andere centrumpartijen drijft zij de VVD naar een radicalere positie.
Het thema migratie is daarvan de exponent. Dat dit een belangrijk thema is, staat buiten kijf. Maar de populistische manier waarop de VVD het uitvent, met uitvergrotingen, karikaturen, verzinsels en leugens (‘nareis op nareis’) wringt bij een partij die oprecht een land wil besturen.
In haar brief deze week wijst Yesilgöz op oud-partijleider Frits Bolkestein, die in de jaren negentig het taboe op het migratiethema doorbrak, om te suggereren dat de huidige VVD op zijn denken voortbouwt. Maar daarbij lijkt ze drie dingen uit het oog te verliezen.
Ten eerste heeft Bolkestein de VVD geadviseerd om absoluut niet in een kabinet te gaan zitten met de PVV, zo memoreerde de politicoloog en voormalig VVD-adviseur Soumaya Sahla, Bolkesteins geestelijke erfgenaam (volgens zijn biograaf) die een deel van zijn archief bezit, vorige maand tijdens de herdenkingsbijeenkomst voor de overleden liberale voorman. Ten tweede was hij niet anti-islam, maar tegen alle gesloten denksystemen, zei zij in haar toespraak. Ten derde vond hij dat ook arbeidsmigratie onderdeel is van het probleem.
De huidige VVD werkt wél samen met Wilders, een erkend islamofoob, en wil arbeidsmigratie buiten de discussie houden (de eigenaar van arbeidsmigrantenuitzendburau Otto Workforce is een invloedrijke sponsor van de VVD).
De vraag is nu of de ware liberalen binnen de partij zaterdag iets van zich laten horen. Voor het Rotterdamse gemeenteraadslid Erik Verweij, die anderhalf jaar geleden als een van de weinigen protesteerde tegen de deelname van de VVD aan een coalitie met de PVV, is het voldoende dat verdere samenwerking met de PVV nu is uitgesloten. ‘We zijn blij dat het hiermee duidelijk is. We kunnen dit hoofdstuk nu afsluiten.’
Klaas Dijkhoff, die zich heeft teruggetrokken uit de Haagse politiek maar wiens naam wordt gefluisterd als alternatief voor Yesilgöz, is ook tevreden. ‘Yesilgöz is misschien wat kritisch over GroenLinks-PvdA. Maar we hebben de PVV uitgesloten. Dat weegt toch een stuk zwaarder. Dat is de cruciale beslissing.’
Zo lijkt de discussie gesmoord. Zonder dat er veel woorden aan vuil worden gemaakt is de VVD een andere partij geworden.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant