Het demissionaire kabinet breidt de kroongetuigenregeling uit en verbetert de bescherming van getuigen. ‘We creëren de mogelijkheid om met een relatief kleine vis een grote vis te vangen’, aldus minister David van Weel van Justitie.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
De ministerraad heeft vrijdag ingestemd met Van Weels conceptwetsvoorstel. Tot nu toe wordt de kroongetuigenregeling alleen gebruikt voor criminelen die in georganiseerd verband zware misdrijven hebben gepleegd. Als zo’n verdachte of veroordeelde bereid is een verklaring af te leggen, kan het Openbaar Ministerie (OM) met de betrokkene afspreken de voorgenomen of opgelegde straf met maximaal de helft te verminderen.
‘Getuigen is nu vooral interessant voor mensen diep in een organisatie, die met een hoge straf of strafdreiging te maken krijgen’, zegt Van Weel. ‘Maar ik wil ook de kleinere crimineel, met een relatief bescheiden rol in een netwerk, de mogelijkheid bieden om te getuigen. Denk aan de havenmedewerker in een drugsbende. Zo kunnen we informatie krijgen over wie de kopstukken zijn, welke activiteiten zij ontplooien en hoe de geldstromen lopen.’
Daartoe maakt het wetsvoorstel het mogelijk verdachten tegen wie normaal gesproken een gevangenisstraf van maximaal 6 jaar onvoorwaardelijk zou worden geëist, een volledige strafkorting aan te bieden. De straf wordt dan een voorwaardelijke gevangenisstraf voor dezelfde tijd, met een proeftijd van gelijke duur.
‘Het is dus nadrukkelijk niet zo dat we geen straf eisen. We houden een stok achter de deur’, zegt Van Weel. ‘Bovendien moet de verklaring door het OM als zeer belangrijk voor de opsporing van ernstige misdrijven worden beoordeeld. De informatie moet door justitie niet op een andere manier te verkrijgen zijn. En de rechter houdt altijd het laatste woord.’
Het verbreden van de regeling is niet bedoeld om het middel vaker in te zetten, maar om een andere categorie kroongetuigen binnen te hengelen. Wat de bewindsman betreft, blijft een kroongetuige een uitzonderlijk middel dat terughoudend wordt toegepast.
Dat is mede van belang vanwege de grote veiligheidsrisico’s, waarvoor de Kamer bij herhaling aandacht heeft gevraagd. Nog vers in het geheugen liggen de drie moorden rond kroongetuige Nabil B. in het Marengo-proces. Zijn broer Reduan, advocaat Derk Wiersum en vertrouwenspersoon Peter R. de Vries moesten hun betrokkenheid met de dood bekopen.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerde in maart 2023 in een rapport over de beveiligingssituaties rond de drie aanslagen dat ‘het stelsel niet voldoende is toegerust op dreiging vanuit de zware georganiseerde criminaliteit’. De OVV drong aan op betere wetgeving en adviseerde dat een kroongetuigedeal pas openbaar mag worden als de beveiliging van familieleden is geregeld.
Ook de procureur-generaal (pg) bij de Hoge Raad, die toeziet op het functioneren van het OM, kwam in januari 2024 tot de conclusie dat getuigenbescherming een beter wettelijk kader nodig heeft.
Met zijn wetsvoorstel verankert Van Weel de zorgplicht in het Wetboek van Strafvordering. Dat verwijst voortaan naar een nieuwe algemene maatregel van bestuur, het Besluit Getuigenbescherming, met houvast voor de ‘aard, inhoud en duur’ van beschermingsmaatregelen. Ook de rechten en plichten van zowel de te beschermen personen als de staat worden vastgelegd. Het opsporingsbelang mag niet prevaleren, zoals de OVV indertijd concludeerde, maar moet ‘nevengeschikt’ zijn aan de noodzakelijke bescherming.
Voor de financiële afspraken wordt de ruimte van het OM beperkt, om ‘gelijkheid’ tussen beschermingstrajecten te bevorderen. Doorgaans krijgt een kroongetuige een nieuwe identiteit. ‘We bieden de kroongetuige een modaal leven. Het is van belang dat hij niet opvalt in zijn nieuwe omgeving en een doorsnee levensstijl hanteert.’ Dat is anders voor andere getuigen, die risico lopen door een verklaring van een kroongetuige. Zij moeten hun leefsituatie zo veel mogelijk kunnen voortzetten.
Een deal komt pas tot stand als deze niet tot een onmogelijke beveiligingsopgave voor de staat leidt. Die beoordeling, vooraf, is aan de Centrale Toetsingscommissie van het OM en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Van Weel ziet af van onafhankelijke toetsing: die is ‘niet haalbaar en niet wenselijk’.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant