De lezersbrieven, over waarom elk schooldiploma een geweldige prestatie is, het belang van taal rond asiel en migratie, wiskunde en democratie, een drrom waarin mensen elkaar de hand reiken en contact maken, en hoe te onderhandelen met Trump.
In het opiniestuk ‘Beleid moet klassenverschillen gladstrijken’ trof me een zinnetje: ‘De meest welvarende klassen leven in de mooiste buurten.’ Dat fenomeen kent iedereen, elke stad en dorp kent zulke rijke buurten met mooie gebouwen en lelijke arme buurten, vaak met eentonige nieuwbouw.
Helaas is het een situatie die mede blijft voortbestaan door de smaakoordelen van moderne architecten en de machthebbers die met hen meedenken. Uit onderzoek blijkt dat moderne architecten een totaal ander oordeel over schoonheid hebben dan de grote meerderheid van leken, rijk en arm. Maar rijke mensen kunnen het zich veroorloven om mooie oudbouw te kopen als hun inkomen stijgt, terwijl arme mensen in de lelijke nieuwbouw achterblijven.
De culturele elite ontkent dit fenomeen omdat het status heeft om modernistische nieuwbouw goed te vinden. Het zoveelste kale woonblok wordt nog steeds ‘innovatief’ genoemd, ook door mensen die net voor zichzelf een rijk gedecoreerd art-nouveauhuis hebben gekocht.
Uit angst voor conservatisme wordt het bespreken van het wetenschappelijke onderzoek naar esthetische beleving als ongewenst beschouwd door de media en de politiek. Daardoor zullen de armen ook in de toekomst in lelijkheid moeten leven.
Pieter Voogt, Amsterdam
De Indonesische president Prabowo Subianto meent dat oud-kolonisator Nederland 27 biljoen euro onttrok aan zijn land. Hij noemde dit astronomische bedrag om aan te geven hoe belangrijk het is om zijn strijdmacht sterk uit te breiden teneinde nieuwe kolonisatie te voorkomen. Je kunt dit humor noemen als het niet zo triest was.
Indonesië heeft begin jaren zestig namelijk zelf een enorm gebied ingelijfd, daarna met alle middelen gekoloniseerd om ten slotte als wingewest uit te buiten. Ik spreek over westelijk Nieuw-Guinea, waarvan de autochtone bewoners, de Papoea’s, gebukt gaan onder kolonisator Indonesië.
Ruud Nagel, Lelystad
Donderdag was het uitslagdag voor veel middelbare scholieren in Nederland. Zij hoorden dat ze hun felbegeerde diploma eindelijk op zak hebben. De kranten staan vol met stukjes over geweldige prestaties: geslaagd met allemaal tienen, op 14-jarige leeftijd een vwo-diploma behaald, ga zo maar door. En dat ís natuurlijk ook geweldig. Maar ik mis de stukjes over de kinderen die na jaren zwoegen, met zware dyslexie en een vijf voor Nederlands nu tóch geslaagd zijn. Net zo’n geweldige prestatie.
De kinderen die hun examens hebben voorbereid naast het ziekenhuisbed van hun moeder en die nu nog even aan de bak moeten voor een herexamen, maar het hopelijk toch gaan halen. De kinderen die tijdens de examens een dierbaar familielid verloren, maar die de schade hebben weten te beperken en toch slagen. De kinderen die thuis geen plek hebben om rustig te leren, geen ouders die ze kunnen helpen omdat ze de taal of de stof niet machtig zijn, de kinderen die eigenlijk geen ruimte hebben in hun hoofd voor wiskunde, biologie of Engels omdat ze worstelen met hun identiteit of omdat elke dag naar school gaan sowieso een hele opgave is.
Elk diploma is een even geweldige prestatie. Het is heel aantrekkelijk om verhalen te brengen over kinderen die alleen maar tienen halen, natuurlijk. Maar mijn hart gaat uit naar alle leerlingen met een eindlijst vol vijven, zessen en zevens, die er vaak minstens zo hard voor gewerkt hebben. Hopelijk krijgen zij van hun omgeving de waardering die zij verdienen.
Heleen Prins, docent Nederlands en mentor, Zwolle
Een paginagrote advertentie riep ons deze week op om morgen weer naar Den Haag te komen om nogmaals te demonstreren tegen het genocidale geweld door Israël. Ik zou heel graag gaan, maar ik heb andere verplichtingen. Waarschijnlijk zijn er veel meer zoals ik.
Laten wij als ‘thuisblijvers’ een rode doek uit het raam hangen om daarmee onze solidariteit met de demonstranten te tonen. Niet alleen Den Haag, maar heel Nederland kleurt dan rood!
Marjan Dijk, Groningen
In het artikel ‘Jongeren ervaren duidelijk minder klimaatstress’ slaat het haakje met Greta Thunberg — wier ‘aandacht voor het klimaat lijkt te verslappen’ omdat ze zich inzet tegen de genocide op Palestijnen — de plank behoorlijk mis.
De eerste twee maanden van de Gaza-oorlog veroorzaakten al evenveel uitstoot als wat twintig klimaatkwetsbare landen samen in een jaar produceren. Menselijk leed en menselijke invloed op klimaatverandering gaan helaas hand in hand.
Het was Alexander von Humboldt die al in 1799 (!) veronderstelde dat kolonialisme en de bijbehorende plantages hele ecosystemen aantastten. Deze kennis hadden we dus al 226 jaar geleden in handen. En nu kijken we kritisch naar de klimaatstrijdvaardigheid van Nederlandse jongeren? Hun toenemende nihilisme is verdrietig, maar zou geen verrassing moeten zijn.
Vervolgens Thunberg in het artikel afdoen als ‘klimaatmeisje’ is pijnlijk veelzeggend. Hoe verwacht je dat jongeren zich inzetten voor het klimaat, als zelfs de 22-jarige Thunberg — die klimaatbewustzijn onder jongeren heeft versterkt, aanwezig is bij meerdere protesten in verschillende landen en aandacht vraagt voor het gebrek aan humanitaire hulp in Gaza — nog steeds door journalisten wordt aangesproken als ‘meisje’?
Anna de Keijzer, Voorschoten
Natuurlijk gaan de jongeren, als groep, de aarde niet redden. Jongeren zijn ook maar de middelbaren van de toekomst. De jongeren van het verleden wilden ook van alles, en dat hebben ze (we) ook niet waargemaakt.
Wat wel opvalt is dat ‘klimaatzorgen’ vooral wordt gezien als een individueel probleem, met de bijbehorende schuldvraag. Eet je nog vlees? Ga je met het vliegtuig? Scheid je plastic, hoe lang douche je? Het verbaast me niks dat jongeren zich daarvan afkeren, gelijk hebben ze.
Wat jongeren (en oudere jongeren) veel beter kunnen doen is verstandig stemmen. Op partijen die echt grootschalig klimaatbeleid gaan maken en uitvoeren. Het elektriciteitsnet opschalen. Sleepnetvisserij en diepzeemijnen verbieden. De bio-industrie aanpakken. Bos planten. Ontwikkelingshulp om lokale landbouw en natuurbeheer te stimuleren. Wereldwijde regels en sancties voor vervuilende bedrijven.
Stem op partijen die het klimaat bovenaan hebben staan en vier tegelijk het leven, zonder schuldgevoelens. Yolo.
Jelle van Dijk, Utrecht
Na de val van het kabinet zijn de voormalige PVV-portefeuilles opnieuw verdeeld, waaronder die van Asiel en Migratie. Afgelopen week zei politiekverslaggever Arjan Noorlander bij Nieuwsuur: ‘We zullen zien wie de strijd gaat winnen om sier te maken met asiel en migratie.’
Dit is geen neutrale opmerking, integendeel. De suggestie dat partijen ‘sier willen maken’ met dit dossier impliceert dat het asielbeleid wordt ingezet als middel om politieke winst te boeken. Alsof het gaat om een trofee in plaats van een uiterst gevoelig en menselijk vraagstuk. Het lijkt daarbij te hinten op het alsnog uitvoeren van de plannen van Marjolein Faber, met als doel de kiezer te verleiden met het strengste asielbeleid ooit.
Zulke formuleringen dragen bij aan een normalisering van hardvochtig beleid en onttrekken morele urgentie aan het debat. Woorden doen ertoe. Daarom een dringende oproep aan journalisten en politieke duiders: wees je bewust van je taalgebruik — bedoeld of onbedoeld. De woorden die we kiezen sturen de manier waarop het publiek denkt en voelt over complexe thema’s. Dat kan, en móét, zorgvuldiger.
Noelle Aarts, Nijmegen
Misschien nuttig om een journalist eens naar het taalgebruik van politici ter rechterzijde te laten kijken. Mij is opgevallen dat ze regelmatig twee uitdrukkingen gebruiken: ‘Stappen zetten’ en ‘aan de slag gaan’. Linkse politici gebruiken dan ook meermalen de uitdrukking: ‘Stilstand’.
Sicco de Jong, Zuidlaren
Wiskunde is verplicht. Vanaf de basisschool tot diep in het voortgezet onderwijs leren leerlingen rekenen, meten, analyseren. Breuken, vergelijkingen, grafieken — allemaal standaard. Logisch: het is basiskennis. Wie geen wiskundige wordt, doet er later misschien weinig mee, maar niemand twijfelt eraan dat het onderwijs deze bagage moet meegeven.
Democratie daarentegen krijgt een jaar. Misschien twee. In het vak maatschappijleer komen begrippen als rechtsstaat, verkiezingen en grondwet voorbij. Daarna verdwijnen ze uit beeld. Er komt geen vervolg, geen verdieping, en zeker geen herhaling. Dat is vreemd. Want wiskunde kun je loslaten. Wie geen affiniteit heeft met getallen, kiest op enig moment een profiel zonder wiskunde, en later een studie waarin het nauwelijks voorkomt. En dat is prima. Democratie daarentegen laat zich niet uitvinken.
Wie in Nederland blijft wonen, wie stemt of juist niet stemt, wie zich online uitspreekt of juist afzijdig houdt — is onderdeel van dat systeem. De democratische rechtsstaat is geen vak, maar een feit. Juist daarom is het opvallend hoe weinig structurele aandacht ervoor is in het onderwijs.
Terwijl onze samenleving steeds complexer wordt — met versnipperde politiek, Europese besluitvorming, sociale media en wantrouwen in instituties — blijft ons onderwijs steken bij een basislesje ‘hoe een wet tot stand komt’. Alsof het voldoende is om te weten dát er verkiezingen zijn of hoeveel ‘mensen er in de Tweede Kamer zitten’, zonder te begrijpen hóé de besluitvorming werkt of waarom het zo is ingericht.
Die oppervlakkigheid is niet zonder risico. Als leerlingen niet leren hoe democratische instituties werken, wordt het lastig om ze op waarde te schatten of om ze te verdedigen. In dat vacuüm groeit de aantrekkingskracht van populisme: de roep om directe antwoorden, het wantrouwen jegens de rechter, de suggestie dat ‘de elite’ alles onderling regelt.
Dat wantrouwen is begrijpelijk, maar vaak slecht onderbouwd. Niet omdat mensen niet willen begrijpen, maar omdat ze het nooit goed uitgelegd hebben gekregen. De democratie is geen vanzelfsprekendheid, en ook geen natuurverschijnsel dat zichzelf corrigeert. Het vraagt om kennis, betrokkenheid en het besef dat er een systeem achter zit dat groter is dan verkiezingen. En dat leer je niet in één schooljaar, op jonge leeftijd, zonder herhaling of toepassing.
Wiskunde noemen we onmisbaar; misschien wordt het tijd dat we democratie en dus maatschappijleer op dezelfde manier gaan benaderen. Niet omdat iedereen parlementariër moet worden, maar omdat niemand buiten de democratie leeft. Zelfs wie besluit zich er niets van aan te trekken, stemt uiteindelijk toch mee — zij het stilzwijgend.
Isabelle de Rooij, Tilburg
Ik heb een droom. Dat mensen niet langer tegenover elkaar, maar naast elkaar staan. Elkaar de hand reiken en contact maken, zonder angst, afkeer en wantrouwen. Niet alleen de slechte dingen benoemen of opgeven over het verleden, maar samen vooruitkijken naar hoe mooi het kan worden.
Ik heb een droom. Dat politici hierin het voorbeeld geven door andere politici uit te nodigen in plaats van uit te maken voor van alles en nog wat. We hebben elkaar nodig om de problemen die te lang vooruitgeschoven zijn aan te pakken.
Ik heb een droom. Dat journalisten niet langer hun pen of microfoon verslijten aan populisten die deze alleen gebruiken om onrust, haat en verdeling te zaaien, zonder de wil problemen op te lossen. En journalisten alleen zendtijd geven aan en verslag doen van initiatieven die deze problemen wel oplossen.
Ik heb een droom. Dat er een brede coalitie wordt gevormd van ‘welwillenden’ die plannen opstellen die haalbaar zijn en mensen weer hoop geven op een betere en rechtvaardige toekomst. Een toekomst waarin iedereen welkom is die daaraan wil en kan meewerken.
We zijn het verplicht aan onze volgende generaties. Als we het willen, kan het. Nu. Samen, hand in hand, staan we op de drempel van een droom.
Roel Beckers, Waalre
Lezer Jaap van Nes is wanhopig op zoek naar de partij die niet bij hem past. De partij die er is voor iedereen. Ik heb goed nieuws voor Jaap. Die partij is er. Het overkomt veel mensen die een kieswijzer invullen. Ze komen uit bij de partij die opereert vanuit het perspectief van de dieren.
Zeer geëmancipeerd. Een partij die nooit ‘pas’ zegt. Het is wel een uitkomst die veel mensen in eerste instantie een ongemakkelijk gevoel geeft. Mensen die zich afvragen: ‘Past dat wel bij mij?’ Bedenk dan: dieren liegen niet, en dat is uniek in de politiek.
Jeroen van Linge, Groningen
Terecht spreekt Jaap Blaakmeer lovend over de columns van Willem Vissers. De Volkskrant heeft nog een andere sportcolumnist die evenzeer alle lof verdient: Bert Wagendorp.
Zijn wekelijkse columns, gelardeerd met een lichtvoetige ironie en verpakt in een relativerende toonzetting, zijn werkelijk parels in de sportjournalistiek. Ik kijk er elke week naar uit. Ik hoop dat de pennenvruchten van beide heren nog lang in de krant te bewonderen zijn.
Harry van Sterkenburg, Vught
Als Hagenaar ben ik erg blij met de uitgebreide veiligheids- en verkeersmaatregelen in mijn stad. Ik voel mij optimaal beschermd tegen de komst van de instabiele inwoner van het Witte Huis.
Marcel Mondelaers, Den Haag
Het is vreemd dat de Europese Unie niet harder onderhandelt met Donald Trump over defensie. Trump presenteert zich altijd als zakenman. Als hij
5 procent zegt, is het de bedoeling dat je ongeïnteresseerd wegloopt bij zijn kraampje, en dan even terugloopt en zegt: 2 procent. Maar dan wil ik wel dat alle trans mensen hun baan terugkrijgen bij defensie in de Verenigde Staten.
Uiteindelijk betaal je 4,5 procent, maar je krijgt er wel die transrechten bij. Als de Europese Unie niet eens hard kan onderhandelen met Trump, hoe denken ze dan ooit oorlog te kunnen voeren met de Russische president Vladimir Poetin?
Jelle van Dijk, Utrecht
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant