Reizend door Latijns-Amerika ervoer Winne van Woerden dat het leven relaxter en vooral met veel meer gemeenschapszin valt te leiden – die ervaring vormde de opmaat voor haar kritische houding tegenover het westerse economische systeem, waarin groei nog altijd heilig is.
‘Mensen zijn erachter gekomen dat de belofte dat je in ons economisch systeem succes kunt hebben maar voor een heel kleine groep opgaat. Ze voelen zich in de steek gelaten, gefrustreerd. Radicaal-rechts speelt in op die frustratie door de migrant tot zondebok te maken. Progressieve bewegingen moeten daar een eigen verhaal tegenover zetten. Dat begint met de erkenning dat ons economisch systeem mensen in de steek laat én de grenzen van de planeet ver te boven gaat. Daarna moeten we duidelijk maken waar het probleem zit: dat zijn niet de migranten, maar de superrijken die andere mensen en de natuur uitbuiten.’
Voor het verwoorden van dat eigen verhaal zit Winne van Woerden bij Oxfam Novib op de goede plek; die ontwikkelingsorganisatie wil ‘de wortels van ongelijkheid en armoede aanpakken’ en met ‘concrete oplossingen’ komen. Hulp aan mensen in ontwikkelingslanden is van oudsher haar kernactiviteit, maar daarbij gekomen is ‘de samenhang tussen onze economische activiteiten hier en de effecten daarvan in zuidelijke landen’. Op dat laatste legt ze zich toe als beleidsexpert ‘nieuwe economie’. Voor Oxfam Novib houdt ze zich onder meer bezig met de scheve verdeling van vermogens in Nederland, ‘zeker nu ons land bovenaan staat in de lijst van landen met de grootste vermogensongelijkheid’.
Dat de 28-jarige Van Woerden de taak op zich heeft genomen het ‘tegengeluid’ van Oxfam Novib uit te dragen, hoeft niet te verbazen. Voor haar geboorte woonden haar ouders met haar oudere broer in Zimbabwe, waar haar vader tropenarts was. Zelf bracht ze haar jeugd in Nieuwegein door, wat Afrika betreft moest ze het doen met de Novib-kalender. Maar het besef dat er ‘kinderen op deze wereld zijn met veel minder kansen’ werd haar met de paplepel in gegoten. Dat haar broer met het syndroom van Down werd geboren, bracht die ongelijkheid tot achter de voordeur: ‘Dat ik wel kon gaan studeren, maar hij niet, vergrootte mijn gevoel dat ik verantwoordelijk met mijn kansen moest omgaan.’
Haar moeder gaf als levensles mee dat ze zich niet met anderen moest vergelijken en vooral haar eigen pad moest kiezen. Bij haar studie biomedische wetenschappen aan de Universiteit Maastricht uitte zich dat in haar afstudeeronderwerp. ‘Ik had het niet over moleculen en ribosomen, zoals mijn medestudenten, maar over de relaties tussen sociaal-economische status en gezondheid bij jongeren. Waar gaat dit over, zag je iedereen denken.’ Haar aandrang ‘de wereld iets beter te maken’ werd versterkt door de reis die ze na haar afstuderen, als 20-jarige, naar Latijns-Amerika ondernam.
Wat leerde u daarvan?
‘Het was een reis met gemengde boodschappen. In Guatemala maakte ik deel uit van een gastgezin met sterke vrouwen, die hun levensverhaal met me deelden. Een van hen had een miskraam gekregen, waarna ze bloedend in haar bed door haar man was verlaten. De hardheid van die wereld kwam bij me binnen. Maar ik zag ook hoe mensen het beste van hun leven maakten, vol vrolijkheid en vooral ook: zich om elkaar bekommerden.
‘Toen ik vertelde dat mijn opa in een verzorgingstehuis zat, kreeg ik dat niet uitgelegd, ook aan mezelf niet. Waarom zijn we dat gewoon gaan vinden, niet voor je ouders zorgen?, vroeg ik me af. Dan kom je uit op de individualistische, westerse manier van leven. Ik ervoer daar dat het leven ook heel anders kan zijn, een ander normaal. Relaxter, met veel meer gemeenschapszin. Toen ik terugkeerde in Nederland, voelde ik me enigszins verdwaasd en onthecht.
‘Dat had ook te maken met de boeken die ik op die reis was gaan lezen – ik ontmoette midtwintigers die veel beter op de hoogte waren van wereldproblemen dan ik. Tijdens mijn studie had ik maar weinig daarvan meegekregen. Dus ben ik in boeken over politiek en economie gedoken. This changes everything van Naomi Klein (Amerikaanse activist, red.) was voor mij een eyeopener. Dat maakte zo goed duidelijk dat het aanpakken van het klimaatprobleem niet een kwestie is van wat windmolens en zonnepanelen plaatsen. Het vereist een fundamentele systeemverandering, een breuk met het bestaande economische model.’
Op welk ideaal bent u uitgekomen?
‘Ik hoop op een samenleving die gelijkwaardigheid tussen mensen én een duurzame manier van leven mogelijk maakt. Dat vereist dat we ons losmaken van de mythe dat economische groei vooruitgang betekent. Dat is niet zo, kijk alleen maar naar wie de voordelen ervan ervaren. Van de economische groei sinds 2020 is twee derde bij de rijkste 1 procent terechtgekomen, hebben we bij Oxfam becijferd. De meeste mensen profiteren dus niet mee.
‘Bovendien klopt de gedachte niet dat we het met ‘groene groei’ kunnen redden. De veronderstelling is dan dat dankzij schone technologie de milieu-impact van onze economische activiteiten zal afnemen – de economie groeit door, de natuur zou er niet meer onder lijden, is de theorie. Maar dat is echt wensdenken, het wetenschappelijk bewijs daarvoor ontbreekt.
‘Groei, groen of niet, leidt tot een toenemende energievraag en een groter beroep op grondstoffen, wat de afname van biodiversiteit grotendeels verklaart. Ik zie een economisch systeem dat expansiedrift als interne logica heeft, altijd leiden tot zowel klimaatontwrichting als toenemende ongelijkheid. Dus zouden we het groeistreven moeten loslaten.’
Maar hoort groei niet bij de mens – streeft die niet van nature naar verbetering?
‘Dat geloof ik ook, zeker. Het is een geniaal woord omdat we als mensen op allerlei vlakken vooruitgang willen, ook bijvoorbeeld in onze persoonlijke ontwikkeling en in onze relaties. Daarom spreekt het zo aan. Mensen denken ook dat zonder groei alles instort. Die angst maakt dat groei zo’n goed alibi is voor vervuiling en ongelijkheid.
‘Het is niet zo dat ik voor een recessie of een krimpende economie ben. Dan ga je te veel uit van het bestaande economische systeem. Waar het mij om gaat, is een totaal andere manier van kijken naar dat systeem, waarbij je als uitgangspunten neemt: wat zijn de grenzen die de planeet aangeeft en wat zijn de basisbehoeften van mensen?
‘Naar de beantwoording van die vragen wordt gelukkig steeds meer wetenschappelijk onderzoek gedaan. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat we met maar 30 procent van alle energie en grondstoffen die we momenteel gebruiken kunnen voorzien in alle basisbehoeften van de wereldbevolking. In ons huidige systeem is dus van een enorme verspilling sprake.’
Maar toch: meer materiële welvaart, een groter huis of een grotere auto, dat is toch waarnaar veel mensen streven? Zeker als ze uit relatieve armoede komen.
‘Natuurlijk, dat streven zit diep. Voor mij moet de strijd er ook niet op gericht zijn om gewone mensen te willen overtuigen dat zij er andere doelen op moeten nahouden. Waar het om gaat, is het blootleggen van de machtsstructuren en de belangen achter economische groei. Dan kom je uit bij de rijkste 1 procent. Zij worden als succesvol neergezet, als onafhankelijke individuen die het allemaal op eigen kracht hebben gemaakt.
‘Het verhaal dat falen of succes van jezelf afhangt, is erg krachtig gebleken. Maar het klopt niet, er hangt alleen al zoveel af van waar je wieg staat. Voor mij staat die rijkste 1 procent voor het falen en de perversiteit van een neoliberaal systeem dat gigantische ongelijkheden creëert.’
Is groei niet nodig voor het kunnen betalen van publieke voorzieningen, zoals onderwijs, infrastructuur en sociale zekerheid?
‘Je zegt dan in feite: omdat het hele systeem afhankelijk is van groei kunnen we niet zonder groei. Dat vind ik een nogal flauw argument, het is ‘within system’-denken, waarmee je weigert een discussie over alternatieven aan te gaan. Terwijl die nu al zichtbaar zijn, denk aan allerlei coöperaties in de zorg, de energiesector en de landbouw. Dat is een grote beweging die van onderop wordt gevoed, mensen voelen de behoefte aan meer inspraak.
‘Je hebt ook steeds meer sociale ondernemingen met steward ownership (inperking van de macht van aandeelhouders, red). Ik zie al die initiatieven als een beweging naar meer democratie op economisch vlak. Idealiter gaan mensen meehelpen bepalen welke sectoren we wel en welke we niet in onze economie willen, in het licht van wat de planeet aankan.’
Blijft de vraag hoe u de bevolking mee denkt te krijgen.
‘Ik ben daarover niet zo somber. Uit enquêteresultaten onder de bevolkingen van G20-landen blijkt dat ongeveer driekwart het eens is met het idee dat een economie die het welzijn van mens en planeet dient beter is dan een op groei gebaseerde economie. In Nederland hebben we onderzocht wat mensen van het belastingstelsel vinden. Dan blijkt een grote meerderheid van mening dat het veel eerlijker moet en grote vermogens veel zwaarder moeten worden belast. Dus op deelonderwerpen zie je zeker wel steun.
‘Wat je mensen niet kunt vragen is: wil je je bestaanszekerheid voor het klimaat inleveren? Maar het wordt anders als je hun een wereld kunt voorhouden waarin die bestaanszekerheid is gegarandeerd en we leven binnen de grenzen van wat de planeet aankan. Dat is mogelijk en daarvoor kun je veel mensen enthousiast krijgen.’
Ondertussen worden klimaatplannen teruggedraaid en wordt er zwaar op ontwikkelingssamenwerking bezuinigd.
‘Dat houdt me ook zeer bezig. Deze regering laat de armste mensen ter wereld keihard stikken, terwijl grote bedrijven en superrijken cadeautjes ontvangen. Ook wordt de ruimte voor tegenmacht van maatschappelijke organisaties ingeperkt. Die bezuinigingen leiden tot onzekerheid en angst bij mijn vrienden en kennissen. Zelf zie ik ze vooral als een aansporing door te gaan met het laten horen van ons geluid.
‘In mijn ogen is radicaal-rechts in een vacuüm gesprongen dat voortkomt uit grote onvrede over ons economische systeem. Dat hebben ze gevuld met hun radicale, anti-establishmentverhalen, waarbij ze het terugdringen van migratie als schijnoplossing presenteren. Progressieve bewegingen hebben hun eigen systeemkritiek, de afkeer van het individualisme en het neoliberalisme. George Monbiot, een Britse journalist en activist, heeft daarover terecht gezegd: ‘Je kunt niet iemands verhaal afpakken zonder het te vervangen door een nieuw verhaal.’ Daarmee maakt hij voor mij duidelijk hoe dat vacuüm is ontstaan – progressieve bewegingen zijn te lang bezig geweest met veroordelen zonder met alternatieven te komen. Door me met een nieuwe economie bezig te houden, wil ik daaraan bijdragen.’
Blijft u ook in deze tijden hoopvol?
‘Dat verschilt per dag, eerlijk gezegd, het is een moeilijke, vaak beangstigende tijd waarin we leven. We zitten in een transitiechaos – ‘De oude tijd sterft, het nieuwe heeft moeite met geboren worden, nu is het de tijd van de monsters’, schreef Antonio Gramsci (Italiaans filosoof en de oprichter van de Italiaanse Communistische Partij, 1891-1937, red.). Hij had het over het fascisme in de jaren dertig, maar het is ook op onze tijd van toepassing.
‘Ik ben niet optimistisch, dat associeer ik met achterover leunen en zeggen: het komt wel goed. Maar ik wil wel hoopvol zijn. Ja, de toekomst is onzeker en we moeten erkennen dat die grimmig is, maar met hoop ken ik mezelf wel een actieve rol in die toekomst toe. Waar ik me aan vasthoud, is het besef dat eerdere grote, positieve veranderingen zoals vrouwenrechten, de burgerrechtenbeweging, de afschaffing van slavernij en de apartheid ook allemaal van tevoren niet waren voorzien en er toch zijn gekomen. Wat nu onmogelijk lijkt, hoeft dat niet te zijn.’
‘Jeremy Lent duikt in fundamentele vragen over ons mens- en wereldbeeld. Puttend uit inheemse wijsheden schetst hij een perspectief dat uitgaat van verbinding en zorgzaamheid, haaks op het neoliberale verhaal dat zo dominant is geworden. Hij biedt de diepere, hoopvolle laag van systeemverandering. Een geweldig boek, neem er de tijd voor!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant