Home

Dat de kwaliteit van het eten bij De Beren beroerd is, is tot daar aan toe. Vooral het gebrek aan interesse stoort ons

Miljoenen Nederlanders eten met plezier bij franchiseketen De Beren. Het is een slimme formule met een betaalbaar keuzemenu, maar de kwaliteit ervan in de vestiging in Almere is werkelijk spectaculair slecht.

is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.

De Beren Almere

Forum 101, Almere
Cijfer: 3,5
Ontbijt, lunch en diner op vijftig locaties in Nederland. Driegangen-keuzemenu vanaf € 29,50, ook à la cartegerechten rond € 25.

Het is kwart over 8 maar we hebben ons gevoel voor tijd verloren. Klopt het dat we nu al uren bij De Beren Almere aan tafel zitten? Boven het Weerwater maken meeuwen duikvluchten en scholeksters pikken beestjes uit het stadsstrand. Voor ons staan halflege borden, steenkoude frites en glazen gesmolten ijs – hoelang al? Een dag? Een maand? Uit de hamburger loopt een smeerolieachtige vloeistof, op de sauzen ligt een plasticachtig vel. We proberen de aandacht te trekken van de langsbenende serveerster die ook alle vuile glazen en borden op de lege tafels om ons heen negeert, evenals een oudere dame met twee volwassen kinderen die waarschijnlijk al sinds de vroege jaren negentig probeert de rekening te vragen. De zaak zit niet eens voor eenderde vol.

‘Sorry, wij hebben een half uur geleden een fles water bij u besteld,’ zeg ik schor. ‘Denkt u dat die ooit nog komt?’ Boven de muziek van de Counting Crows uit horen we de serveerster zuchten. ‘Nou,’ zegt ze bits ‘die heb ik toch echt al-làng doorgegeven aan de bar, hoor.’ Boven onze hoofden bungelen tientallen mottige teddyberen die daar ter decoratie zijn geplaatst, waarschijnlijk ook alweer lang geleden. Ze hangen aan touwen, of slap over de barconstructie en de steunbalken van het hoge Forumgebouw waar het restaurant is gevestigd. Hun nekjes zijn naar achteren geknikt en ze houden hun buikjes vast met hun poten, alsof ze – ‘au au au, zegt beer’ – lijden aan een darminfectie.

Hadden we wel moeten gaan, vraag ik me vertwijfeld af. Kan ik zo’n historisch negatieve recensie schrijven over wat toch veruit het grootste en populairste restaurant van Nederland is, zonder te vervallen in snobisme? Uit onderzoek blijkt dat zo’n 14 procent van alle volwassenen jaarlijks minstens één bezoek brengt aan De Beren – dat zijn ruim 2 miljoen mensen, kinderen en herhaalbezoeken niet meegeteld, bijna de helft meer dan bij andere grote ketens als ’t Zusje, Loetje en La Cubanita.

Culinair dedain

Het mooie aan eten vind ik altijd dat je niet onderlegd of ingevoerd hoeft te zijn om te kunnen genieten van iets heel lekkers – het is een ervaring die iedereen kent. Culinair dedain zie ik zelf dan ook meestal als een betreurenswaardig gebrek aan nieuwsgierigheid. Maar hoe houd je zo’n idee in stand als je vervolgens de smaak van een paar miljoen landgenoten wegzet als inferieur? Anderzijds: zou het niet juist extreem snobistisch zijn om als restaurantrecensent níét naar het populairste restaurant van Nederland te gaan? Dus hier zitten we.

De Beren groeide in 41 jaar van een Rotterdams eetcafé uit tot een onderneming met vijftig franchiselocaties door het hele land, en daarnaast dertig bezorgrestaurants. Het menu laat zich het beste omschrijven als ‘Hollands hypertoegankelijk-plus’: je kunt kipsaté en spareribs bestellen, maar ook gyoza, zeebaars, tournedos en espresso martini. Er zijn meer goede redenen om uit eten te gaan dan de kwaliteit van ingrediënten of bereiding: gemak, gezelligheid, prijs, het comfort te weten dat er sowieso iets zal zijn dat je lekker vindt en het feestelijke gevoel iets te eten dat je thuis niet kunt maken.

Dat de formule van De Beren een succes is, verbaast me dan ook niet. De drempel is laag, de porties zijn gul, de prijzen zijn oké – terwijl alles duurder wordt daalde bij de Beren de prijs voor een driegangenkeuzemenu vorige maand naar € 29,95.

Wat onze ervaring in Almere zo beroerd maakt, is ook niet het concept als geheel – al heb ik in een restaurant nog maar zelden zulke prutkwaliteit vlees gekregen, en dat lijkt me toch centraal ingekocht. Het is vooral dat de uitvoering en de service zo verschrikkelijk slecht zijn – en het gevoel dat er helemaal níémand is die dat iets kan schelen.

Vel op de soep

Zo krijgen we tomatensoep waar een vel op zit van wel een halve centimeter dik – als ik nietsvermoedend wil beginnen met eten, bobbelt het voor mijn lepel uit om daarna open te breken als een zweer. De bieslook lijkt met een grasmaaier gesneden, de balletjes hebben een rare, korrelige structuur en smaken naar niks. Ik zou de soep geblinddoekt niet als tomaat herkennen – eerder als metaalslijpsel en aardappelzetmeel. Als we de soep onopgegeten laten staan, zien we dat het vel zich onmiddellijk opnieuw vormt – het is ronduit griezelig. De carpaccio, een gulle portie, is gemaakt van waterig, smaakarm rundvlees met bittere, bleke pijnboompitten en de allervieste spekjes ooit – ze zijn in de koelkast aan elkaar vastgeklit en waarschijnlijk vele dagen oud.

Dan is er, als hoofdgerecht, een gortdroog staartstukje zalm (supplement voor € 5 extra) die wederom smaakt alsof hij al dagen geleden op de plancha is aangebakken en daarna meerdere malen opnieuw is opgewarmd – het visvlees is zo hard en vezelig dat het jeukt aan je tandvlees. De hollandaise blijkt kanariegeel geverfde fritessaus, de ‘seizoensgroenten’ (wortels, paprika en witlof uit de oven) zijn wel oké.

De Berenburger, twee dunne, platgedrukte vleesschijven op een zoet getoast broodje, heeft dezelfde smaak en textuur als de soepballetjes – we zijn dankbaar dat de randjes zwart verbrand zijn, omdat je dan tenminste iets proeft. Er zit een belachelijke hoeveelheid zoete, piccalilly-achtige saus op, een augurk en een schijf koude plastic kaas die waarschijnlijk gesmolten had moeten zijn.

De vieste steak ooit

Je zou nog kunnen zeggen dat je binnen zo’n goedkoop keuzemenu geen wonderen van kwaliteit kunt verwachten. Maar de ribeye van € 39 is met afstand de vieste steak die ik ooit gegeten heb: de buitenkant zwart en de binnenkant waterig paars, kromgetrokken als een oude schoen, en er lekt roze vocht uit. Ik heb er pepersaus bij besteld, maar krijg in plaats daarvan een kleverig schuim dat waarschijnlijk de champignon-truffelsaus moet voorstellen. Het doet denken, qua structuur en smaak, aan wat je krijgt als je cup-a-soup oplost in behanglijm.

Als ik vraag of ik in plaats van een dessert uit het menu het op een flyer afgebeelde seizoensdessert Crazy Bueno Crodot kan bestellen, kijkt de serveerster me woedend aan. Ze heeft zojuist een uitgebreide discussie met haar collega gevoerd over wiens schuld het nou was dat die fles water maar niet kwam, maar nu staat hij toch op tafel – en ze heeft onze borden weggehaald omdat we dat vroegen, maar alle koude frites en sauzen laten staan.

Oliebol onder de bank

‘U kunt uw dessert niet veranderen’, zegt ze. ‘Ja, of u moet het hele bedrag bijbetalen, maar u krijgt geen geld terug.’ Vooruit dan maar. De Crazy Bueno Crodot (€ 9,95) ziet er in het echt anders uit dan op de foto. De cronut doet denken aan een oliebol die je begin februari onder de bank aantreft. Het hele bord is bedekt met gesmolten ijs, slagroom en minstens een kwartliter geelgroene vla – als we het keiharde baksel met twee messen te lijf gaan loopt de saus over de rand van het bord. Op de mierzoete crème brûlée uit het andere menu ligt een plasje bruine suiker die misschien lang geleden karamel is geweest.

De bedrijfsleider doet, bij het afrekenen, nog een poging het dessert met de menuprijs te verrekenen. ‘Dat doen we eigenlijk nooit, maar voor deze ene keer, vooruit dan maar’ mompelt hij wel drie keer. Als we de rekening achteraf bekijken, blijkt alles precies hetzelfde gebleven.

Er zijn vast locaties van De Beren die beter zijn – anders kan ik de populariteit niet verklaren. Ik heb in mijn leven zelden slechter gegeten.

De Beren Almere wilde niet meewerken aan de fotografie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next