Home

Voor Nora Ephron, koningin van de romcom, was alles kopij: hoe pijnlijker, hoe beter de grappen die ze erover kon schrijven

Het boek Nora Ephron at the Movies geeft een fraai carrièreoverzicht van de veelgeprezen schrijver en scenarist (1941-2012), die onder veel meer het ietwat ingedutte genre van de romantische komedie nieuw leven inblies.

schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

De Amerikaanse schrijver Jason Diamond zegt het treffend in zijn voorwoord. Hij groeide op met de romantische komedies van Nora Ephron, en schrijft: ‘Ik dacht: dus zo is het om volwassen te zijn? Iedereen is zo slim en geestig. Ze hebben carrières en een liefdesleven. Ze gaan naar trendy restaurants, of maken een tussenstop in een New Yorkse diner of een Joodse deli. Vaak zijn ze journalist, maar ook wel architect of boekhandelaar.

‘Ik weet niet wat het zegt over mij, maar als kind wilde ik ook zo worden. En nu ik volwassen ben ... eigenlijk nog steeds.’

Het citaat komt uit het recent verschenen Nora Ephron at the Movies van Ilana Kaplan, een fraai uitgevoerd, rijk geïllustreerd carrièreoverzicht van de scenarioschrijver die synoniem stond voor spitsvondige romantische komedies. ‘Een Nora Ephron-film’ werd een soort kwaliteitskeurmerk, vrij uniek binnen de door mannen geregeerde Amerikaanse filmstudio’s.

Goed idee, zo’n boek. De laatste jaren verschenen al wel diverse bundels met essays en columns van haar hand (The Most of Nora Ephron), maar een studie naar haar films was er nog niet, dus dat werd weleens tijd. Bovendien toont het aan dat de dertien jaar terug overleden Ephron – ze stierf op 26 juni 2012 in New York aan de gevolgen van leukemie – nog lang niet is vergeten. Er is zelfs sprake van een herwaardering.

De laatste lach

Voor Nora Ephron, op 19 mei 1941 geboren in New York, was alles kopij. Bruikbaar materiaal, dus. Zelfs je eigen misère, al was de zelfspot bij haar nooit ver weg. ‘Kijk nou eens wat mij is overkomen’, wordt ze geciteerd in het boek. ‘Maar weet je wat: wie het laatst lacht, lacht het best, want nu kan ik er grappen over schrijven.’

Die opmerking sloeg terug op haar vechtscheiding met onderzoeksjournalist Carl Bernstein van The Washington Post – ja, die van Watergate – toen ze ontdekte dat hij vreemdging, terwijl zij zwanger was van hun tweede kind. Haar bestseller Heartburn bleek in 1983 een nauwelijks verhullende sleutelroman.

En ook de gelijknamige film die er in 1986 door Mike Nichols naar gemaakt werd – met Meryl Streep en Jack Nicholson als het getroebleerde stel – kende weinig scrupules. Dit was Nora Ephrons kant van de zaak. Zo had ze het doorleefd, naar waarheid opgetekend.

Niet alle filmrecensies waren even jubelend. De vooraanstaande filmjournalist Roger Ebert noteerde: ‘Eigenlijk had ze haar verhaal op andermans gestrande huwelijk moeten baseren. Dat schept iets meer afstand, geeft een beter perspectief. Blijkbaar had ze nog te veel woede in zich om de feiten naar een onderhoudende comedy om te buigen.’

Goed advies wel, want precies dat zou Nora Ephron in haar volgende films doen, met veel succes.

Relatiekomedies

Het was altijd haar ambitie, zo begrijpen we uit Nora Ephron at the Movies, om relatiekomedies te schrijven in de Hollywood-stijl van de jaren veertig en vijftig, maar dan in een modern jasje. Dat zijn de films met Spencer Tracy en Katharine Hepburn, en niet zelden waren de schrandere scenario’s van die films afkomstig van het duo Phoebe en Henry Ephron – Nora’s ouders. Zo maakte ze al vroeg kennis met de glamoureuze kant van de filmwereld, maar ook met de keerzijde ervan (drank, veel drank en geruzie).

Zodra ze de leeftijd had – 18 jaar oud, eindexamen gedaan aan Beverly Hills High School in 1958 – vluchtte ze naar de oostkust om in Massachusetts politicologie te gaan studeren. Ze was nog even stagiair in het Witte Huis van John F. Kennedy. Daarna volgde een loopbaan in de journalistiek, met onder meer columns voor Esquire.

Het was regisseur Mike Nichols die haar vroeg mee te schrijven aan het klokkenluidersdrama Silkwood (1983), waarmee ze haar entree in de filmwereld maakte.

Maar na Heartburn besloot ze: voor mij even geen autofictie meer. Het mocht in ieder geval wel een tikkeltje luchtiger. Prompt tikte ze When Harry Met Sally bij elkaar, haar meesterproef.

Strijd tussen de seksen

De film uit 1989 van Rob Reiner – met Billy Crystal als een soort hedendaagse Spencer Tracy en Meg Ryan als het equivalent van Katharine Hepburn voor onze tijd – trapte het New Yorkse singlesleven, dat lang niet altijd zo vrolijke vrijgezellenbestaan, vol op de staart. En we mochten er nog om lachen ook. Dat was sinds Woody Allens Annie Hall uit 1977 lang niet meer gebeurd.

De centrale kwestie in When Harry Met Sally: kunnen man en vrouw niet gewoon vrienden zijn? Of loopt het altijd weer uit op eerst seks en dan spijt daarover, koppijn en hartzeer, op een breuk en ik zie je nog wel?

Sally is journalist, Harry een politiek consulent. Ze kennen elkaar nog van de universiteit van Chicago, en jaren later voeren ze de strijd tussen de seksen. Die wordt hier gevangen in vaak oeverloos gehakketak, maar dan wel verpakt in puntige dialogen, culminerend in de beroemdste scène uit de film (misschien nog wel beroemder dan de hele film zelf) die scène gesitueerd in de Joodse deli Katz’s Delicatessen op Manhattan.

Onder het genot van een broodje pastrami hebben ze de volgende dialoog:

Sally: ‘De meeste vrouwen die ik ken hebben heus weleens een orgasme gefaket.’
Harry: ‘Nou ... niet bij mij.’
Sally: ‘Hoe weet je dat zo zeker?’
Harry: ‘Dat weet ik gewoon.’
Sally: ‘O ja. Ik was het vergeten. Jij bent een man.’
Harry: ‘Wat bedoel je daarmee?’
Sally: ‘Niets. Alleen dat alle mannen er altijd zo zeker van zijn dat het hun nooit gebeurt. Maar van alle vrouwen die ik ken heb ik heel andere verhalen gehoord, dus reken maar uit.’
Harry: ‘Zeg je nou dat ik het verschil niet zou merken?’
Sally: ‘Ja.’
Harry: ‘Hou eens op, zeg!’

Sally besluit er een schepje bovenop te doen, en speelt het even voor (in het stampvolle eethuisje). Ze kreunt overtuigend de hele boel bij elkaar, het wordt een complete act, afgetopt met de opmerking van een oudere dame aan een belendend tafeltje tegen de ober: ‘Geef mij maar wat zij heeft.’

Speels feminisme

Grappiger wordt het niet. Speels feminisme, helemaal raak, en vernieuwend bovendien, want dit is toch al zo’n 36 jaar vóór – noem er eens een – de zwarte comedy Babygirl van Halina Reijn, die ook (deels) over het vrouwelijk orgasme gaat.

Zo kun je dus ook een romcom schrijven, nou ja, als je Nora Ephron bent. ‘Het moest een soort Scènes uit een huwelijk worden, het meesterwerk van Ingmar Bergman uit 1973’, haalt regisseur Rob Reiner op in het boek, ‘maar dan meer Scènes uit een vriendschap.’

Zowel Nora als hij was toen net weer single, en ze vertelden elkaar tijdens een lunch in de Russian Tea Room op Manhattan over hun mislukte flirts, de rampzalige avontuurtjes en andere escapades uit hun solitaire bestaan. ‘Het was soms op het genânte af, en Nora heeft veel van die pijnlijke toestanden verwerkt in haar script.’

Alles is kopij, nietwaar?

Nieuwe golf romcoms

Zo werd When Harry Met Sally dé voorbeeldfilm voor een hele nieuwe golf aan romcoms, een reeks waaraan Nora Ephron met Sleepless in Seattle (1993), Michael (1996) en You’ve Got Mail (1998) zelf ook flink bijdroeg.

Het is verhelderend om nog eens te lezen over al die maakgeschiedenissen en de culturele context die erbij hoort. Achter in het boek vind je als toegift een interviewsectie met mensen die met Nora Ephron hebben gewerkt, onder wie actrice Andie MacDowell:

‘Ze had ook een zachte kant, maar op de set kon ze keihard zijn, dominant, ze wist van aanpakken. Dat moest ook wel, want die generatie vrouwen moest bij de filmstudio’s alles bevechten. Tegenwoordig is het beter, maar een vrouwelijke regisseur was in 1996 nog een zeldzaamheid.’

Klinkt begrijpelijk, maar als je wilt zien hoe van nature leuk (‘natuurleuk’ zou Kees van Kooten zeggen) Nora Ephron ook kon zijn, moet je vooral de speech terugkijken die ze in 2004 hield voor Meryl Streep. De actrice, die driemaal met haar samenwerkte, werd op een jubileumfeestje getrakteerd bij het American Film Institute, en ook Ephron – zwarte outfit, bobkapsel – was een van de sprekers.

‘Meryl speelde mij in Heartburn. Als ik auditie had gedaan voor die rol, zou Meryl hem nog steeds krijgen. Meryl speelt ons allemaal beter dan wijzelf. Tegen iedereen die zichzelf in een film zou willen zien, zeg ik: bel Meryl! Ze is gewoon de beste. Het is om depressief van te worden.’

Zaal plat, maar zelf niet lachen, hè? Het kenmerk van de ware comédienne.

Ilana Kaplan: Nora Ephron at the Movies. Uitgeverij Abrams (New York); 224 pagina’s; 46,95 euro.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next