is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Als aan de borreltafel van pensionado’s over de moeilijke huizenmarkt voor hun kinderen of kleinkinderen wordt gepraat, eindigt het het meestal zo: ‘Ik kocht mijn huis nog voor 110 duizend gulden. Dat is nu 500 duizend euro waard: 1,1 miljoen gulden. Tenminste volgens de WOZ-aanslag.’
Een oudere gesprekspartner merkt dan op. ‘Ik liet mijn huis bouwen voor 75 duizend gulden. En nu is dat 1,3 miljoen waard. In guldens.’
Het wordt enerzijds met lichte gêne gezegd, maar anderzijds toch ook met enige trots. Ze hebben het goed gedaan. De gepensioneerde huizenkopers voelen zich slimmeriken. Ze hebben risico’s genomen met de aankoop van een woning in de jaren zeventig en tachtig, toen de de huizenmarkt naast hoge toppen diepe dalen kende. Nu verdienen ze jaarlijks met de waardestijging van het huis meer dan toen ze hun brood verdienden in het zweet des aanschijns.
Nederlanders doen graag of ze nijvere spaarders zijn, maar in werkelijkheid zijn het enigszins beschaamde speculanten. Dat past bij de volksaard. Ze praten niet over de winsten op hun woningen, aandelen, bitcoins of de hoofdprijs in de Vriendenloterij. Ze schreeuwen het niet van de daken, zoals Amerikanen of Britten. Maar ze deinzen er ook niet voor terug om die wel even te melden – als ze na enkele borrels de schroom van zich afwerpen.
Ze roepen dat ze er eigenlijk niets aan kunnen doen. En ze benadrukken vooral dat ze aan die waardestijging van hun huis niet zoveel hebben. Het geld zit in de stenen en ze moeten toch ergens wonen. In werkelijkheid lijken ze op aristocraten uit de middeleeuwen, die in hun ommuurde kastelen tenminste nog paupers bescherming boden tegen allerlei tuig.
Dat die waardestijgingen tot grote ongelijkheid hebben geleid, is in de geïndividualiseerde samenleving geen echte zorg van huizenbezitters. Het is nodig om hun kinderen op de woningmarkt te helpen. Als Frans Timmermans, die vlak voor de val van het kabinet nog over speculatietaks sprak, echt met een voorstel zou komen om bij verkoop alle winst op woningen af te romen, zou GroenLinks-PvdA niet meer dan tien zetels overhouden – als er geen volksopstand uitbreekt.
De overheid moet zich er niet mee bemoeien. Het zou anders zijn als de woningprijzen een duikvlucht zouden maken. Dan wordt van de overheid ingrijpen verwacht. De zondebokken moeten aan hoogste boom hangen. En alle schade moet tot op de laatste cent worden gecompenseerd.
In tegenstelling tot Amerikaanse en Britse speculanten, die verlies als een onderdeel van het spel accepteren, kunnen Nederlanders niet tegen hun verlies. Toen ze werden geflest in de woekerpolisaffaire begin deze eeuw, moesten de medeverzekerden, of desnoods de belastingbetaler, opdraaien voor het verlies. Want het is nooit eigen schuld.
Begin vorige eeuw speculeerden Nederlanders massaal in ‘Amerikaantjes’: aandelen van Wall Streetfondsen waarvan de koersen soms dagen later pas bekend waren. In de jaren tachtig en negentig deden ze in opties. Toen het verkeerd ging, kreeg het kapitalisme de schuld.
Daarna klonk de klaagzang aan de borreltafel.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant