Home

Wat is dat toch met lange-afstandsbussen: niemand weet ooit waar de bus aankomt of vertrekt

Een lange afstand met de bus reizen, concludeerde ik afgelopen zomer, is juist helemaal niet erg. Ik gebruik de woorden ‘juist’ en ‘helemaal’ in de zin hiervoor omdat ik er vele mensen, en mezelf, van moest overtuigen dat het zo was. Ik had zelf afschuwelijke busreiservaringen, waarvan het hoogte- en tegelijkertijd dieptepunt was dat een vrouw in de Greyhoundbus in Amerika mij bij een stop haar baby gaf, een tankstation in verdween en erg lang wegbleef. Dit was het begin van mijn alleenstaand jong adoptief moederschap, dacht ik daar, en ik vond het niet eens zo erg.

Goed, bussen waren dus goor en misselijkmakend, en mogelijk scheepte iemand je met een zeer onbewuste vorm van ouderschap op. Maar afgelopen zomer maakte ik met mijn kinderen een busreis naar het Italiaanse Aostadal, een plek waar verder geen treinen komen. De bus was fris, bevolkt door wandel-Italianen in fluorescerende kleding, en reed punctueel van bergstadje naar bergstadje. Wat was hier nou erg aan?

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dat wist ik weer toen ik deze week door treinstakingen een internationale bus moest nemen van Amsterdam naar Den Haag. Zo’n reis begint al met iets heel geks: van geen enkele lange-afstandsbus is ooit duidelijk waar hij vertrekt. Er is altijd een parkeerterrein, en daar verzamelen allerlei bussen, auto’s en mensen zich, en niemand weet waar de bus komt of gaat. Mensen met QR-codes lopen verward rond. Na lang circuleren over het parkeerterrein zag ik een heel klein A4’tje waarop twee pijlen stonden. De ene wees naar links en er stond ‘vertrek’ bij, de andere wees naar rechts en er stond ‘aankomst’ bij. Hier moest ik het mee doen.

Ik vermoed dat dit een vorm van gaslighting is waardoor je als reiziger al blij bent dat je in een bus terechtkomt. Want daarna word je twee keer door de chauffeur uitgescholden, moet je je ruimte delen met mensen die al vanaf Polen hun schoenen uit hebben, frutsel je je tassen tussen resten eten en lege blikjes en geef je je over aan diezelfde woedende buschauffeur, die zijn temperament ook op het verkeer botviert. Veel diep getoeter.

Op de terugweg, moet ik zeggen, was ik op dit alles ingesteld en trof ik een aardige chauffeur. Hij koos er alleen wel voor om een radiozender aan te zetten die alleen Nederlandse muziek afspeelde, op volle sterkte, door de hele bus. Ik en alle toeristen in de bus hadden het zwaar.

‘Meneer de chauffeur, meneer de chauffeur’, riep ik na een tijd, ‘mag de muziek wat zachter?’ Hij zette hem ietsje zachter. Na een tijdje zette hij hem uit.

De oude man tegenover me knikte me opgelucht toe en viel in slaap. Een jongen aan de overkant van het gangpad stak een klein, subtiel duimpje naar me op. Die verbroedering vind je alleen in vieze bussen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next