Vanaf nu moeten Syriërs aantonen dat zij individueel risico lopen op vervolging om in aanmerking te komen voor een verblijfsstatus in Nederland. Dat schrijft demissionair minister David van Weel (Justitie, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
‘Het algemene beleidsuitgangspunt dat Syriërs een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer als gevolg van de ernstige repressie van de zijde van de autoriteiten, kan worden verlaten’, staat in de brief van Van Weel die hij dinsdagavond naar de Tweede Kamer stuurde. De bewindsman baseert zich op het nieuwste ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Volgens een afspraak uit zowel het hoofdlijnenakkoord als het regeerprogramma zou een dergelijk ambtsbericht ‘in beginsel’ niet meer openbaar worden gemaakt, maar de rechter stak daar onlangs een stokje voor. De coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB vonden dat asieladvocaten te zeer de vluchtverhalen van asielzoekers zouden afstemmen op de richtlijnen van het ministerie. Syriërs behoren, met Eritreeërs en Turken, al jarenlang tot de grootste groep asielaanvragers in Nederland.
Na de val van het regime-Assad werd door het kabinet een moratorium op beslissingen opgelegd over aanvragen van Syriërs die nog in procedure zitten. Dat gaat om zo’n zeventienduizend asielzoekers. Van Weel schrijft nu over deze categorie: ‘Dit houdt in dat door de vreemdeling individuele, risico verhogende omstandigheden moeten worden aangevoerd en betrokken om te onderbouwen dat er ondanks het lagere niveau van willekeurig geweld, in zijn individuele geval toch sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.’
Van Weel benoemt ook deze specifieke groepen. Hij noemt de positie van ‘LHBTIQ+ nog altijd zorgelijk, zoals dat ook vóór de machtswissel het geval was. Dit risicoprofiel wordt dan ook behouden. Ook de positie van alawieten is sinds de machtswissel precair. Daarom wijs ik voor deze groep een risicoprofiel aan.’
Maar daar voegt hij aan toe: ‘Het behoren tot een groep, aangemerkt als risicoprofiel, is op zichzelf niet voldoende voor asielbescherming. De IND (immigratiedienst, red.) beoordeelt individueel of de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade.’
Van Weel benadrukt dat zijn nieuwe landenbeleid voorlopig niet geldt voor Syriërs die inmiddels een verblijfsstatus in Nederland hebben gekregen, zoals PVV-leider Geert Wilders eerder heeft gevraagd. Hij schrijft: ‘De situatie is vooralsnog dan ook nog niet voldoende bestendig om conform de voorwaarden van het Unierecht op herbeoordelingen voor statushouders met een verblijfsvergunning over te gaan. Daarom zal ik starten met het toepassen van het nieuwe landenbeleid op alle Syrische asielaanvragen die momenteel nog in behandeling zijn en voor alle nieuwe asielaanvragen van Syriërs.’
De resterende coalitiepartijen moeten, na het vertrek van de PVV, onderling nog beslissen hoe de plekken van de negen vertrokken PVV-bewindslieden worden ingevuld. Vooralsnog geldt de vooraf gesproken vervangingsregeling, waarbij Van Weel op zijn departement de portefeuille van de opgestapte minister Marjolein Faber waarneemt.
Van Weel schrijft aan het slot van zijn brief over Syrië: ‘Ik heb het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd om op korte termijn een nieuw ambtsbericht op te stellen. Dit zal naar verwachting in januari 2026 worden opgeleverd.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant