In Zwolle werden op 4 juni de laatste stolpersteinen gelegd. Aan alles komt een eind, ook aan vermoorde Joden.
De stichting Stolpersteine Zwolle zou zichzelf opheffen en ik was gevraagd iets te zeggen bij de voltooiing van het project.
De laatste stenen waren voor Aron Keizer en Aaltje Keizer-Wallage, die allebei door het verzet waren vermoord, ook dat kwam voor. Onderduiken is geen lolletje, niet voor onderduikers, niet voor het gastgezin. De lichamen zijn overigens nooit gevonden.
Gunter Demnig, de bedenker van het project, was aanwezig en kreeg uit handen van de burgemeester van Zwolle een lintje opgespeld. Het leren jack van Demnig werkte niet mee. Ik vind ‘geridderd’ mooier klinken, maar ik geloof dat in Nederland niemand meer tot ridder wordt geslagen.
Het theater zat vol, de vermoorde Joden, 454 om precies te zijn, waren populair.
In een boek van circa 2 kilo gaf Zwolle zijn doden hun levensloop terug: ‘Voor ongehuwde vrouwen als Klara van Gelderen is kledingmaakster een passend en maatschappelijk gewaardeerd zelfstandig beroep.’
Haar laatste advertentie uit 1941 was afgedrukt: ‘Cursus van oud nieuw te leeren maken, f 0,25 per les.’
Wie wil niet van oud nieuw leren maken, zeker als het maar 25 cent per les kost?De duurzaamheid begon in 1941, zo niet eerder.
Een enkele Zwollenaar zwaaide mij geestdriftig uit. Op weg naar het station kwam ik langs bijzonder aardige huizen. Zwolle leek mij geen slechte plek om onder te duiken, maar voor wie of wat?
Thuis vond ik in de konijnenrugzak van mijn zoontje een halfvergane banaan, restanten van een boterham pindakaas en iets wat een viskoekje moest zijn geweest.
Om Klara van Gelderen te eren, om mijn weerstand te versterken – wie niet veel ziek wil worden, moet leren van de grond te eten – at ik het viskoekje op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns