Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Terwijl de wereld op veel plaatsen in brand staat, vierde een deel van het christendom Pinksteren, de dagen waarop de uitstorting van de Heilige Geest wordt herdacht. Volgens apostel Johannes komt en gaat de Heilige Geest als de wind en dat geldt ook voor degenen die uit de Heilige Geest geboren zijn. Ik hoop dat u er iets van heeft gemerkt, maar helaas is het nog nooit iemand gelukt mij uit te leggen wat die uitstorting in de praktijk voor ons mensen betekent. Daarom heb ik mij neergelegd bij mijn eigen onvermogen en probeer ik te begrijpen dat die onbegrijpelijkheid juist bij het wezen – en bij het succes – van religies hoort. Jammer vind ik het wel, want ik zou er graag in meedelen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In de media is op dit soort dagen veel aandacht voor rituelen. Deze krant bracht een feature over biechtstoelen, zoals ze zijn vastgelegd door fotograaf Maarten Kools. Hij gaat elk jaar naar Italië om zijn verzameling met nieuwe biechtstoelen aan te vullen. Zijn biechtstoelen doen mij denken aan grafzerken: de ene is vaak nog mooier, omvangrijker, uitbundiger dan de andere. Aan een biechtstoel kun je aflezen door welke sociale klasse hij wordt bezocht. De rijken laten het ook in hun rijk gedecoreerde biechtstoelen breed hangen.
Tijdens onze vakantie in Spanje heb ik ook veel biechtstoelen gezien. In elke kerk staat er tenminste een, maar je komt ze ook op andere plekken tegen. In ons hotel in Granada stond zelfs een biechtstoel als versiermeubel op de kamer. De verleiding om erin te gaan zitten was te groot. Mijn geliefde is ooit katholiek opgevoed en moest als klein meisje elke week biechten. Met zo’n tempo raken de zonden van een kind snel op en begon ze allerlei kleine ondeugden te verzinnen. Ik heb aan het haar van mijn broer getrokken, ik heb een koekje uit de trommel gestolen, enzovoort. De biechtvader was in zo’n geval na enig opvoedkundig gebrom bereid namens God te vergeven en als de zonden waren schoongewassen, werd ze ook nog uitgenodigd op de knie van de biechtvader plaats te nemen. Hoe je in dit verband de taak van de Heilige Geest moet opvatten, durf ik niet op te schrijven.
De biechtstoel op onze hotelkamer bestond uit twee compartimenten, maar meestal zijn het er drie. Bij drie presideert de priesterlijke biechtvader in het midden, terwijl voor de biechtelingen aan weerszijden een kniel- of zitbankje is gereserveerd. Een tussenwand met een van traliewerk voorziene praatopening scheidt de biechtvader van zijn biechtelingen. Je zit letterlijk in de kast, wat gezellig kan zijn, maar meestal nogal benauwend is.
Biechten is een van de wonderlijkste menselijke gedragingen. Het speelt zich af in een bedompte ruimte onder grote geheimzinnigheid. Er wordt om vergeving gevraagd aan een onzichtbare instantie, maar het is een mens die de signalen opvangt en doorgeeft. Die mens is meteen ook de zwakke schakel. Welke legitimiteit heeft hij eigenlijk? Voor Hollywood is de biechtstoel altijd een dankbaar rekwisiet geweest en ik heb heel wat films gezien waarin een priester handenwringend rondliep omdat hij zojuist kennis had gekregen van een ernstig misdrijf, waarover hij vanwege het biechtgeheim niets aan de politie mocht vertellen.
Ik heb begrepen dat paus Franciscus vaak in zijn eentje uit biechten ging, zonder tussenkomst van een biechtvader. Zelf ben ik erg benieuwd welke zonden Franciscus onder de leden had, maar dat is een kwestie tussen hem en de Onzichtbare. Nu hij dood is, zullen we daar al helemaal niet meer achter komen. Wel is van Franciscus de uitspraak genoteerd dat wanneer er geen biechtvader in de buurt is, je ook rechtstreeks tot God mag biechten en om vergeving mag vragen. Dat lijkt nogal gemakkelijk en ik heb weleens horen beweren dat het katholicisme juist daarom zo’n fijne godsdienst is: je gaat even biechten ‘en dan ben je ervan af’.
‘Je moet je vijanden vergeven voordat ze gehangen zijn’, zei Heinrich Heine, en dat was natuurlijk je reinste ironie. Het zal niet toevallig zijn dat veel misdadigers zich in de gevangenis laten bekeren. De bekende platitude daarbij is dat je de daad niet kunt vergeven, maar de dader wel. Daad en dader worden van elkaar losgekoppeld, wat toch een element van hypocrisie in zich heeft en allzu menschlich is. Misschien is uiteindelijk verdringen toch kansrijker en kun je de daad maar beter vergeten dan vergeven. Dan weet je niet eens meer dat je ook wraak kunt nemen.
Op die hotelkamer in Granada ging ik als een ware biechteling op de knieën en overdacht ik mijn zonden, terwijl mijn priesteres in haar compartiment afwachtte. Na verschrikkelijk lang nadenken kwam iets bovendrijven, maar wat dat was, gaat u helemaal niets aan.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.