is publicist en columnist van de Volkskrant.
Een prachtig interview met schrijver Tessa Leuwsha in de Volkskrant dit weekend. Ze schreef een boek over de Surinaamse verzetsstrijder Boni. ‘Ik besloot dat het als schrijver juist mijn taak is om werelden te scheppen, om een brug te bouwen tussen mijn voorouders en mij en het hiaat van onze gestolen geschiedenis op te vullen.’ Het deed mij opnieuw beseffen dat we meer Surinaamse en Antilliaanse schrijvers nodig hebben.
Het vertellen van verhalen is een van de meest fundamentele manieren waarop we als mensen betekenis geven aan ons bestaan. De verhalen uit de slavernijgeschiedenis, en de doorwerking ervan in het heden, kunnen niet volledig worden verteld zonder dat schrijvers die geworteld zijn in dat verleden een prominente rol spelen. Wanneer dit perspectief ontbreekt, ontstaat het risico dat de verhalen worden ontdaan van hun complexiteit en emotionele diepgang.
Niet alleen de slavernijgeschiedenis, maar ook het verslag van de levens van de eerste generaties die na de slavernij geboren zijn, zijn boeiend, aangrijpend en inzichtelijk. Het is nu tijd om de verhalen vast te leggen van onze ouderen, die in hun leven nog veel dichterbij onze verloren geschiedenis staan. Welke herinneringen hebben zij aan hun grootouders? Waarom was het praten over slavernij lange tijd taboe?
Zwarte Surinamers en Antillianen zijn erfgenaam van diep doorvoeld maar onverteld verleden dat de wereldgeschiedenis wezenlijk bepaalde. Hoe slaafgemaakten hun bestaan hebben ervaren kunnen we ons slechts verbeelden, we hebben geen directe bronnen. ‘Schrijvers kunnen op basis van feiten en binnen de marges van de aannemelijkheid, met verbeelding en inleving invulling te geven aan de onderbroken levensverhalen van voorouders, stelt Leuwsha terecht.’
Ze haalt de Afro-Amerikaanse literatuurwetenschapper Saidiya Hartman –overigens half van Curaçaose afkomst - aan. ‘Zij ziet het als noodzaak om de levens te reconstrueren van mensen, met name van slaafgemaakte vrouwen, die in de geschiedschrijving zo zijn ontmenselijkt, die in historische archieven slechts als nummers en eigendom verschijnen. Hen weer tot mens te maken.’
De ongeveer 100 miljoen nazaten van Afrikaanse slaafgemaakten in de Amerika’s hebben, op enkele bronnen na, nauwelijks toegang tot schriftelijke verslagen over het leven in slavernij of de gruwelijke overtocht. Het voelt als een verantwoordelijkheid voor schrijvers en kunstenaars die van hen afstammen, om woorden of andere expressie te vinden om onze voorouders iets van hun mens-zijn terug te geven.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Mijn zus Monique Duurvoort eerde een voormoeder met haar installatie en dansfilm Armazoen, gebaseerd op een aantekening uit een scheepsjournaal van het schip Hof van Zeeland, waarin melding wordt gemaakt van het overboord springen van vijf slaafgemaakte vrouwen, waarbij één de dood vond. De film is een ode aan deze vrouwen en de ontelbaren met hen, gesymboliseerd door deze ene vrouw. Het project gaat dit najaar langs Luanda, Paramaribo, Willemstad en New York, waarna het terugkeert naar Nederland.
Ik heb, in aanloop naar Keti Koti, altijd behoefte gehad ooit als schrijver in de huid te kruipen van mijn voorouders die generatie op generatie ongekende verschrikkingen hebben overleefd, maar desondanks woordloze schimmen zijn. Wiens bestaan slechts vastgelegd is in slavenregisters en DNA. Van moederskant zijn we slechts vier generaties verwijderd van slavernij in de Surinaamse plantage Vossenburg, van vaderskant zijn we aan het uitzoeken. Het leven werd in korte generaties doorgegeven, nauwelijks iemand werd ouder dan 30. Onze overgrootouders, betovergrootouders en over-overgrootouders zullen, niet alleen fysiek maar ook psychisch en emotioneel op ons geleken hebben.
Dus we moeten met onze verbeeldingskracht naar binnen om dichterbij hen te komen. Wanneer je in de spiegel kijkt, zie je misschien de glimlach van je grootmoeder, de sterke handen van je opa, of de scherpe blik van een verre voorouder. Fysieke gelijkenissen zijn een tastbare verbinding met het verleden, maar er is meer. Omdat je jezelf een beetje kent weet je dat ook onze voorouders gelaagde, complexe persoonlijkheden waren.
Ook zij hadden talenten en dromen, grillen, liefhebberijen, zwaktes en sterke punten. Als het, in mijn verhoudingsgewijs absurd comfortabele, bevoorrechte leven tegenzit, bedenk ik dat zij mij eigenschappen hebben meegegeven die mij helpen te navigeren door het leven: hun veerkracht, hun creativiteit, hun moed.
Het koloniale- en het slavernijverleden hebben een diepgaande invloed op onze geschiedenis. We weten de kale feiten en cijfers, we weten de gruwelen. Maar het zijn mensen die het ondergingen, tijd om hun verhalen te vertellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns