Home

Welke nieuwe minister van Onderwijs maakt een eind aan een kwart eeuw dood water?

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

In onderwijskringen heerst sinds de val van het kabinet blijdschap, merk ik. Eindelijk verlost van dit stelletje prutsers en amateurs, dat niets voor elkaar heeft gekregen, zelfs geen rechts beleid, maar dat wel verwoestende, domme bezuinigingen op hoger onderwijs en onderzoek heeft doorgedrukt.

Verlost van een falend kabinet, dat onderwijs als een kostenpost beschouwt waar altijd nog wel wat af kan, niet als een investering in jongeren, in de economie en in de toekomst van het land. Verlost van de haat tegen een veronderstelde elite, van benepen minachting en hoon jegens intellect en creativiteit. Tenminste, voor even.

Er is reden tot enige opluchting. Geen beleid betekent ook een tijdje geen slecht beleid. Hoop is ietsje beter dan chagrijn. De 1,1 miljard euro aan bezuinigingen op het onderwijs is niet terug te draaien, maar de 500 miljoen extra bezuinigingen die het kabinet in de Voorjaarsnota voorstelt wél; die moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het kabinet wilde nog meer bezuinigen op het hoger onderwijs. Maar ook op de basisvaardigheden, het praktijkleren en – 180 miljoen – de onderwijskansenregeling, bedoeld om kinderen die dat nodig hebben extra les en hulp te geven. Dat treft vooral vmbo’ers, de groep van wie het merendeel niet goed kan lezen. Deze coalitie, die zo dol is op de gewone man, laat deze kwetsbare kinderen doodleuk vallen.

In afbraak ‘een nieuwe kans zien’, in blij coachingsjargon – ik weet het niet. Ik houd mijn hart vast. Je zou denken dat de gefopte en verraden kiezer het voortaan uit zijn hoofd laat om op valse profeten te stemmen, maar zo werkt populisme niet, het lag natuurlijk aan de ander. Laten we hopen dat andere partijen na de verkiezingen de kans krijgen.

Maar welke?

Als het gaat om onderwijs weet ik het echt niet. Niet één politieke partij durft het lek aan te wijzen waardoor alle sterke ideeën, goede bedoelingen en extra subsidies wegsijpelen: een bestuurlijke constellatie van schoolbesturen die vrijelijk hun ‘lumpsum’ kunnen besteden en schadelijke onderwijsvernieuwingen mogen invoeren, een onderwijsinspectie die machteloos klaagt en een overheid die wegkijkt, weinig sturing geeft en niet kan uitleggen waar het extra geld voor verbetering is gebleven.

Een systeem waarin niemand de hoofdverantwoordelijkheid draagt, dat niet prikkelt om kwaliteit en prestaties te leveren en dat van het onderwijs een onaantrekkelijke werkplek heeft gemaakt. Zo is het gekomen dat scholen gul diploma’s uitreiken en een derde van onze jongeren praktisch ongeletterd is – en niemand dat vreselijk lijkt te vinden.

Kijk nou eens naar de onderwijsministers in de afgelopen 25 jaar, precies de periode waarin de scholen autonoom werden, de vernieuwingen over elkaar heen buitelden en de kwaliteit hard hollend achteruit ging. Ze faalden stuk voor stuk, deze ministers, van Loek Hermans tot Eppo Bruins. Of ze nu van de PvdA, CDA, D66, VVD, CU of NSC waren, niemand wist de gestage neergang te remmen. Er waren twee ministers die zagen waar het probleem zat, Ronald Plasterk (PvdA) en Dennis Wiersma (VVD). Zij erkenden het kwaliteitsverlies, steunden leraren en spraken bestuurders aan, maar geen van beiden kreeg de tijd om nieuw beleid uit te voeren.

Ik weet op welke partij ik eind oktober zal stemmen, maar niet vanwege haar visie op en plannen met onderwijs. Welke onderwijsminister maakt een eind aan een kwart eeuw dood water en de lakse gewoonte om de verantwoordelijkheid af te schuiven, van bestuurders naar ministerie, van ministerie naar scholen? Wie heeft de moed om de rotte geur van stilstand te verdrijven?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next