Een verschil in opruimgewoonten kan zich ontwikkelen tot een structurele ergernis. Kun je een rommelige partner of huisgenoot veranderen?
schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
Vieze sokken die steevast naast de wasmand belanden. Pakketjes die dagenlang ongeopend in de gang blijven liggen. Of dat beruchte stapeltje op de trap – zorgvuldig gevormd in de hoop dat iemand het meeneemt naar boven, maar waar vervolgens iedereen achteloos langsloopt. In vrijwel elk huishouden bestaan van die kleine, alledaagse ergernissen die op zichzelf onschuldig lijken, maar zich na verloop van tijd kunnen ophopen tot een bron van frustratie.
Opruimcoach Eva Kolk komt deze dynamiek vrijwel dagelijks tegen in haar praktijk. ‘Zodra er een partner in het spel is, wordt opruimen een gezamenlijke uitdaging in plaats van een individuele taak. Het gaat dan niet meer alleen om hoe je de boel organiseert, maar vooral om hoe je daarin samenwerkt. Er zit daarin vaak een verschil in motivatie: de een hecht veel waarde aan een opgeruimd huis, terwijl de ander dat minder belangrijk lijkt te vinden.’
Persoonlijkheidskenmerken spelen een rol bij hoe georganiseerd iemand is. Binnen het ‘big five’-model van persoonlijkheidskenmerken wordt ‘consciëntieusheid’ geassocieerd met eigenschappen zoals ordelijkheid, plichtsgevoel en doelgerichtheid. Mensen die laag scoren op deze dimensie hebben doorgaans meer moeite met structuur aanbrengen en onderhouden, wat zich kan uiten in een rommeliger huishouden.
Bij mensen met ADHD is deze uitdaging vaak nog groter. Zij ondervinden vaker problemen met executieve functies zoals plannen, organiseren, besluiten nemen en taken afronden. Zo blijkt uit onderzoek van een Brits onderzoekscollectief dat bijna 20 procent van de volwassenen met ADHD te maken heeft met verzamelproblematiek (hoarding), tegenover ongeveer 2 procent onder mensen zonder die diagnose.
Daarnaast verschilt de perceptie van wat ‘rommelig’ is per persoon. Gedragswetenschapper Kees Keizer, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, doet al jaren onderzoek naar normvervaging en zwerfafval. ‘Wat voor de ene persoon een rommelige omgeving is, is dat niet voor de andere persoon. In een garage vol met bakjes met gereedschappen en schroefjes weet de eigenaar precies waar alles ligt. Voor hem is het geen rommel, maar juist het toonbeeld van orde.’
Volgens omgevingspsycholoog Henk Staats van de Universiteit Leiden hangt de mate van stress die iemand ervaart bij rommel af van de persoonlijke beleving. In zijn onderzoek naar zogenoemde restoratieve omgevingen – plekken die ons helpen herstellen van stress – stelt hij dat rondslingerende spullen kunnen leiden tot een verhoogde aanmaak van het stresshormoon cortisol.
Dit komt waarschijnlijk doordat rommel ons steeds herinnert aan uitgestelde taken en onze aandacht vasthoudt. Uit een studie onder dertig heterostellen bleek dat vrouwen die hun huis als rommelig ervoeren, bij thuiskomst een langzamere daling van hun cortisolniveau vertoonden. Dit effect gold niet voor hun mannelijke partners, ook al beoordeelden zij het huis als even rommelig.
Volgens Keizer reageren mensen niet alleen op de rommel zelf, maar op wat die rommel suggereert. ‘We lezen gedrag af in rommel. Zwerfafval zien we vaak als een regelovertreding, een signaal dat iemand zich niets aantrekt van gedeelde normen. Hierdoor kan een berg blikjes een heftige reactie oproepen, terwijl een berg blaadjes dat niet doet.’
Hoewel hij alleen het effect van afval buitenshuis heeft onderzocht, vermoedt hij dat diezelfde associaties ook binnenshuis invloed hebben op de beleving van rommel. ‘Dan zie je in die stapel vuile vaat op het aanrecht of jas over de stoel geen gewone rommel, maar een gebrek aan respect voor jou.’
Toch is rommelig gedrag volgens Kolk zelden een kwestie van onwil. ‘Je moet begrijpen waarom iemand iets niet doet, voordat je überhaupt tot oplossingen kunt komen.’ Volgens Kolk draait een opgeruimd huis om de ‘drie O’s’: opruimen, organiseren en onderhouden.
‘Elk van deze stappen kan een struikelblok vormen. Soms worden spullen simpelweg niet opgeruimd omdat iemand niet weet waar te beginnen. In andere gevallen blijft de oplader maar op het aanrecht rondslingeren omdat er geen duidelijke plek is afgesproken waar-ie wel hoort te liggen. En dan is er nog het onderhoud, het vermogen en de discipline om een systeem structureel vol te houden, waarop het spaak kan lopen.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Volgens Kolk begint verandering niet met oordelen of kritiek, maar met nieuwsgierigheid. ‘Wat voor de één vanzelfsprekend is – zoals de sokken in de wasmand gooien of een stapeltje op de trap meenemen naar boven – kan voor de ander een mentale drempel vormen, of simpelweg onopgemerkt blijven omdat het hoofd al ergens anders is.’
Zo vertelt Kolk over een man die zich mateloos ergerde aan de pakketjes in de gang, die zijn vrouw steeds liet staan. Niet uit gemakzucht, bleek later, maar omdat ze vond dat ze er de tijd en aandacht voor moest hebben, en die ontbrak op dat moment. ‘Door dit samen te bespreken en een vaste plek te kiezen waar pakketjes tijdelijk konden blijven staan, verdween de spanning.’
Dergelijke gesprekken helpen, net als praktische afspraken: een vaste plek voor opladers of oud papier, of een gezamenlijk opruimkwartier na het eten. Ook het goede voorbeeld geven werkt vaak beter dan zeuren. ‘Wie zelf altijd zijn jas ophangt, krijgt anderen sneller mee dan iemand die steeds moppert over een jas over de stoel’, zegt Kolk. ‘En een bedankje doet meer dan een zucht.’
Als afspraken en voorbeeldgedrag niet werken, helpt het om te accepteren dat iedereen andere talenten heeft. Zo heeft Kolk zich erbij neergelegd dat haar partner altijd zijn koffiekopje laat staan als hij naar zijn werk vertrekt, omdat hij als tegenprestatie na haar werkdag een kop thee voor haar maakt. Maar als de rommel blijft leiden tot dagelijkse frustratie, zegt ze met een knipoog, ‘is het misschien niet je huis dat een opruimbeurt nodig heeft, maar je relatie’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant