is journalist en columnist voor de Volkskrant.
Het slaat nergens op, maar ik erger me aan het woord ‘inauguratie’. Het dook veelvuldig op in stukken over Trump. Het woord zelf kan er niks aan doen, er is niks fouts aan. Toch denk ik als ik het lees: waarom niet ook eens het Nederlandse ‘beëdiging’ gebruikt? Dat is niet helemaal hetzelfde als inauguration, dat inhuldiging of installatieplechtigheid betekent, maar het maakt wel beter duidelijk wat het belangrijkste onderdeel van de ceremonie is: het afleggen van de presidentiële eed.
Mijn ergernis moet iets te maken hebben met het gemakzuchtig overnemen van Engelstalige termen. Zij worden vernederlandst en klaar is Kees. Er wordt geen enkele poging gedaan een goed Nederlands equivalent te vinden. Iedereen loopt mee in de tredmolen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is klein leed, waar maak ik me druk om? Maar ik ben niet de enige die zich aan een woord kan ergeren. Bij Het Parool had ik een collega die prompt begon te mopperen als hij in een stuk de term ‘problematiek’ tegenkwam. Problematiek, problematiek, smaalde hij dan. Hij verklaarde zich niet nader, maar wat hij ermee bedoelde, zag ik later verwoord door Pascal Mercier.
Deze schrijver herkende zich niet meer in de taal van de nieuwszenders. ‘De woorden leken formules, niets dan lege hulzen, door de redacties op voorhand besproken en volgzaam gemaakt, ze schikten zich naar alle mogelijke regels van de politieke correctheid en kregen daardoor iets doods en steriels, zonder enige sensualiteit, humor of kleur. En het waren voortdurend dezelfde formuleringen, telkens weer dezelfde.’
Problematiek. Zelf begin ik tegenwoordig te zuchten bij het begrip ‘rechtsstaat’. Daarover wordt dagelijks de doodsklok geluid. Soms is er reden toe, maar soms is de waarschuwing overtrokken en wordt ze zo vaak geuit dat zij aan zeggingskracht inboet. Het woord wordt zo’n lege huls, doods en steriel. Bij Trump gebeurt iets soortgelijks. Hoe vaak wordt hij niet narcist genoemd, ik heb het zelf ook gedaan. De typering is hartstikke waar en tegelijkertijd zo uitgewoond dat ze eigenlijk onbruikbaar wordt.
Taal blijft een gevoelig ding. Zeker in deze tijd, van woke en anti-woke, waarin woorden als wapens worden gebruikt en in de ban gedaan. Maar ook als het gaat om klassieke spellings-, stijl- en grammaticakwesties is er van oudsher veel discussie. Wat ik graag lees is de taalpagina in de Volkskrant op donderdag, met onder meer de rubriek Lezerspost. Het intro van de redactie is veelzeggend: ‘Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik.’ Met de redacteuren die de post beantwoorden, ben ik het vrijwel altijd eens. Ze hebben kennis van zaken en respect voor regels zonder in de starheid van schriftgeleerden te vervallen.
Pas viel een lezer over het woord ‘paladijn’. Kende ze niet. Een redacteur legde haar fijntjes uit dat het onvermijdelijk is dat lezers soms een woordenboek moeten pakken. Een krant lezen is vaak ook leren, het herinnert aan haar aloude functie als vehikel voor verheffing.
Taal verandert voortdurend. Soms schuurt dat. De uitdrukking ‘het verschil maken’ is snel populair geworden. Het is een anglicisme, dus fout volgens menig taalpurist. Ik heb er geen moeite mee, omdat zij in drie simpele woorden perfect duidelijk maakt wat ermee bedoeld wordt. Pijnscheutjes voel ik wel als ik zie hoe het plompe ‘risicovol’ het elegante ‘riskant’ heeft vervangen, hoe critici steeds vaker criticasters worden (en dat is net iets anders), hoe steeds meer voorzetsels worden vervangen door het lusteloze en afzichtelijke ‘richting’ (de Amerikaanse toenadering richting China in plaats van gewoon toenadering tot China), enzovoorts, enzovoorts. Ook hoor ik steeds meer ‘dat boeit me niet’ in plaats van ‘dat kan me niet schelen’. Is dat onder invloed van hoe op Netflix ‘I don’t care’ wordt vertaald?
Taal leert veel over ons. Bijvoorbeeld dat ook progressieve Volkskrantlezers als het om taalkwesties gaat een conservatieve kant hebben en gehecht zijn aan het behoud van oude regels en tradities. Voorts blijkt elke keer weer hoe onvolkomen taal is als communicatiemiddel. Pas schreef ik dat we nu nog niet kunnen zeggen dat Amerika geen democratie meer is en dat we moeten afwachten wat er gebeurt.
Een lezer vond dat ik van mening ben dat het niet zo’n vaart zal lopen met Trump. Dat had ik nergens geschreven. Sterker, ik had de mogelijkheid opengehouden dat hij uiteindelijk de democratie opblaast. Dit was een lezer die niet kon lezen, of niet wilde lezen wat er stond. Een onuitroeibare kwaal.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant columns