Door de Le Mans-test - waar Jules Gounon en Jack Aitken bij aanwezig moesten zijn - was de tweede DTM-race van het weekend in Zandvoort naar 16.30 uur geschoven. De omstandigheden waren nu echter iets voorspelbaarder dan op zaterdag, want waar het de hele ochtend weer af en aan regende, was het op zondag droog en zouden er ook geen druppels vallen. Wel was het fris en moesten de coureurs rekening houden met een straffe wind door de duinen. Het weer weerhield de fans er dit weekend echter niet van om naar het circuit te komen, aangezien er met 32.000 bezoekers over het hele weekend weer een stijging was ten opzichte van 2024.
Voor Fabio Scherer begon de race met een fikse tegenvaller, want in de opwarmronde kwam zijn Ford met startnummer 64 niet weg en dus moest deze weggeduwd worden en zou niet van start gaan. Maro Engel beleefde in de opwarmronde een spannend moment richting Scheivlak, waar Morris Schuring hem ternauwernood wist te ontwijken. Bij het zwaaien van de groene vlag kwam polesitter René Rast goed weg en hij behield de leiding, maar daarachter was er al meteen gedrang en klom Marco Wittmann op van de derde naar de tweede plek, ten koste van Jack Aitken. Thierry Vermeulen verloor in eerste instantie een positie, maar vocht zich weer een weg naar de tiende plek, Schuring behield zijn dertiende plek.
Sinds dit jaar is het in de tweede race van een DTM-weekend verplicht om minstens twee pitstops te maken, wat op Zandvoort voor de nodige verschillen in strategieën zorgde. Zo bezochten Vermeulen, Mirko Bortolotti en Tom Kalender de pitstraat al vrij vroeg tijdens het eerste pitstopwindow waar raceleider Rast een stuk langer wachtte en eerst de tijd leek te nemen om de voorsprong zo groot mogelijk te maken. Die voorsprong had hij opgekrikt naar drie seconden ten opzichte van Wittmann, wat hem marge bood om na zijn pitstop weer als raceleider terug te keren. Vermeulen profiteerde van een duel tussen Luca Engstler en Ayanhcan Güven - winnaar van de eerste race - en won een positie, wat de achtste plek was na de eerste pitstopcyclus. Schuring was naar de twaalfde plek opgeklommen.
Na de pitstop was het Wittmann die de druk opvoerde bij Rast, die hij tot op een seconde genaderd was. Het was aan Rast om koel te blijven op weg naar het tweede pitstopwindow, dat slechts zes minuten telde, met zestien minuten te gaan opende en dus minder marge bood om langer door te rijden. Intussen stond Schuring flink onder druk van Arjun Maini in de #36 Ford in de strijd om de twaalfde plek, waardoor het ook voor hem aftellen was naar de tweede pitstop van de race.
Schuring besloot vroeg naar binnen te gaan, Vermeulen reed nu langer door en kwam daardoor op de vierde plek alvorens hij ook zijn pitstop maakte. Na die pitstop was er een duel tussen Vermeulen en Güven richting de Hans Ernst-chicane, waar Vermeulen contact had met Güven. Het incident werd onderzocht en kwam de thuisrijder op een penalty lap te staan, wat hem terugwierp naar de dertiende plek.
Schuring sloot na de pitstops aan op de twaalfde plek, maar won er een ten koste van Güven - die hij na het uitstapje door de grindbak nipt wist te ontwijken. Vooraan ging Rast opnieuw langer door, wat Wittmann als kans aangreep om te proberen met de undercut weer een aanval te doen. Rast was echter opnieuw ongenaakbaar en eiste na een uur racen de zege op, voor Wittmann en Thomas Preining. Schuring moest zich in de laatste ronde gewonnen geven in de strijd met Maini en kwam als elfde over de streep, Vermeulen moest genoegen nemen met de dertiende plek.
Volgt.
Source: Motorsport