Al ruim honderddertig jaar rijdt de Train des Pignes van Nice naar Digne. Reisjournalist Sander Groen gaat in de mondaine badplaats aan de Méditerranée aan boord en boemelt via 151 kilometer smalspoor door de Provence naar een kuuroord op een alpentop.
is reisjournalist voor de Volkskrant en auteur van 'Tussen de rails: De 35 mooiste treinreizen van Europa'.
Op een granieten rots rust een dorp van natuurstenen huizen met korenbloem- en lavendelkleurige luiken en houten balkons vol bloeiende bougainvillea, omringd door een dikke muur met hoekige bastions. Meters lager meandert de lichtgrijze Var zacht ruisend om het dorp als een natuurlijke vestinggracht. De toegang is via een boogbrug met de door ronde torens geflankeerde Porte Royale. Hoog erboven, op een bergtop die bereikbaar is via een zigzaggend ezelspad, balanceert een citadel, gebouwd door Vauban in opdracht van de Zonnekoning. Op het eerste gezicht lijkt hier weinig veranderd sinds de middeleeuwen.
Stap uit bij het stationnetje van Entrevaux, zet een paar passen richting de rivier en je wordt verwelkomd door een prachtig panorama. Getuige de fortificaties was dit Provençaalse dorp van achthonderd zielen ooit van groot belang, nu gebeurt er weinig. Toeristen verdringen zich bij de poort voor een selfie, terwijl dorpelingen de toestand van de wereld bespreken onder de platanen op dorpsplein Le Planet. Op het caféterras vloeien rond het middaguur al bier en wijn, maar dat mag, want het is zondag. Ertegenover is bij Chez Nini alles biologisch en gezond en maken ze de café au lait met havermelk.
Entrevaux is een van de vijftig haltes aan de laatst overgebleven spoorlijn van de Chemins de fer de Provence (CP), de laatst overgebleven private spoorwegmaatschappij op het vasteland van Frankrijk. Viermaal daags rijdt een boemeltreintje over het 151 kilometer lange smalspoor van Nice naar Digne: de Train des Pignes. Die bijnaam – pigne is Provençaals voor dennenappel – dankt de trein aan de dennenbossen die worden doorkruist, maar ook aan de snelheid, die in het stoomtijdperk zo laag lag dat passagiers rustig konden uitstappen om dennenappels te rapen.
Een dag eerder bewonder ik in Nice het Gare du Sud, een neoclassicistisch spoorwegstation uit 1892 van architect Prosper Bodin, met een op Eiffel geïnspireerde smeedijzeren perronoverkapping. Tot 1991 vertrok de Train des Pignes uit deze spoorwegkathedraal. Daarna wilde de gemeente het slopen, maar protesten van de bevolking voorkwamen dat. Inmiddels biedt het gerestaureerde station onderdak aan horecagelegenheden en vertrekt de Train des Pignes tweehonderd meter verderop. Dat nieuwe station is spuuglelijk, maar de treinreis maakt alles goed; die voert door 25 tunnels, over 38 bruggen en viaducten, en door ontelbare bochten.
De Train des Pignes valt te doen als dagtrip vanuit Nice met één of twee tussenstops. Leuker wordt het als je er een weekend of week voor uittrekt; dan vallen er flink wat Provençaalse prachtdorpen te verkennen. Als uitvalsbasis kies ik voor Annot. Dit dorp op 680 meter hoogte met duizend inwoners kan zo op een ansichtkaart: mijn hotelraam kijkt uit op een opgestapeld dorpje van witgekalkte huisjes met rode pannendaken, waar het opengewerkte natuurstenen torentje van een eeuwenoude kerk nog net bovenuit piept, tegen een decor van beboste zand- en kalkstenen bergen die scherp afsteken tegen de blauwe hemel.
Hiervandaan zou ik kunnen wandelen door het natuurgebied Les Grès d’Annot, via een schilderachtig bergkapelletje, langs kolossale zwerfkeien, over kabbelende bosbeekjes en door smalle kloven naar spectaculaire uitkijkpunten – ware het niet dat de paden vanwege overvloedige regenval glibberig en onbegaanbaar zijn geworden. Het oude centrum is een wirwar van slingerstraatjes, poortjes, trapsteegjes, pleintjes en fonteintjes. Een Annotain slentert op pantoffels langs een wasbekken met een baguette onder zijn arm, een Annotaine hangt op haar balkon de was op en zegt vriendelijk ‘Bonjour!’ Op het terras van Le Beau Séjour wordt gegeten en gedronken, ertegenover leidt een middeleeuwse boogbrug over de Vaïre.
In Entrevaux ligt het dorp op enkele passen van het station, in Annot is het een paar minuutjes lopen, in Villars-sur-Var wordt het een expeditie. Dit is een village perché, een hooggelegen dorp, zoals er in de Provence wel meer verscholen liggen, bovenop een heuveltop of balancerend op een bergkam. Villars ligt op het Savelplateau op 413 meter boven zeeniveau, dat is tweehonderd meter hoger dan het treinstation aan de Var. Dit dorp vergt een klauterpartij via een voetpad door wijngaarden en lavendelvelden, langs achtertuinen met blaffende hondjes en door een ruisend eucalyptusbos.
Eenmaal boven veeg ik het zweet van mijn voorhoofd en tref ik een pittoresk dorpje aan, bewoond door zo’n 500 Villarois. Een deel daarvan heeft zich verzameld op het dorpsplein, op bankjes voor de kerk en de Mairie en op het terras onder de platanen van Café des Platanes. Hier wordt mijn café au lait nog gewoon met koemelk gemaakt. Ook Villars beschikt over een oud centrum met slingerstraatjes, trapsteegjes en middeleeuwse huizen, maar binnen een uurtje heb je het wel gezien, zodat er genoeg tijd overblijft om te lunchen.
Voor lokale begrippen is Digne-les-Bains met 15 duizend inwoners een metropool. Op het eindpunt van de lijn kan men slenteren langs de warme rivier Torrent des Eaux Chaudes, genieten van een massage in het kuurhuis, eten in een van de vele restaurants, wandelen of mountainbiken in het Unesco-geopark Haute-Provence of naar het Musée Gassendi voor hedendaagse kunst, zowel binnen in het museum als buiten in de bergen. Ik kies voor een bezoek aan het fascinerende huismuseum van ontdekkingsreiziger, boeddhist, feminist en schrijver Alexandra David-Néel.
In Digne-les-Bains had ik best nog een dag willen blijven, maar mijn laatste trein wacht niet. Ditmaal reis ik in één ruk in drie uur terug naar Nice. Ik zak onderuit en geniet – het is een prachtige reis, maar vanwege het smalle spoor en alle bochten bromt, schokt en schommelt de trein nogal, zeker op de terugreis, nu we naar beneden gaan. Precies als een van de passagiers een slok uit zijn blikje cola neemt, schudt de trein hevig heen en weer en gaat de helft ernaast. ‘Wij hebben hier onze eigen TGV,’ grapt hij. ‘De Train à Grande Vibration.’
Heenreis
Per Eurostar naar Parijs (enkele reis vanaf € 35, eurostar.com), per metro van Gare du Nord naar Gare d’Austerlitz en dan per slaaptrein naar Nice.
Trein
De Train des Pignes rijdt viermaal daags in beide richtingen; trainprovence.com
Meer informatie
• france.fr
• explorenicecotedazur.com
• provence-alpes-cotedazur.com
De reis in dit verhaal is deels betaald door Atout France. Zij hadden geen invloed op de inhoud – de redactie bepaalt de bestemming, de invalshoek en het reisprogramma. Lees hier meer over onze journalistiek.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant