Als bekendste natuurgebied van Nederland trekt De Hoge Veluwe vele bezoekers. Sommige onderzoekers zijn minder enthousiast en beklagen zich over de starre opstelling van de parkleiding - zoals onlangs in de zaak rond de ‘probleemwolf’.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
De meervleermuis is een bijzonder beestje. Jammer dat tellers van de Zoogdiervereniging een afname constateerden op de Veluwe, waar het diertje overwintert in kelders en oude bunkers, onder meer in Klein Heidekamp. Mogelijk zijn omliggende bunkers minder geschikt geworden, maar dat valt niet te onderzoeken: ‘De bunker op De Hoge Veluwe is in 2022/2023 niet geteld, omdat de vrijwilligers daarvoor geen toestemming kregen van Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe’, meldt het laatste telrapport.
Dat laatste gegeven is een constante in het bestaan van De Hoge Veluwe. Het bekendste natuurgebied van Nederland staat bij sommige ecologen en wetenschappers niet erg bekend als toegankelijk en coöperatief.
Ook rond het hete thema ‘de wolf’ profileert het park zich als dwarsligger (en fel tegenstander van het teruggekeerde roofdier). Er verblijven minstens drie wolven op het private park, maar de leiding laat onderzoekers ‘van buiten’ niet toe en deelt eigen data niet op bestelling. Vanwaar die starre houding?
Voor dit stuk legden we het oor te luisteren bij zeven wetenschappers en andere betrokkenen die met De Hoge Veluwe van doen hebben (gehad). De kritiek wordt breed gedeeld, maar openlijk spreken is problematisch. De belangen zijn te groot, de lijnen te kort.
Centrale figuur daarin is Seger Emmanuel baron van Voorst tot Voorst, directeur/bestuurder bij Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe. De baas van het park hanteert een geheel eigen, conservatieve stijl, waarin hij geregeld en met ogenschijnlijke graagte botst met de buitenwereld. Zo laat hij desgevraagd weten dat de meervleermuizen op zijn park conform de provinciale richtlijnen door eigen mensen worden gemonitord. ‘Dat wij die data niet meer delen met de Zoogdiervereniging heeft te maken met de wijze waarop de Zoogdiervereniging het park loopt te framen. De Zoogdiervereniging gedraagt zich als een monopolist, maar wij houden niet van gedwongen winkelnering en maken zelf wel uit wie de monitoring in het park mag uitvoeren en wat met de verzamelde data wordt gedaan. (...) Het gaat ze om hun verdienmodel.’
Het ontstaan van het 5.400 hectare grote park is al wonderlijk. Het is erfgoed van het echtpaar Anton Kröller en Helene Kröller-Müller, die tussen 1909 en 1921 landerijen aankochten om er een jachtterrein voor de adel van te maken. Daartoe werden moeflons, wilde zwijnen en edelherten uitgezet. Zelfs kangoeroes hebben op het park rondgehuppeld.
Vanwege financiële problemen wilde het paar in de jaren dertig het landgoed verkopen aan Natuurmonumenten. Dat mislukte, waarop het Rijk 810 duizend gulden vrijmaakte voor het beheer – overigens buiten de Tweede Kamer om. Misschien werd met dat laatste aspect wel het zaadje geplant voor de tegendraadsheid en dwarsheid die het natuurgebied tot op heden kenmerkt.
Het meest recente voorbeeld is de ophef over een ‘probleemwolf’ die een hardloopster had gebeten. Het dier zou al langer mensen te dicht hebben genaderd. Volgens deskundigen kan dat onnatuurlijke gedrag het resultaat zijn van fotografen of dagjesmensen die de wolf hebben gevoerd.
Al in 2022 beklaagden wolvenexperts zich erover dat ze niets met zekerheid konden zeggen over het gedrag van die ene wolf. De reden: de parkdirectie werkt niet mee aan de landelijke monitoring van wolven. Die wordt namens alle provincies verricht op gezag van de organisatie Bij12.
De provincie Gelderland wilde destijds toestaan dat de betreffende wolf zou worden afgeschrikt door hem te laten beschieten met verfkogels. De rechter verbood dat en wilde dat de provincie eerst door experts liet vaststellen of de wolf wel probleemgedrag vertoonde, of het steeds dezelfde was en of er geen andere manieren waren om het beschermde dier af te schrikken. Opnieuw weigerde de parkleiding gegevens te delen.
Deskundigen tasten in het duister over het waarom. ‘Het enige wat ik kan bedenken is dat de parkleiding zich niet graag de wet laat voorschrijven en een eigen koers wil kunnen varen’, zegt een van hen.
Met zijn balsturige houding schiet de baron soms in eigen voet. Zoals onlangs in de rechtszaak rond de ‘probleemwolf’. Parkleiding en provincie wilden het dier laten afschieten, maar Animal Rights en de Faunabescherming vochten de vergunning aan bij de rechter. Die twijfelde te zeer om direct uitspraak te doen en dat lag niet in de laatste plaats aan de parkleiding.
Zo was de vraag of de wolf met zijn gedrag misschien welpen verdedigde. Opnieuw wreekte zich dat De Hoge Veluwe gegevens niet deelt. ‘Bij12 is voor ons geen betrouwbare partij’, verklaarde Van Voorst tot Voorst in de rechtszaal. De advocaat van het park zei dat de vijfhonderd wildcamera’s op het park voldoende beeld gaven. De rechter kon daar weinig mee, want: ‘Ik heb die informatie allemaal niet, dat maakt het lastig.’ Uiteindelijk wonnen de provincie en De Hoge Veluwe de zaak, maar de houding van de parkleiding had wel geleid tot een week vertraging; de uitspraak volgde pas nadat de provincie extra informatie had aangeleverd.
Van Voorst tot Voorst laat de Volkskrant weten: ‘Bij12 kreeg aanvankelijk DNA-materiaal beschikbaar gesteld door De Hoge Veluwe, maar weigerde, anders dan in ons omringende landen, alle onderzoeksresultaten met ons en de buitenwereld te delen. Daarop is besloten DNA-onderzoek uit te besteden aan door onszelf geselecteerde onderzoekbureaus.’
De leiding van De Hoge Veluwe lijkt een eigen oorlog te voeren. Zo stelde een groep wetenschappers onder leiding van dierecoloog Hugh Jansman van Wageningen Environmental Research (WENR) in 2021 het veelgeciteerde onderzoeksrapport De wolf terug in Nederland: een factfinding study op, basis voor een nationaal wolvenplan. De Hoge Veluwe had als enige ‘grote bedenkingen bij het kader, de gebruikte rekenmethoden en de onafhankelijkheid van het rapport’. De onderzoekers zouden sommige Europese onderzoeken naar de wolf hebben genegeerd en ‘onvergelijkbare onderzoeksmethodieken en twijfelachtige rekenmethoden’ hebben gebruikt om te stellen dat ‘jaarlijks vier- tot dertienduizend schapen ten prooi vallen aan honden en vossen, waarmee vergeleken de schade door wolven verwaarloosbaar was’.
‘Het meest zorgwekkend’ vond de parkleiding een gebrek aan objectiviteit en onafhankelijkheid van de elf onderzoekers: die zouden stuk voor stuk ‘uitgesproken voorstanders van de aanwezigheid van de wolf in Nederland’ zijn.
De Hoge Veluwe is niet alleen natuurgebied, maar evengoed een handelsonderneming, gespecialiseerd in natuurgoed. Dat vertaalt zich in de toegangsprijs: 13,40 euro per volwassene, plus 9,50 euro voor wie met de auto naar binnen wil (parkeren buiten de hekken: 4,75 euro). Wie zonder Museumkaart het Kröller-Müller Museum wil bezoeken, mag daar nog eens 13,50 euro voor neertellen.
Afgelopen jaar verwelkomde De Hoge Veluwe volgens eigen opgave ruim 575 duizend betalende bezoekers, vijftienduizend meer dan het jaar ervoor. Volgens het laatst gepubliceerde jaarverslag kwam in het jaar 2023 ruim 11,6 miljoen euro binnen. 84 procent daarvan komt uit kaartverkoop, daarnaast streek het park volgens eigen opgave 1 miljoen euro euro aan subsidies op.
De vraag is waar die bezoekers op afkomen. Wellicht hebben museum, jachtslot en de ‘gratis’ witte leenfietsen hun aantrekkingskracht, maar ook imago speelt een rol. De marketing begint al bij de naam, zeggen critici. Of eigenlijk: in een enkel lettertje, de ‘e’.
Nederland telt achttien natuurgebieden die van de Rijksoverheid het predicaat Nationaal Park hebben gekregen. Die status werd uitgereikt door de toenmalige Dienst Landelijk Gebied (DLG), in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. De Nationale Parken ‘zorgen ervoor dat de karakteristieke natuur, landschappen en biodiversiteit behouden blijft en dat bezoekers van deze Nederlandse parels kunnen blijven genieten’, meldt de Atlas Leefomgeving op de website. Tussen die achttien staan bekende gebieden als de Biesbosch en de Grote Peel, maar De Hoge Veluwe ontbreekt. Dat is formeel dan ook niet een Nationaal Park, maar bedient zich van de naam ‘Het Nationale Park De Hoge Veluwe’.
Dat werkt. In februari 2024 liet het Nationale Parken Bureau onderzoek uitvoeren: van de ondervraagden wist 95 procent De Hoge Veluwe te noemen als voorbeeld, waarmee het gebied het hoogste scoorde, gevolgd door de Biesbosch en de Utrechtse Heuvelrug.
Ook het wild op het park is deel van de marketing. Zo is de moeflon met z’n kromgebogen hoorns een ‘iconische soort’ voor De Hoge Veluwe, vereeuwigd in het logo (en te koop in ingeblikte wildstoofpotjes). Onnatuurlijk is dat wel: de exoot werd in de jaren twintig van de vorige eeuw uitgezet voor de jacht. Het dier komt oorspronkelijk van Corsica en Sardinië, bergachtige rotseilanden waar het zich prima uit de voeten weet te maken voor belagers – in tegenstelling tot op de vlakke Hoge Veluwe, waar het bij een vlucht tegen hekken stuit.
Tot in de jaren tachtig leefden ook moeflons binnen Kroondomein het Loo, jachtgebied van koning Willem-Alexander. De dieren daar werden afgeschoten omdat ze te veel negatieve effecten zouden hebben op de bosontwikkeling. De Hoge Veluwe roemt op de website de moeflon juist om de positieve effecten op de bosontwikkeling. Hij houdt het landschap open en ‘is de enige grazer die grove den op zijn menu heeft staan’.
Een ander voorbeeld van nogal eigenzinnige natuurliefde is het korhoen. De zwart-paarse vogel met felrode pet is zo goed als uitgestorven in Nederland. In 2005 wilde De Hoge Veluwe tien jaar lang honderden gefokte korhoenders per jaar uitzetten, om zo een houdbare populatie over te houden. ‘Wij zijn redelijk optimistisch dat ons dat gaat lukken’, zei een woordvoerder destijds in NRC Handelsblad.
Die hoop werd de grond in geslagen door wetenschappers. Eerdere experimenten hadden al uitgewezen dat gefokte vogels genetisch zo zijn aangepast aan hun gevangenschap dat ze in het wild niet meer overleven, legde ecoloog Hugh Jansman in de krant uit. Gefokte korhoenders hebben een kortere darmlengte en andere bacterieflora dan wilde soortgenoten. Daardoor hebben ze een minder efficiënte spijsvertering en zijn ze ongeschikt om te overleven in het wild.
De Hoge Veluwe liet zich niet graag de les lezen en zette de plannen door. Honderden uitgezette korhoenders later moest de parkleiding toch in het zand bijten: de uitgezette vogels hadden stuk voor stuk het loodje gelegd. In 2017 staakte het park het project, volgens parkdirecteur Van Voorst tot Voorst vanwege ‘de hevige predatie door haviken’.
Zo’n 32 kilometer hekwerk markeert de grenzen van de republiek De Hoge Veluwe. Aan drie kanten zijn ingangen voor betalende bezoekers. De hekken moeten ook de ‘iconische soorten’ binnen het gebied houden, zodat bezoekers (al of niet vanaf een wildkansel) ernaar kunnen kijken en genodigde jagers ze kunnen schieten.
Tegenstanders zien dat met lede ogen aan. Hekken dwarsbomen de gangbare gedachte dat natuur versterkt wordt door gebieden met elkaar te verbinden, waardoor dieren vrije doorgang hebben en hun leefgebied wordt vergroot.
Soms spelen zich grensconflicten af. Bijvoorbeeld wanneer De Hoge Veluwe ook ecoducten en wildpassages afsluit, zoals sinds enkele jaren gebeurt. Het park wilde zo de wolf en edelherten vanuit het naastgelegen Deelerwoud weren.
In 2019 leidde dat tot onmin met de provincie Gelderland, die het onacceptabel vond dat het park het ecoduct Oud-Reemst (dat het park verbindt met natuurgebied Planken Wambuis) had afgesloten, terwijl de provincie zo’n 8 miljoen euro had betaald voor de aanleg en tonnen aan ‘gebruiksvergoeding’ betaalde aan De Hoge Veluwe.
Van Voorst tot Voorst zegt daar nu over: ‘Onder voorwaarden is De Hoge Veluwe akkoord gegaan met de aanleg van het ecoduct Oud-Reemst. Toen vanaf 2016 een tsunami aan herten uit de buurterreinen het park binnenstroomde, hetgeen leidde tot verlies van biodiversiteit (beschermde flora) door overbegrazing, is het verlaagde raster tijdelijk verhoogd om grote grazers te weren. Alle andere beschermde soorten (waarvoor de verbindingen echt bedoeld zijn) inclusief de wolf blijven migreren via het gaas en de varkenspoortjes en over het raster, zo hebben camerabeelden en monitoring uitgewezen. Het verhoogde raster houdt slechts hoefdieren tegen waar het uitermate goed mee gaat (edelhert, damhert, ree, koe en paard).’
Ecologen en natuurbeschermers is dat beleid een doorn in het oog. In september vorig jaar werden drie wolvenwelpen doodgereden op de N310. Dat zou niet zijn gebeurd wanneer die het nabijgelegen ecoduct hadden kunnen gebruiken, betogen Animal Rights en de Faunabescherming. Zij hebben onlangs de provincie Gelderland gevraagd handhavend op te treden.
De organisatie weet tientallen invloedrijken aan zich te binden. In de raad van advies zit bijvoorbeeld Henri Lenferink, die tot maart waarnemend commissaris van de Koning in Gelderland was. Gerda Verburg, oud-CDA-minister van Landbouw, is ook van de partij: ze zit in de raad van toezicht.
Ook dat past in een traditie. In 2007 schreef journalist Michiel Hegener in NRC Handelsblad een opiniestuk over de benoeming van Herman Tjeenk Willink als voorzitter van de raad van toezicht en van de raad van advies van Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe. ‘Een bestuurlijke doorbraak: als vicevoorzitter van de Raad van State bekleedde hij al de hoogste functie die een niet-lid van het Koninklijk Huis in Nederland kan vervullen, nu is hij tevens koning van een ondemocratisch Gelders dwergstaatje.’
‘Als De Hoge Veluwe niet bestond, zou geen weldenkend mens het in zijn hoofd halen om midden op de Veluwe (100.000 hectare) een stuk van 5.000 hectare van hoge hekken en kassa’s te voorzien’, schreef Hegener – auteur van het boek Ons wilde oosten over de toekomst van de Veluwe – samen met twee andere ‘Veluwe-watchers’ in dat artikel. ‘Wild hoort niet in een gesloten inrichting’, schreef hij destijds. Die mening is Hegener nog steeds toegedaan.
Dat Natuurmonumenten het park vorige eeuw niet kon kopen, vindt hij een historische fout. In zijn boek vraagt Hegener zich af hoe de Veluwe verlost kan worden van bedreigingen als massatoerisme en autowegen, en de greep van de intensieve akkerbouw en bio-industrie aan de randen van het gebied. Onder meer met het opdoeken van De Hoge Veluwe in z’n huidige vorm, betoogt hij. De hele Veluwe zou dan één Nationaal Park kunnen worden, een volwaardig natuurgebied dat voldoet aan de criteria van de IUCN, de internationale organisatie die wereldwijd Nationale Parken definieert. Maar ja, zo schrijft hij: ‘De Hoge Veluwe wil niet.’
Deugt er dan niets aan het natuurgebied? Natuurlijk wel. Sommige onderzoekers hebben ook lovende woorden. Ecoloog Patrick Jansen van Wageningen Universiteit en de Universiteit Utrecht is heel tevreden over zijn vijftien jaar lange samenwerking met het park voor onderzoek naar gedragingen van wilde dieren als herten, zwijnen en (sinds een paar jaar) wolven. ‘Het park is voor ons een ideale onderzoekslocatie en de medewerkers helpen actief mee met het verzamelen van gegevens. We werken aan een reeks mooie wetenschappelijke artikelen’, aldus Jansen.
Ook is er lof voor experimenten met steenmeel om verzuring van de bodem tegen te gaan. Onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (Nioo) doen er belangrijk langjarig onderzoek naar koolmezen en vliegenvangers.
Het gaat slecht met de natuur op de Veluwe als geheel, maar het gaat net iets beter op De Hoge Veluwe, stelt een onderzoeker. Onder meer omdat er meer handhavers rondrijden die weinig genade kennen voor mountainbikers of bezoekers die hun hond los laten lopen. De biodiversiteit is er relatief hoog: De Hoge Veluwe is de enige plek op de Veluwe waar de aardbeivlinder gedijt.
Het park zelf benadrukt op de website enkele ‘bijzondere ontdekkingen’: ‘Zo broedde de hop na decennia afwezigheid weer in het park, werden de wrattenbijter en de zadelsprinkhaan voor het eerst sinds jaren weer gezien en ontdekte een stagiaire van de Vlinderstichting najaarsboomspanners – een zeldzame nachtvlindersoort.’
Nadat parkdirecteur Seger van Voorst tot Voorst een interviewverzoek van de Volkskrant had afgewezen, stelden we de directie in de gelegenheid enkele concrete vragen te beantwoorden. Hieronder de vragen en de integrale antwoorden.
De Zoogdiervereniging constateerde in een rapport over meervleermuizen dat de leiding van De Hoge Veluwe geen medewerking verleent aan het monitoren op het gebied van De Hoge Veluwe. Klopt dat, en zo ja: wat is daar de reden van?
‘De Hoge Veluwe behoort tot de best gemonitorde natuurgebieden van Nederland. Wij organiseren de monitoring zelf en laten die uitvoeren door onze vakmensen, vrijwilligers, wetenschappers en studenten. Het park doet dus ook aan vleermuizentellingen conform de provinciale richtlijnen. Dat wij die data niet meer delen met de Zoogdiervereniging (we zijn daar niet toe verplicht) heeft te maken met de wijze waarop de Zoogdiervereniging het park loopt te framen. Feitelijk is dit een ‘Ajax/Feyenoord’-discussie. De Zoogdiervereniging gedraagt zich ten aanzien van monitoring als een monopolist, maar wij houden niet van gedwongen winkelnering en maken zelf wel uit wie de monitoring in het park mag uitvoeren en wat met de verzamelde data wordt gedaan. De vraag is waarom de data bij de Zoogdiervereniging beter af zouden zijn. Dat is ons inziens niet zo. Het gaat ze om hun verdienmodel.’
In 2005 begon De Hoge Veluwe met een project om korhoenders uit te zetten. Ecologen en andere wetenschappers maakten bezwaar tegen het feit dat het ging om gefokte hoenders, die door hun gevangenschap genetisch ongeschikt waren geraakt voor overleven in het wild. Zij voorspelden dan ook geen succes voor het experiment. De Hoge Veluwe zette door, maar moest het project jaren later toch opgeven. Waarom legde het park de mening van de wetenschappers destijds terzijde?
‘Ook dit is een onjuiste weergave van de feiten. Ons herintroductieproject van korhoenders werd samen met wetenschappers uit binnen- en buitenland jarenlang voorbereid en uitgevoerd. Tegen de uitzetvergunning werd bezwaar aangetekend door de Faunabescherming, die zich liet bijstaan door wetenschappers die betrokken waren bij het korhoenderoverlevingsproject op de Sallandse Heuvelrug. Zij duldden geen tweede korhoenderproject in Nederland, keerden zich tegen het uitzetten van korhoenders uit Zweden en betoogden dat onze korhoenders een gevaar zouden vormen voor de oorspronkelijke korhoenderpopulatie op de Sallandse Heuvelrug (genetische ‘vervuiling’). Wij konden dat weerleggen en de Raad van State stelde De Hoge Veluwe in het gelijk.
‘De eerste korhoenders zijn uitgezet. Daarna zijn tien jaar lang zeer goede resultaten geboekt met een eigen fokprogramma. De reden om het project stop te zetten was de hevige predatie door haviken. In tegenstelling tot het project op de Sallandse Heuvelrug werd aan het project op De Hoge Veluwe geen eurocent subsidie besteed. Verzoeken om DNA-materiaal van de Sallandse Heuvelrug om aan te kunnen tonen dat daar allang geen sprake meer is van een oorspronkelijke populatie, werden niet gehonoreerd. Ondertussen worden daar nog steeds korhoenders uit Zweden uitgezet (!). Hun eigen fokprogramma schijnt geen succes te zijn. Ook weer een ‘Ajax/Feyenoord’- discussie dus.
‘Het is opmerkelijk dat u in deze wel uw aandacht richt op De Hoge Veluwe en niet op de Sallandse Heuvelrug, waar jaarlijks tonnen euro gemeenschapsgeld worden verspild aan een kansloos project omdat daar niet aan predatorenbeheer wordt gedaan. De befaamde Zweedse wetenschapper Jacob Höglund verbaasde zich over de gang van zaken op de Sallandse Heuvelrug en vroeg zich af waar het over gaat. Gaat het over een genetisch verwante korhoen die niet kan overleven of gaat het over een genetisch aangepaste korhoen die wel kan overleven?’
Op de eigen website stelt De Hoge Veluwe aanwijzingen te hebben dat op het park minstens één ‘deels hybride’ wolf zou verblijven. Zijn er openbare data die dat onderbouwen?
‘U kunt dat zelf verifiëren op onze website. Ook met de uitslagen van DNA-onderzoeken is De Hoge Veluwe beduidend transparanter dan de Zoogdiervereniging, WENR en Bij12.’
In de recente rechtszaak over de vergunning voor het afschieten van de bekende probleemwolf die een hardloopster heeft gebeten noemde de heer Van Voorst tot Voorst de organisatie Bij12 ‘geen betrouwbare partij’. Waar is die uitspraak op gebaseerd?
‘Bij12 kreeg aanvankelijk DNA-materiaal beschikbaar gesteld door De Hoge Veluwe, maar weigerde, anders dan in ons omringende landen, alle onderzoeksresultaten met ons en de buitenwereld te delen. Daarop is besloten DNA-onderzoek uit te besteden aan door onszelf geselecteerde onderzoekbureaus. Ook heeft Bij12 onwaarheden over De Hoge Veluwe verkondigd. Momenteel zijn De Hoge Veluwe en Bij12 daarover in gesprek.’
Vanuit verschillende kanten is kritiek op het afsluiten met hekken van het ecoduct bij Oud-Reemst. Wat is de exacte motivatie van De Hoge Veluwe voor dat afsluiten?
‘Onder voorwaarden is De Hoge Veluwe akkoord gegaan met de aanleg van het ecoduct Oud-Reemst. Toen vanaf 2016 een tsunami aan herten uit de buurterreinen het park binnenstroomde, hetgeen leidde tot verlies van biodiversiteit (beschermde flora) door overbegrazing, is het verlaagde raster tijdelijk verhoogd om grote grazers te weren. Alle andere beschermde soorten (waarvoor de verbindingen echt bedoeld zijn) inclusief de wolf blijven migreren via het gaas en de varkenspoortjes en over het raster, zo hebben camerabeelden en monitoring uitgewezen. Het verhoogde raster houdt slechts hoefdieren tegen waar het uitermate goed mee gaat (edelhert, damhert, ree, koe en paard).’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant