Het Deense filmcollectief Dogma 95 jubileert. Om dat te vieren keren hun beste films, waaronder het ontluisterende familiedrama Festen, voor even terug in de bioscoop. Wat maakte deze stroming zo spraakmakend?
schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.
Precies dertig jaar geleden gingen ze het in Denemarken eens even helemaal anders doen. Om de kleine kunstzinnige Europese film uit de gulzige kaken van Hollywood te redden, met zijn Jurassic Park-franchise en ander amusement, werd een manifest opgesteld dat de geschiedenis zou ingaan als Dogma 95. Minder is meer, was de gedachte. Zonder opsmuk kom je dichter bij de kern van je personages. En bij de waarheid, en niets dan de waarheid.
Dat experimenteren kon best, want door de opkomst van betaalbare digitale cameraatjes in die tijd hoefde een speelfilm niet eens zo gek veel meer te kosten. En ja, een beetje spielerei zat er wel bij, al lieten de opstellers dat natuurlijk eerst niet merken.
Die initiators waren aankomend regisseur Thomas Vinterberg (1969) en Lars von Trier (1956), inmiddels bekend als beroepsprovocateur. Het was met veel aplomb dat ze op 13 maart 1995 het manifest in Parijs presenteerden op een symposium over ‘de toekomst van de cinema’.
Het tienpuntenplan, hun zelfverklaarde ‘gelofte van kuisheid’, schreef onder meer voor: altijd filmen op de locatie waar het verhaal zich afspeelt. Achteraf geen geluid of muziek toevoegen, dat doe je maar direct op de set. Er wordt louter gedraaid met handheldcamera’s. Schokkerig of grofkorrelig geen bezwaar. Alleen gebruikmaken van bestaand licht. Special effects en filters zijn verboden. Alles speelt zich af in het hier en nu, geen flashbacks of flashforwards. Plus: de naam van de regisseur zal niet worden genoemd, het is een Dogma 95-film.
Het was brutaal, het was grappig, en het leverde ook nog wat op. Het bescheiden filmland Denemarken kwam ermee in het nieuws, alsof er zojuist een volgende nouvelle vague was ontdekt, de leidende Franse filmstroming uit de jaren vijftig en zestig. En in 1998 werden zowel Von Trier (met The Idiots) als Vinterberg (met Festen) toegelaten tot de officiële competitie van het Cannes filmfestival. Deftiger kon niet.
Niet slecht, als uitkomst van een manifest dat door Von Trier en Vinterberg bijna giechelend in elkaar was gezet, in nog geen 25 minuten tijd, zo gaven ze achteraf grif toe.
Spraakmakende films leverde het wel op – het ontluisterende familiedrama Festen (Het Feest) voorop. Pater familias Helge Klingenfeldt viert zijn 60ste verjaardag met een groot diner, maar daar komt gaandeweg alle verdrongen rottigheid over hem naar buiten. Het plot zou nog vaak in vergelijkbare filmproducties (en theaterstukken) elders opduiken.
Von Trier hield het met The Idiots op een zwarte komedie, een oproep om de idioot in jezelf los te laten. ‘Een film gemaakt door idioten voor idioten over idioten’, zoals de tagline luidde. Daarin zien we een groep van elf ‘antiburgerlijke’ types die met hun fratsen het Deense plaatsje Sollerod eens flink komen terroriseren. Beetje keten, totdat leider Stoffer zich steeds meer begint te ontpoppen als dictator.
Veel schurende scènes, maar voor Von Trier was het vooral een afrekening met zijn eigen jeugd in een commune te Kopenhagen, naar marxistisch model. Zijn ouders werkten bij de sociale dienst, en waren klassieke ‘cultuurradicalen’. Von Trier: ‘Ze stonden een anti-autoritaire opvoeding voor, maar onderwijl was het tonen van emoties het allerergste vergrijp.’
Dat vertelde hij bij een bezoekje in augustus 2003 aan zijn tot Dogma-hoofdkwartier omgebouwde voormalige kazerne (met een antieke Sherman-tank voor de deur) in een buitenwijk van Kopenhagen. De aanleiding was zijn nieuwste film Dogville, en daaruit bleek dat hijzelf allang weer was uitgekeken op zijn eigen Dogma 95-manifest.
Von Trier, met gevoel voor drama gedrapeerd over een chaise longue: ‘Ach, eerst is het leuk om regels te hebben en vervolgens is het weer leuk om ze allemaal te overtreden. Regels geven richting, het schenden ervan net zo goed.’
Dat mocht hij wel zeggen, ja. Zijn theatrale film Dogville – met een hoofdrol voor Nicole Kidman – werd gedraaid in een studio, met louter kunstlicht, daar zat geen Dogma 95 meer aan.
Twee jaar later besloot de ‘beweging’ – waarbij zich inmiddels ook Deense filmmakers als Søren Kragh-Jacobsen, Lone Scherfig en Susanne Bier hadden aangesloten, en die ook in de VS, Zweden, Frankrijk, België en Latijns-Amerika navolging kreeg – zichzelf maar helemaal op te heffen, zodat iedereen weer vrij spel had.
Thomas Vinterberg, op het filmfestival van Toronto in 2017: ‘Dogma was een belangrijk deel van mijn leven. We ontkleedden het vak van filmmaker, met zijn gebruikelijke ijdelheid en arrogantie en meer van die zaken, en democratiseerden het tot op het bot. Een revolutie, maar na Cannes 1998 werd het plotseling mode. We konden op ieder festival waar ook ter wereld terecht en werden juichend onthaald. Dan is alle risico weg. Zo is het geen revolutie meer.’
Het was leuk zolang het duurde en het leverde bijzondere films op. Helemaal nieuw was dit Deense design natuurlijk ook weer niet. In Nederland waren filmmakers als Pim de la Parra, Eddy Terstall en Robert Jan Westdijk bezig met eenzelfde soort minimalistische films, ze hadden er alleen geen manifest bij geschreven. Sowieso was de Nederlandse film nooit zo van de samenwerking, wat dat betreft kunnen we nog wel wat van Denemarken leren.
Want ook na Dogma 95 weten de Deense filmmakers ons nog regelmatig te verbazen. Helaas wordt Lars von Trier inmiddels geplaagd door parkinson, zijn maatje Thomas Vinterberg kwam met succesfilms als Jagten (2012) en het Oscarwinnende Druk (2020), en altijd doet acteur Mads Mikkelsen mee.
Zoals cineast Anders Thomas Jensen (1972), een volgende sleutelfiguur, het in 2021 in de Volkskrant samenvatte: ‘Deense scenaristen en regisseurs van mijn generatie zijn goed in het delen van elkaars verhalen. We laten elkaar meelezen en dragen bij aan elkaars projecten, meer dan in andere landen, heb ik het idee. En dat is een grote kracht, want het maakt onze films sterker.’
En dat is uiteindelijk dan toch het Dogma 95-effect, zeggen ze in Denemarken. Jensen: ‘Dat begon bij Lars von Trier in de jaren negentig: het idee dat we als filmmakers ook een collectief vormen.’ Waarschijnlijk wist Von Trier zelf, vermoedt Jensen, niet eens precies wat hij deed. Maar het werkte wel.
Of het een hommage is, een grap, of juist een serieuze zaak moet nog even blijken, maar op het afgelopen filmfestival van Cannes presenteerden vijf nieuwe Deense filmmakers een ‘volgende revolutie’: Dogma 25. Voor artistieke vrijheid, tegen AI.
Regisseur May-el-Toukhy (Queen of Hearts) legde als een van de zegslieden uit dat de scripts met de hand moeten worden geschreven, er geen internet of e-mail mag worden gebruikt, en het maken van een film niet langer dan een jaar mag duren, want al te lange processen zijn slecht voor de ‘creatieve flow’.
Wat leverde Dogma op? De 8 beste Dogma-titels
Onder de vlag van Dogma 95 werden in totaal 35 films gemaakt. Onderstaande acht worden alom als de beste acht Dogma-titels beschouwd.
Familiedrama Festen (1998) – Thomas Vinterberg – Dogma #1
Zwarte komedie The Idiots (1998) – Lars von Trier – Dogma #2
Romantische komedie Mifune’s Last Song (1999) – Søren Kragh-Jacobsen – Dogma #3
Gezinsdrama Julien Donkey-Boy (1999) – Harmony Korine, de eerste Amerikaanse film volgens het Dogma 95-protocol – Dogma #6
Romantische komedie Italian for Beginners (2000) – Lone Sherfig – Dogma #12
Road movie Amerikana (2001) – de Amerikaanse regisseur James Merendino – Dogma #13
Thriller Joy Ride (2000) – de Zwitserse regisseur Martin Rengel – Dogma #14
Gezinsdrama Open Hearts (2002) – Susanne Bier – Dogma #28
*) Alle genoemde regisseurs zijn Deens, tenzij anders aangegeven
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant