Trajal Harrell stamt uit een welgestelde zwarte familie uit Georgia. Dit jaar is de Amerikaanse danser en choreograaf associate artist van het Holland Festival. De onderzoeker van modellenloopjes, (post)moderne dans en Japanse butoh deelt gul en graag zijn improvisaties én inspiratiebronnen.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
Hij gaat schuil achter twee enorme koffers met kostuums en twee uitpuilende tassen. ‘Normaal reis ik met één trolley en vervoeren vrachtwagens alles voor mijn voorstellingen’, verklaart de Amerikaanse choreograaf en danser Trajal Harrell (52) zijn gesjouw in een drukke hotellobby. Maar nu is hij vanuit Zürich naar Brussel gekomen voor zijn nieuwe, geïmproviseerde festivalconcept Welcome to Asbestos Hall tijdens het Belgische kunstenfestivaldesarts. Harrell, deels woonachtig in Zürich, deels in Athene, runt in Zwitserland zijn internationaal reizende dansgezelschap, het Zürich Dance Ensemble.
Na Brussel reist hij met Welcome to Asbestos Hall door naar Amsterdam-Noord. Daar bouwt hij tijdens het Holland Festival theaterontwikkelplek Likeminds van 12 tot 30 juni om tot publiek toegankelijke experimenteerruimte vol repetities, (gast)performances, ontmoetingen, filmvertoningen, improvisaties en workshops. Ook voert hij tijdens het Holland Festival twee voorstellingen op in Stedelijk Museum Amsterdam.
Omdat er tijdens Welcome to Asbestos Hall doorlopend geïmproviseerd gaat worden, sleept Harrell met vijf dansers extra veel koffers vol kleding mee. Eindeloze, ritmische kostuumwisselingen, met verfijnde voguebewegingen als van modellen op een catwalk, deinend en dansend op teenpunten, vormen een karakteristiek van Harrells beroemde choreografisch oeuvre. Rode blouses, gele jassen, wijde broeken, kanten rokken, bloemenjurken, vleermuismouwen, kralensnoeren en hoofdtooien, alles trekt asymmetrisch gedrapeerd voorbij tijdens een komen en gaan van transformaties – de zogeheten looks.
Het omkleden gebeurt achter kamerschermen, een verwijzing naar de zogeheten ‘hoochie-coochieshows’ uit de 19de en 20ste eeuw, vol suggestieve, oriëntaalse buikdans. Tijdens de 78ste editie van het Holland Festival is Harrell associate artist, de centrale gast van wie veel werk wordt getoond, thema’s worden uitgelicht en verwante kunstenaars worden uitgenodigd. ‘Ik kan nog niet bevatten dat het festival speciaal voor mij de Amerikaanse jazzimprovisator Craig Taborn naar Nederland haalt. Ik ga mijn held voor het eerst live ontmoeten!’, aldus een opgetogen Harrell.
Harrell, in 1973 geboren in Douglas, in de zuidelijke Amerikaanse staat Georgia, stamt uit een welgestelde zwarte familie. Zijn grootvader was een gerespecteerd leider van de zwarte lokale gemeenschap. ‘Hij bezat veel vastgoed. Mensen huurden zijn winkelpanden. Hij was slim, begon arm met het rapen van afval en sinaasappelschillen. Hij spaarde voor land en startte met de aankoop van een drankzaak. Maar hij benadrukte altijd: je bent niet rijk als je niet kunt delen.’
Daarom huldigt Harrell het mantra om kunst, ideeën, ruimte en performances met toeschouwers en collega’s genereus te delen. Was zijn vader net zo? ‘Uhm, mijn vader speelde golf en leefde van een erfenis.’
Harrells moeder, een onderwijzeres, hoopte dat hun oudste zoon het onderwijs in zou gaan. Maar na een opleiding American Studies – geschiedenis, politiek en cultuur van de Verenigde Staten – aan de universiteit van Yale koos hij voor (post)moderne danslessen in New York bij revolutionaire vrouwen. Hij verdiepte zich in danspioniers die geschiedenis schreven.
Harrell brak internationaal door met zijn serie Twenty Looks Or Paris Is Burning at the Judson Church (2009-2017), deels ook in Nederland vertoond. Een serie denkbeeldige ontmoetingen tussen postmoderne danspioniers en homo- en transseksuelen uit de voguingscene; in werkelijkheid waren dit begin jaren zestig gescheiden werelden.
De choreograaf, met als bijnaam Mr. What-If, stelt in zijn serie altijd ‘wat als-vragen’ bij de dansgeschiedenis: wat als kunstenaars uit die gescheiden werelden elkaar toch zouden hebben ontmoet? Harrell speculeert in zijn voorstellingen over wat daaruit aan creativiteit zou zijn voortgekomen, zoals imaginaire cross-overs tussen zwarte activistische dans en beroemde Japanse butoh-kunst.
Wat als hij op zijn 8ste niet had gelogen tegen zijn opa over de eindtijd van gymnastiekles, zodat die hem pas later kwam halen en hij nog stiekem naar de balletlessen kon kijken? Niet om meisjes te spotten, Harrell is queer, wel om eindeloos die balletstructuren te doorgronden. ‘Het was in mijn omgeving ondenkbaar dat ik op ballet zou gaan.’
Zijn moeders vader had een cementfabriek, zijn moeders oma was Japans. Daar ligt een link met zijn fascinatie voor Japan en de kunstenaarshub Asbestos Hall van butoh-grondlegger Tatsumi Hijikata (1928-1986), gevestigd in een verlaten asbestfabriek. Met danser Kazuo Ohno (1906-2010) ontwikkelde Hijikata na de Tweede Wereldoorlog een trage bewegingsstijl met expressieve, van pijn doortrokken mimiek door wit beschilderde lichamen, ook ‘dans der duisternis’ genoemd omdat zielen van doden van zich laten horen via dansende lichamen van levenden.
Harrell deed dertien jaar onderzoek naar deze ondoorgrondelijke bewegingsstijl vol intense, soms gewelddadige danserupties. Hij sluit zijn butoh-onderzoek af met zijn Holland-Festivalproject Welcome to Asbestos Hall waarvan de titel verwijst naar de studio waar Hijikata’s dansers repeteerden én woonden, terwijl ze elders – vaak als ‘erotische dansers’ – de kost verdienden. ‘Let op, we gaan zijn legendarische leefgemeenschap niet nadoen. We werken in hun geest.’
Na het sjouwen van zware koffers trillen Harrells handen, een aangeboren tremor die door stress verergert. ‘Ik kan er bètablokkers tegen slikken. Maar mijn oma zei: ‘Niet doen! Jouw geest is gewoon te groot voor jouw lichaam. Die tremor is beweging.’ Ook die tip van zijn grootmoeder geeft hij graag door.
Show: Hoochie-coochie
‘Ieder jaar tijdens de dorpskermis zette mijn vader mij en een vriendje in het reuzenrad. Daarna was hij onvindbaar. Later ontdekte ik dat hij naar buikdanseressen ging kijken. Hoewel ik die hoochie-coochieshows nooit live heb gezien, bepaalden deze vroege voorlopers van vaudeville mijn eerste beeld van live dans: mensen kijken naar schaars geklede danseressen.’ Harrell maakte er een performance-installatie over, Hoochie Koochie (2017), zijn eerste solotentoonstelling in de kunstgalerie Barbican in Londen.
Volgens de overlevering zou de dansvorm door de Syrische danser Little Egypt (pseudoniem voor drie populaire buikdanseressen) in 1893 op de Chicago World Fair zijn geïntroduceerd. Little Egypts oriëntaalse manier van dansen kreeg grote navolging tijdens erotische verleidingshows. Net als buikdanseressen gebruikt Harrell vaak kamerschermen, om verkleedpartijen aan het zicht te onttrekken en voyeurisme te versterken. ‘Ik ontdekte later dat mijn vader tegen extra betaling achter die schermen de buikdanseressen naakt kon zien.’
In zijn succesvolle voorstelling Caen Amour (2016), na Festival d’Avignon, het MoMA in New York en Theater Rotterdam nu in het Holland Festival, onderzoekt Harrell eveneens het exotische vrouwenlichaam in oriëntaalse dansvormen. Het publiek mag na een oosterse openingsdans rondlopend toekijken hoe dansers zich verkleden. ‘Het is géén heropvoering maar een act van verbeelding.’
Catwalkdefilés op fictieve hoge hakken, verkleedsessies met overdadig gedrapeerde kostuums en spelletjes met genderrollen keren steevast terug in Harrells werk. ‘Door loopjes van voetgangers en modellen te bestuderen leer ik veel over sociaal gedrag. Op een catwalk kan het publiek die heupwiegende sociale processen van alle kanten bekijken.’ Kledingstukken worden speels over elkaar heen gedragen, geshowd, of dicht tegen het lichaam gedrukt, als danspartner. Een levend mode- en dansmuseum.
Tijdens zijn voorstellingen bungelen prijskaartjes vaak nog aan de kleren. ‘De financiële waarde van mode-items waarmee mensen hun gender, identiteit of karakter onderstrepen, veranderen continu. Dat willen we laten zien.’ Wie inzoomt op de labels ontdekt dat ze bij Harrell meestal van het Japanse avant-garde modelabel Comme des Garçons zijn. Het label is gevestigd in Parijs en opgericht door de eigenzinnige modeontwerpster Rei Kawabuko (82). ‘Haar ontwerpen zijn onweerstaanbaar monumentaal. Soms rafelig en rauw, soms bloedrood en heftig. Kawakubo is extreem autonoom. Ze laat het idee wat kleding moet zijn volledig los. Ze blaast haar vormentaal op, met compleet afwijkende silhouetten. Mijn medewerkers zoeken altijd naar items in de sale.’
Muziek: Jazzpianist Craig Taborn
‘Dat het Holland Festival jazzmusicus, elektronisch componist en improvisator Craig Taborn (55) uit Brooklyn naar Amsterdam haalt is een groot cadeau. Misschien gaan we samen optreden! Ik heb zijn muziek gebruikt voor mijn dansfilm O Medea, die begint waar de tragedie van Euripides eindigt, met de kindermoord door Medea. Er zit zo veel verbeelding in Taborns jazzimprovisaties. Je hoort hem continu zoeken naar nieuwe wegen. Hij neemt iedereen mee op reis. Zijn werk is altijd speculatief: een verkenning van eindeloze routes.
Keith Jarrett (80) is natuurlijk de aller-allergrootste jazzpianist. Hij is ook heel belangrijk voor mij. Maar hij speelt niet meer. Daarna komt Craig. Ik weet niet meer hoe ik zijn muziek heb ontdekt. Iedere noot bij hem klopt en toch hoor je hem met gekke wendingen alsmaar doorzoeken naar nieuwe harmonische patronen, melodisch, lyrisch, ritmisch. Hij neemt altijd een loopje met de jazzgeschiedenis. Dat doe ik ook met de danshistorie. De nadruk op speculeren in kunst deel ik met hem. Ik heb Taborn nog nooit live horen spelen. Maar nu hebben we een blind date, we gaan elkaar live on stage ontmoeten. Amazing!’
Dans: Butoh-grondlegger Tatsumi Hijikata en butoh-danser Kazuo Ohno
Er zijn geen opnamen van, maar de Japanse danser Tatsumi Hijikata (1928-1986) zou in zijn butoh-performance Kinjiki (Verboden kleuren uit 1959) met de zoon van danser Kazuo Ohno (1906-2010) een kip tussen zijn benen hebben gewurgd. Bij deze beroemde butoh-dansers kon het er seksueel agressief aan toe gaan. ‘Butoh, ook wel Ankoku Butōh genoemd, dans der duisternis, kent geen vast bewegingsvocabulaire maar is een fysieke geestesgesteldheid waarbij de zielen van doden dansen via met klei besmeurde naakte lichamen van levenden. Het ziet er voor westerlingen misschien gewelddadig en misvormd uit. Maar het zet zich radicaal af tegen populaire westerse dansvormen en sprookjes over prinsessen en samoerai-strijders uit het Japanse Kabuki-theater.’
Hijikata en Ohno’s van pijn doortrokken bewegingsstijl zou verwijzen naar de verschrikkingen aangericht door atoombommen in het naoorlogse Japan. De nu leegstaande Asbestos Hall in Tokio werd bewoond door Hijikata’s kleine, levendige kunstenaarsgemeenschap. ‘Hijikata heeft Tokio nooit verlaten. Ik moest naar Japan om zijn archief te bestuderen en met getuigen te praten. Ohno’s archief ligt in een garage van een ex-manager. Hij danste nog toen hij 102 was. Ik zag hem in New York, begreep het optreden niet maar werd gegrepen door die innerlijke esthetiek. Zo vrij, dat lukt mij niet. Ik hoop mijn solo tot mijn 70ste uit te voeren.’
Film: Regisseur Wong Kar Wai en regisseur en beeldend kunstenaar Karim Aïnouz
‘Je kunt de films van de Hongkongse regisseur Wong Kar Wai (66) bijna proeven, zo veel intensiteit, kleur, textuur, licht en huid. De personages zijn zo dichtbij en tegelijk zo eenzaam, in hun wolk van sigarettenrook. Dat onmogelijke, zinnelijke verlangen van twee homoseksuele ex-geliefden in Happy Together (1997) vind ik weergaloos. Oogverblindende slow-motion. Hij schrijft tijdens het opnemen ook altijd door aan zijn scripts, die zich ontwikkelen op de locatie van een bar, hotel, flat of pension. Daar worstelen zwijgende zielen met hun verlangen naar contact. Dat verdwaalde voel je fysiek. In mijn trio In the Mood for Frankie (2016) gebruik ik de soundtrack van Happy Together.
Lichamelijkheid speelt ook een prachtrol in de films van de Braziliaanse regisseur Karim Aïnouz (59), al bijna dertig jaar een goede vriend van mij. Ik zou graag een dansfilm met hem maken. Hij brak vorig jaar internationaal door met zijn geweldige kostuumfilm Firebrand (2024), rond dat meurende, rottende ziekbed van die monsterlijke koning Hendrik VIII, die zijn vrouw Katherine en hun hele omgeving terroriseert. Maar ook zijn flonkerende film Invisible Life of Eurídice Gusmao (2019) is beklemmend, over twee onafscheidelijke zussen die uit elkaar worden gedreven door hun vader. Je voelt in alles die morele benauwenis.’
Kunst: Beeldend kunstenaar Sarah Sze
‘Sarah Sze (56) is een van mijn beste vrienden, ik ken haar vanaf mijn studietijd op Yale. Ik leerde haar via een kamergenoot kennen. We delen onze liefde voor verbeeldingskracht. Sarah creëert immense sculpturen en installaties uit alledaagse objecten, zoals tandenstokers, gereedschap, lampjes, draadjes, lucifers en stroken papier. Maanden van knip- en plakwerk leiden tot complete miniatuurwerelden vol ogenschijnlijk geestverruimende chaos, zoals Still Life with Landscape uit 2011 en Fixed Points: Finding a Home uit 2012. De objecten lijken willekeurig gekozen maar het tegendeel is waar. Alles is heel precies verbonden.
‘Sarah zoomt in op elk detail en tegelijk ontvouwt ze een blik op een zich uitdijende oneindigheid. Al op de universiteit zei haar vader tegen haar: prima als je beeldend kunstenaar wilt worden maar dan wel een echt goede die verantwoordelijkheid voelt iets te creëren dat belangrijk en genereus is. Daar hebben we veel gesprekken over gevoerd: wat betekent generositeit in de kunsten? Inmiddels is ze met een trits aan prijzen een van de bekendste Amerikaanse levende kunstenaressen.’
Danspioniers: Loïe Füller, Isadora Duncan en Martha Graham
‘Toen ik opnamen zag van vrouwelijke moderne danspioniers uit het begin van de vorige eeuw, was ik in verwarring: het leek niet op hoe dans traditioneel werd voorgesteld, met ballerina’s op spitzen. Ze dansten individueel, blootvoets en strijdvaardig, soms agressief en gewelddadig. Droegen geen beha, verlosten het vrouwenlichaam van het korset. Gebruikten lappen stof en elastische doeken om hun ondergeschikte positie aan de kaak te stellen. Hun optredens balanceerden tussen vaudeville, burlesk en exotische, ritualistische dansvormen. Het was toen taboe zulke geëxalteerde gevoelens in dans te laten zien.
Met haar emotionele gratie was Martha Graham (1894-1991) enorm vernieuwend. En Loïe Fuller (1862-1928) creëerde illusies door stoffen vloeiend te wapperen. Zij was de muze van art-nouveauschilders als Henri Toulouse-Lautrec. Haar werk beïnvloedde weer danseres Isadora Duncan (1877-1927), die klassiek ballet resoluut afwees. Al hun werk heeft een donkere schoonheid. We zouden ons moeten realiseren hoe groot hun invloed is geweest op kunst en mode. Wie weet nog dat Duncan al haar kinderen verloor en de dood vond toen ze uit een auto werd geslingerd nadat haar rode sjaal in de wielen verstrikt raakte? Haar rake antwoord op de vraag naar de betekenis van haar dans was: ‘Als ik het in woorden had kunnen vatten, zou ik het niet hoeven te dansen.’
‘Katherine Dunham (1906-2006) was een legende, ze moet tot de canon van de vroeg moderne dans worden gerekend. Deze Afro-Amerikaanse voorvechtster van Braziliaanse en Caribische dans richtte in de jaren vijftig van de vorige eeuw de eerste internationaal toerende zwarte dansgroep op. Ze had veel succes met revues op Broadway, maar weigerde op te treden in gesegregeerde theaters. Ze protesteerde tot op haar sterfbed. Op haar 83ste ging ze nog 47 dagen in hongerstaking uit verzet tegen het terugsturen van Haïtiaanse vluchtelingen.
‘Ik ontmoette haar bij toeval kort voor haar dood. Een vriendin nam mij mee. Om haar heen waren verzorgsters in de weer met het opschudden van kussens. Ik had geen idee welke legende daar lag. Ik heb zo’n spijt dat ik haar niet meer heb kunnen vragen hoe ze stand hield door zich niet te confirmeren. En naar haar ontmoetingen met Japanse butoh-kunstenaars. Tijdens mijn onderzoek ontdekte ik dat Dunham en Hijjkata in Tokio even een studio hebben gedeeld. Dunham deed als antropologe onderzoek naar voodoo, Hijikata bestudeerde sjamanistische praktijken. Ze moeten elkaar geïnspireerd hebben met ideeën hoe je de dood kunt laten dansen via je lichaam. Ik speculeer graag over hun ontmoeting.’
‘Ik lees kookboeken ter ontspanning. Ik heb nauwelijks tijd om te koken maar ik verzamel wel recepten, waarvan ik hoop ze ooit te maken: wat als ik ooit uitgebreid in de keuken zou kunnen staan? Dan ken ik genoeg recepten uit mijn hoofd. Ik droom ervan de koelkast open te trekken en spontaan iets heerlijks te maken uit mijn voorraad. Ik ben geen vegetariër maar koop graag groenten op de markt. Voordat ik alles heb verwerkt ben ik alweer onderweg. Terwijl, het is zo simpel. Kook de steeltjes van verse broccoli, met zout, gember en kruiden. Of snijd goede Griekse tomaten, met een vleugje zout erop. Helaas ben ik wel een rotzooi-kok. Áls ik kook, lijkt het of een tornado door de keuken jaagt.’
CV Trajal Harrell
1973 Geboren in Douglas, Georgia (Verenigde Staten).
1990-1997 American Studies aan de Universiteit van Yale en Theatre Studies.
1998-2004 Lessen (post)moderne dans in New York City bij Yvonne Rainier (Judson Church Theatre) en leerlingen van Trisha Brown en Martha Graham.
2009-2017 Internationale doorbraak met serie Twenty Looks Or Paris Is Burning at the Judson Church.
2012 Bessie Award voor Antigone Sr./Twenty Looks or Paris is Burning at The Judson Church.
2012 Guggenheim Fellowship for Creative Arts.
2016 Caen Amour in Festival d’Avignon.
2018 Uitgeroepen tot Tänzer des Jahres door blad Tanz.
2019 Solo Dancer of the Year.
2019-2024 Choreografisch directeur Schauspielhaus Zürich.
2019-2022 Porca miseria trilogie met Maggie the Cat (2019), O Medea (2019) en Deathbed (2022).
2022 Solo Sister or He Burried The Body.
2023 The Romeo in Festival d’Avignon.
2024 Oprichting Zürich Dance Ensemble.
2024 Zilveren Leeuw Dansbiënnale van Venetië.
2025 Associate artist Holland Festival 2025: met Welcome To Asbestos Hall, 12 t/m 29 juni in Likeminds, Amsterdam-Noord en Caen Amour op 19 en 20/6 en Sister or He Buried the Body op 25/6 in Stedelijk Museum. Op 2/10 staat Harrells nieuwste voorstelling Tambourines in Theater Rotterdam.
Trajal Harrell woont in Zürich en Athene en heeft een relatie met een Belgisch beeldend kunstenaar.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant