is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Een dorp in de Zwitserse Alpen werd weggevaagd door een lawine. De wetenschap kan slachtoffers voorkomen, maar niet de ramp.
Ben je ook eens op vakantie, sta je toch weer met je poten in het bluswater. Het overkwam mij vorige week, tijdens een weekje wandelen in de Zwitserse Alpen, met een decor van groene vlakten en besneeuwde bergtoppen. Door de imposante rotsspleten gutste het gesmolten water, kletterend kwam het naar beneden, om in kolkende riviertjes richting zee te kronkelen.
Niet ver van deze idylle had zich een eigentijds drama voorgedaan: het bergdorpje Blatten werd weggevaagd door een lawine van ijs, modder en stenen. Een stuk bergwand was afgebroken, de vallende rotsblokken stortten boven op de onderliggende gletsjer en namen de brokken ijs mee. ‘Ein dorf wurde ausradiert’: de dagbladen aan de ontbijttafel vulden er voorpagina na voorpagina mee. Inderdaad een nogal schril contrast met de welgeteld vijf regels die deze krant er in de papieren versie 800 kilometer verderop voor over had, en waarover lezers zich afgelopen week beklaagden.
Uw verslaggever was erbij – niet overdrijven: het was nog minstens een uur rijden – maar ja: hij was op hoognodige digitale detox en stond zich aan de rand van ravijnen te vergapen aan analoge gemzen, steenarenden, fluitende alpenmarmotten en velden vol bloeiende gentianen en orchideeën. Met het hoofd in de wolken; zie dan maar eens bij de les te blijven.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Die les is: rotslawines zijn van alle tijden, maar de kans dat dit soort drama’s vaker voorkomen, neemt toe. Die verdomde klimaatverandering natuurlijk weer.
De Alpen zijn kampioen gletsjersmelt, berichtte deze krant – dat dan weer wel – in een even verhelderend als alarmerend verhaal: daar ging sinds 2000 al 38,7 procent van het gletsjerijs verloren, haast acht keer zoveel als elders. Datzelfde verhaal maakte melding van een wereldwijde ‘dodenlijst’, die bijhoudt welke gletsjers zijn ingestort of gaan verdwijnen.
De wetenschap staat intussen niet stil: sensoren op stenen gemonteerd kunnen trillingen detecteren, met drones worden veranderingen in het landschap in de gaten gehouden. Zo worden slachtoffers voorkomen, maar niet de ramp. Want, beste leerlingen, gletsjers voeden rivieren, bepalen de ecologie, drijven elektriciteitscentrales aan en voorzien hele regio’s van drinkwater. En ze smelten steeds sneller, tot de natuurlijke machine het begeeft.
Vakantie anno 2025: lekker eropuit in eigen rampgebied. We hebben het met eigen ogen gezien. Eind vorig jaar werd het Zwitserse dorpje Brienz bedreigd door een rotslawine, alle inwoners werden geëvacueerd, voor maanden. Omdat ook verslaggeversbloed stroomt waar het niet gaan kan, trokken we eropuit. Per vergissing naar een gelijknamig dorp, aan de prachtig blauwe Brienzersee. Daar was niets ontruimd, wel waren wegen er al maanden afgesloten vanwege noodweer dat er had huisgehouden – ook een klimaateffect. We zagen foto’s van overstromingen en modderpoelen die het dorp hadden bereikt. Prettige vakantie verder.
Het gevolg is een vreemde kortsluiting in het hoofd van de vakantieganger van nu. Met je poten in het smeltende gletsjerwater, ben je verblind door de indrukwekkende schoonheid die zich aan je ogen ontvouwt. Om te janken zo mooi.
Op de terugweg diende de Nederlandse werkelijkheid zich onvermijdelijk weer aan. ‘Limburg getroffen door noodweer’, berichtte de NOS. Er waren hagelstenen gevallen van wel 2 centimeter doorsnee – jeetje. Wij die Zwitserland overleefden, lachen om zo’n snoezig rampbericht. Om maar niet te hoeven huilen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns