Afzwaaiend asielminister Marjolein Faber kreeg het "strengste asielbeleid ooit" amper van de grond. Haar korte bewind stond vooral in het teken van gekibbel, relletjes en de onuitvoerbaarheid van haar plannen.
Het strengste asielbeleid ooit. Dat belooft het in september gepresenteerde partijprogramma van PVV, VVD, NSC en BBB. Vooral voor de PVV, die asielmigratie als grootste speerpunt heeft, is dit een belangrijke belofte. Dus is het Geert Wilders die de minister hiervoor naar voren schuift: Marjolein Faber.
De focus ligt bij deze minister van Asiel en Migratie vooral op het eerste deel van haar functietitel. Asielmigratie is kleiner dan bijvoorbeeld studie- of arbeidsmigratie, maar deze mensen blijven wel veel vaker definitief in Nederland.
Dat dat effect heeft op bijvoorbeeld het onderwijs en woningen hier, gebruiken de rechtse partijen als dankbare onderbouwing voor hun asielplannen. Maar de problemen met onderwijs en woningen zijn vooral ontstaan door beleid, en niet door asielzoekers.
Toch belooft het regeerprogramma van het kabinet grote dingen. Zo wil Nederland een opt-out op Europese asielregels en wil het kabinet zo snel asielmaatregelen invoeren dat deze in eerste instantie niet langs het parlement gaan. Bovendien komen er allemaal wetten waarmee het asielbeleid strenger, soberder en bovenal afschrikwekkender moet worden.
Faber steekt het niet onder stoelen of banken: Nederland is wat haar betreft te aantrekkelijk voor asielzoekers. Hoewel wetenschappelijk onderzoek nog niet kan bewijzen of uitsluiten dat het beleid zelf ervoor zorgt dat asielzoekers naar Nederland komen, beweert Faber dat al wel.
In de eerste maanden van haar ministerschap haalt de minister al volop het nieuws, bijvoorbeeld met het plan om terugkeerborden te plaatsen bij asielzoekerscentra (azc's). Die acties hebben vooral effect in de media en gesprekken bij koffieautomaten. De asielopvang blijft, hoewel het aantal asielzoekers in heel Europa is afgenomen, vooralsnog overvol.
Uiteindelijk weet Faber eind vorig jaar haar eerste échte grote plannen voor te leggen aan de Tweede Kamer. Het gaat om het zogenoemde tweestatussenstelsel en een wet met daarin allemaal verschillende maatregelen, de asielnoodmaatregelenwet.
Eigenlijk zou dat een crisiswet moeten zijn. Het kabinet wil immers meteen maatregelen nemen en pas later het parlement inlichten, net zoals dat in de coronacrisis is gegaan. De "dragende motivering" daarvoor heeft Faber nooit op papier gekregen. De coalitie haalt na druk uit de Kamer toch maar een streep door het omstreden plan.
Maar ook rond de nieuwe wetten van Faber gaat het niet soepel. Betrokken instanties klagen dat ze amper de tijd krijgen om naar de plannen te kijken en hebben grote zorgen over de uitvoerbaarheid. Ook het hoogste adviesorgaan van de overheid wijst op de (on)uitvoerbaarheid van de plannen. Faber zelf weigert ook maar een punt of komma te veranderen aan de wetten, ook als ze daardoor vastlopen bij de rechter.
Veel kritiek is er ook op de sinds december ingevoerde extra grenscontroles. Afgelopen week concludeerde de Algemene Rekenkamer nog dat die helemaal niet zorgen voor verlichting in de asielketen. Zelfs Wilders noemt de extra controles "een wassen neus".
Bij vrijwel alle plannen van Faber worden vraagtekens gezet. In meerdere gevallen fluit de rechter de minister ook al terug. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het intrekken van de bijdrage voor de bed-bad-broodlocaties of een plotse vermindering van het budget voor VluchtelingenWerk.
Faber, zo zegt ze zelf meermaals, blijft "doordieselen". Maar in de tussentijd komt de relatie met haar eigen uitvoeringsorganisaties en gemeenten steeds verder onder druk te staan. Die zijn bijvoorbeeld boos over alle onduidelijkheid rondom het intrekken van de spreidingswet.
Ook Fabers relatie met Kamerleden verslechtert in rap tempo. Faber doet weinig moeite om medewerking en begrip van de Kamerleden te krijgen, hoewel ze die wel nodig heeft voor een meerderheid in de Eerste Kamer. De debatten staan vooral in het teken van ergernissen en botsingen.
Die ergernissen bereiken begin dit jaar een kookpunt nadat Faber heeft geweigerd lintjes toe te kennen aan mensen die zich vrijwillig inzetten voor asielzoekers. Voor vrijwel de hele oppositie is de maat vol. Het is immers niet de eerste keer dat de minister door middel van relletjes aandacht op haar dossier wil vestigen.
"Ga eens aan het werk", klinkt het ook vanuit haar eigen coalitiepartners. PVV'er Wilders blijft zijn eigen minister wel door dik en dun steunen.
Het houdt Faber niet tegen om, zoals ze dat in Den Haag noemen, stukken rood vlees in de politieke arena te blijven gooien. Want niet lang na de lintjesrel maakt de minister zich openlijk boos om de uitjes die het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) organiseert voor asielzoekers.
Nederland zal Faber vooral herinneren door dat soort rellen en oneliners als "ik ben beleid". Want door de vroegtijdige val van het kabinet heeft Faber ook niet de mogelijkheid gekregen om haar plannen verder om te zetten in nieuw beleid.
Fabers asielwetten worden ondanks de val van het kabinet waarschijnlijk gewoon behandeld in het parlement. Maar het zal haar opvolger zijn die de wetten zodanig gaat oppoetsen dat ze in lijn zijn met de rechtsstaat en door de Kamers komen. En dan is het niet Faber, maar haar opvolger die met de eer van een strenger asielbeleid kan gaan strijken.
Source: Nu.nl algemeen