Rooie Nel in Utrecht serveert eigenzinnige gerechten en retroklassiekers – cordon bleu! pasteitje kipragout! – met knallers van sauzen, in een snoezig pandje aan de Vecht.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Jagerskade 13, Utrecht rooienel.nl
Cijfer: 8,5
Moderne bistro aan de rivier met een terras.
Voor- en tussengerechten rond € 15, hoofd rond € 25, dessert rond € 8. Dinsdag t/m zondag open voor lunch en diner.
Waar de Vecht de Utrechtse wijk Ondiep lossnijdt van Overvecht, bij een tomaatrood ophaalbruggetje dat, passend, de Rode Brug heet, zat sinds de jaren tachtig ‘Party- en Congrescentrum Het Vechthuis’. Talloze Utrechters vierden er hun huwelijks- en bedrijfsfeesten. Na sluiting en sloop – er werden nieuwe woningen gebouwd – bleef alleen het monumentale voorpandje aan de rivier overeind: een snoezig, 16de-eeuws huisje met een trapgevel en groene luiken.
Daar huist nu het sympathieke Rooie Nel, vernoemd naar zowel die ophaalbrug aan de rechterkant als de voormalige rosse buurt die lange tijd op de woonboten van het Zandpad op links zat. De drie jonge eigenaars, die eerder ook al het eigenwijze restaurant De Pomp in een oud benzinestation hadden, gaven hun nieuwe ‘moderne bistro’ de slogan ‘Lekker vet én vet lekker’. Het staat tientallen keren op de website.
Op het terras zitten mensen te borrelen, binnen kun je plaatsnemen op twee niveaus: op de oude rood-zwarte tegels bij de schouw, of ter hoogte van de open keuken. De boel is uitgebreid en smaakvol verbouwd zonder dat oude details verloren zijn gegaan: we zien een leuke lange bank met lichtblauwe retrostreep, grote bollampen, kaarsenhouders van roze glas en een opvallend ossenbloedrood geschilderd balkenplafond. De avondzon schijnt prachtig door de hoge ramen naar binnen, we worden ontvangen door een heel vrolijk type met een ring door zijn lip en een reusachtige broek.
Het menu is compact, met een rijtje snacks, wat voor- en tussengerechten (coquilles, steak tartare) en hoofdgerechten als asperges met hollandaisesaus, kabeljauw met mosselen en een entrecote bordelaise. Tot ons plezier zijn er ook huisgemaakte garnalenkroketten, een pasteitje met kipragout en paddenstoelen, en staat op het snacklijstje een cordon bleu. Waarlijk dingen die je je voorstelt in een voormalig Party- en Congrescentrum uit de jaren tachtig, en waar ik bovendien verzot op ben.
Op de wijnkaart zien we opvallend veel Griekse wijnen, ook per glas, en op enthousiast advies van de jongen met de broek kiezen we de naar grapefruit, blaadjes en kalk geurende sauvignon van Klados op Kreta. We bestellen er het eitje mayo bij (€ 7,50 voor vier halfjes). Het ei blijkt zachtgekookt, wat eigenlijk niet hoort maar prima werkt bij de goede mayonaise waar, niet te overheersend, wat spekbokking in is verwerkt.
Die ‘cordon bleu’, hoera hoera, blijkt geherinterpreteerd en binnenstebuiten gekeerd als bitterballen (€ 11 voor vier). Dat is héél goed gelukt: in de salpicon zijn blokjes ham, stukjes kip en gruyère verwerkt, onder het knapperige korstje heb je zo, als het ware, de totale beleving in tweehapsvorm.
Van de voorgerechten kiezen we eerst de makreel (€ 14). Die is alleen even kort gepekeld en ligt onder wat dungesneden meiknol met wat crème fraîche en een geweldige, hartigzure, aromatische en iets rokerige saus van gebarbecuede en ingelegde citrus en witte soja.
Het vegetarische gerecht (€ 14) is ook al zo goed: op en rond een stukje tomme de chèvre uit de Loire vinden we geroosterde en iets ingedroogde bospeen, gebakken ui, krokant mosterdzaad en opnieuw een erg goeie, weelderige en superhartige worteljus – die blijkt bij navragen aangemaakt met een huisgemaakte kosho (japans citrus-pepercondiment) van mandarijn en madame jeanette.
De korst van de huisgemaakte garnalenkroketten (€ 15) is helaas nét te dik en een beetje degig. Die hoort echt (en ik citeer nu even garnaalkroketgrootheid Cees Holtkamp) ‘als een eierschaaltje’ te zijn. De vulling is evenwel weer uitstekend en ruim aanwezig, en er ligt naast gefrituurde peterselie een fantastisch frisse citroenmayonaise bij.
Het tussengerecht van Kamperlam met cassoulet (€ 19): het nekvlees is een hele nacht gekonfijt in olie met kruiden en daarna gebakken, waardoor het zijdezachte, smakelijke vlees een bijna toffee-achtige korst heeft gekregen. Er liggen van die lekkere ronde citroenboontjes bij, snijbonen, goeie jus en wat uiige daslookbloemetjes: wát een goed gerecht, het zou overigens ook prima als hoofdgerecht kunnen dienen.
We delen als hoofdgerecht het ook in eigen keuken gemaakte pasteitje met ragout van boerderijhoen (gewoon een chic woord voor kip), met gebakken paddenstoelen, pernodsaus en dragonolie (€ 20). Ernaast bestellen we de prima frietjes-met-schil en wederom opvallend lekkere mayo (€ 5), en een uitstekende salade met bittere roodlof en radicchio castelfranco en vinaigrette (€ 5). Daar valt echt helemaal niets tegenin te brengen: wat mij betreft een perfect hapje.
Rooie Nel heeft, zoals we momenteel meer tegenkomen in hippe zaken, een softijsmachine. Softijs onderscheidt zich van roomijs doordat het zeker 8 graden minder koud is en heel veel lucht bevat, en dus lekker makkelijk wegeet. Wel bevat het ingrediënten die gewoon ijs meestal niet nodig heeft, zoals melkpoeder. De smaak is een beetje plat, er wordt dan ook vaak beleg op gedaan: als een sundae dus. Rooie Nel serveert die met chocolade en karamelsaus en met rabarber en meringue, we nemen de tweede (€ 9). Die is prima: de rabarber ligt zowel als de compote onderin de ouderwetse ijscoupe als in stukjes bovenop, en de dunne sliertjes meringue geven een prettige kraak. Ook de warme madeleine met (behoorlijk straffe) huisgemaakte advocaat en slagroom (€ 6) bevalt uitstekend.
Lekker vet/vet lekker; lollig hoor. Maar naar mijn bescheiden mening doet dit wat puberaal aandoende snackbarmotto geen recht aan deze hartstikke fijne, weldoordachte zaak. Vrolijkmakend hoe retroklassiekers als dat pasteitje heel secuur en met alle egards worden behandeld. Alles wordt liefdevol in eigen keuken gemaakt, en vooral de fantastische sauzen springen eruit. Tel er de leuke bediening en de prima prijsstelling bij op, en Rooie Nel is een zaak waar we graag terugkomen.
De uitvinding van de vol-au-vent (ook wel bladerdeegpasteitje of videeke), wordt vaak toegeschreven aan Marie-Antoine Carême – in zekere zin de eerste ‘celebrity chef’. Hij werd geboren in een arm gezin maar maakte aan het begin van de 19de eeuw naam in Parijs met zijn gigantische patisserie-bouwwerken, ontwikkelde het systeem van de moedersauzen, was de eerste kok met een toque (de hoge, cilindrische koksmuts) en nog veel meer.
Op AppleTV is momenteel de gelikte, sexy dramaserie Carême over zijn leven te zien waarin hij wordt opgevoerd als een soort gastronomische James Bond: naast kookgenie namelijk ook spion en verschrikkelijk goed in bed. Historisch klopt er weinig van – hoewel dat laatste moeilijk valt te controleren – en ook dat pasteitje bestond hoogstwaarschijnlijk al veel eerder. Desalniettemin ziet het er allemaal verrukkelijk uit.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant