Home

‘De vernielkracht van mensen is zo veel groter dan wat individuen proberen te herstellen’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van Het geduld van de bloemen, zeven dilemma’s voor de Belgische schrijver Stefan Brijs. Hij beschrijft in zijn nieuwe boek het grillige klimaat en de natuur in Andalusië, waar hij woont.

schrijft voor de Volkskrant over natuur, biodiversiteit en landschap.

Vlaanderen of Andalusië?

‘Ik woon nu elf jaar in Spanje, in Andalusië. De mentaliteit van de Andalusiër doet mij denken aan die in Belgisch Limburg, waar ik vandaan kom. Ik herken de hartelijkheid. Een verschil is wel: de Andalusiër leeft van vandaag op morgen. Hij kijkt niet naar de toekomst, want hij weet dat alles elk ogenblik kan veranderen. Zowel in de politiek, als in de natuur. Ik heb hier ook al heel wat extremiteiten gezien, er is zelden stabiliteit. Nou ja, de afgelopen vijf jaar was de extreme droogte stabiel.

‘In België heb ik jarenlang tegenover een natuurreservaat in Genk gewoond. Ik kende daar bijna elk plantje en elke diersoort bij naam. In Andalusië was alles weer nieuw. Zeker door het schrijven van dit boek, en van het vorige, heb ik Andalusië beter leren kennen, ook de planten en dieren.

‘Het uitzicht hier is onovertroffen. Ik kijk 3, 4 kilometer ver, een weids landschap, met overal bergen. En het is hier stil. Ik hoor niks, behalve dan een vogel misschien. Iedere keer als ik weer naar België kom, besef ik wat een luxe die stilte is. Ik kan niet meer zonder. Dus na elf jaar kan ik ronduit zeggen: ik kies voor Andalusië. Ik zie mij nergens anders meer aarden.’

Romans of natuurboeken schrijven?

‘Over natuur schrijven, zonder twijfel. Een roman schrijven is voor mij hard werken. Uit het niets moet ik een hele wereld scheppen. Ik doe vier, vijf jaar over een roman. En ik doe dan ook niks anders, ik sluit mezelf op, doe bij wijze van spreken de gordijnen dicht. Aan non-fictie werken is voor mij daarentegen als buiten spelen. Dat is ook letterlijk zo. Voor Het geduld van de bloemen ben ik op zoek gegaan naar wilde pioenrozen, naar de kaalkopibis, naar de lynx, naar de Spaanse zilverspar en nog meer planten, dieren en landschappen. Die hele wereld is er al, ik hoef er alleen maar een selectie uit te maken. Het zijn ook kortere stukken, en ik kan meer freewheelen in stijl.

‘Een roman schrijven betekent ook: je krijgt vijf jaar lang geen applaus. Voor mij is het altijd een gevecht, een bergbeklimming. Wat wel zo is: als je dan na vijf jaar een roman af hebt, nou ja, dat is een onbeschrijflijk gevoel. Het is als een orgasme dat weken duurt.’

Het schrijversleven voor of na de bestseller?

‘Dankzij de roman De engelenmaker (2005, meer dan 200 duizend verkochte exemplaren, red.) kan ik het me veroorloven om voltijds schrijver te zijn. Door dat succes hebben mijn vrouw en ik ook de stap kunnen wagen om naar Andalusië te verhuizen. Ik prijs me nog elke dag gelukkig dat ik dat boek geschreven heb. Ik heb nu ook de luxe om natuurboeken te schrijven, en niet zo te letten op de verkoopcijfers.

‘Vroeger heb ik veel over vergeten Vlaamse schrijvers geschreven. Ook daarom weet ik het succes op waarde te schatten. Ik denk dat er wel honderden schrijvers zijn die met mij zouden willen wisselen, vanwege dat ene boek. Vaak worden er ook maar een of twee boeken uit een oeuvre van een schrijver onthouden. Misschien heb ik dat met De engelenmaker al geschreven. Dat legt ook wel een druk op me, maar al met al is het schrijversleven er na de bestseller een stuk makkelijker op geworden.’

Romans of natuurboeken schrijven? (2)

‘Waarom nog romans schrijven als het zo afzien is? Omdat ik toch een verhalenverteller ben, ik wil mijn fantasie laten werken. En via romans kan ik mensen in aanraking brengen met werelden waar ze anders niet komen. Ook in mijn romans zit veel non-fictie, ik doe veel research. Zoals bijvoorbeeld over klonen, voor De engelenmaker. Dat is toch de onderwijzer in mij. In mijn romans gebruik ik fictie om een mogelijke werkelijkheid te tonen.

‘Tot mijn eigen verrassing ben ik nu met een vervolg bezig op De engelenmaker. Dat had ik tot vijf jaar geleden niet gedacht, maar ineens kwam er een nieuw verhaal op de proppen waarin ik geloofde. De engelenmaker gaat over klonen, de opvolger zal gaan over eeuwig leven. Ik heb inmiddels drie jaar aan het boek gewerkt, ik ben halverwege.

‘En toen kwam de urgentie van dit boek, Het geduld van de bloemen. Het is vijf jaar geleden dat ik mijn vorige boek over Andalusië schreef, Berichten uit de vallei. Sindsdien is er weer zoveel veranderd, daar wilde ik over schrijven. Ik wilde ook weer even ademen, buiten spelen. En op zoek gaan naar schoonheid, in een wereld die er juist niet schoner op wordt.’

Olijven of avocado’s?

‘De streek waar ik woon staat inmiddels vol met avocadobomen en mangobomen, waar voorheen olijfbomen stonden. In de elf jaar dat ik hier woon, heb ik hele heuvels afgegraven zien worden, om nog meer avocado’s te planten. Eeuwenoude olijfbomen werden er voor uit de grond gerukt.

‘Avocado’s zijn exoten, en het is een van de meest waterverslindende teelten die er bestaan. Toch komen er steeds meer avocado’s bij. Voor de boeren is de avocado het groene goud. Een kilo brengt zoveel meer op dan een kilo olijven. Avocado’s vragen ook minder werk. Alleen maar water, water, water.

‘Vijf jaar geleden vroeg ik me in Berichten uit de vallei al af: waar zijn jullie mee bezig? Straks is er geen water meer. Dat is precies wat er in de afgelopen jaren is gebeurd. Door de aanhoudende droogte was het stuwmeer hier zo goed als leeg.

‘Twee jaar geleden werden alle boeren afgesloten van het water bij ons in de buurt. Meerdere plantages zijn toen doodgegaan. Ik betrapte mezelf erop dat ik geen compassie had met de boeren. Ik dacht: jullie hebben er zelf om gevraagd.

‘Dit jaar staat er eindelijk weer voldoende water in het stuwmeer en is er genoeg water voor de boeren. En de teelt gaat gewoon weer door. Het is begrijpelijk, er zijn ook weinig alternatieven, maar toch: het is wachten op het volgende probleem.’

Is alles verloren of is er nog hoop?

‘Nee, het kan niet meer goedkomen, niet met de diersoort mens. Ik ben een absolute pessimist geworden. De vernielkracht van mensen is zoveel groter dan wat individuen proberen te herstellen. Ik zie het overal, ook in België en Nederland.

‘Ik ben de laatste tijd steeds meer doordrongen van het besef van eindigheid. Terwijl ik niet eens kinderen heb om me zorgen over te maken. Ik begrijp niet hoe de mens, de gemiddelde mens, zo onverschillig kan blijven, of niet eens ziet hoe we onze eigen leefomgeving kapotmaken, hoe we onszelf aan het uitroeien zijn.

‘Ik probeer dat pessimisme wel te onderdrukken. Vandaar dat ik de twee delen in mijn boek ‘Troost’ en ‘Hoop’ heb genoemd. Het geduld van de bloemen, de titel van het boek, zegt ook iets over de veerkracht van de natuur. Na jaren droogte komen planten gewoon weer op, bij een beetje regen. Ik moedig ze ook aan: bezet alles, overwoeker alles. Maar er zit natuurlijk een grens aan die veerkracht, er komt een moment dat het geduld van de bloemen op is.

‘Intussen zoek ik naar tekenen van hoop. Ik beschrijf hoe mensen met alle macht juist proberen om de bijna verdwenen kaalkopibis te redden in Andalusië, en hoe de Iberische lynx zich door bescherming herstelt. Ik probeer, door wat ik schrijf, toch mensen enthousiast te krijgen voor die natuur. Blijkbaar is er dus nog een sprankje hoop in mij.’

Knuffelen of praten met bomen?

‘In mijn boek beschrijf ik mijn zoektocht naar de oudst levende Spaanse zilverspar. Die soort wordt sowieso met uitsterven bedreigd, maar bij dit oudste exemplaar kon je ook zien dat hij stervende was.

‘Ik ben doorgaans best nuchter, maar ik vond dit een haast spirituele ervaring. Misschien kwam het doordat ik dacht aan mijn moeder, die een paar jaar eerder overleden was. Ik dacht: wauw, hier is een boom aan het sterven aan ouderdom, waardoor ik tegelijk besefte: die boom leeft.

‘Helemaal in de top zag je nog wat naalden, maar toen ik eenmaal naar de boom liep en van dichtbij zag hoe de schors loskwam, wilde ik de boom knuffelen, afscheid nemen. Toen heb ik tegen de boom gepraat: ‘Het is goed. Ga maar. Rust zacht.’

Stefan Brijs: Het geduld van de bloemen, Atlas contact; 192 pagina’s; €23,99

Stefan Brijs

1969 Geboren in Genk, België
1990-2000 Onderwijzer te Genk
1997 Debuutroman De verwording
2005 Roman De engelenmaker
2006 Nominatie AKO Literatuurprijs voor De engelenmaker, publieksprijs De Gouden Uil voor De Engelenmaker
2012 WOI-roman Post voor mevrouw Bromley
2014 Verhuizing naar Andalusië
2017 Andalusisch dagboek

Stefan Brijs publiceerde sinds 1997 meer dan vijftien romans, non-fictieboeken en essaybundels. Hij won meerdere literaire prijzen en zijn werk is wereldwijd vertaald.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next