Home

Als patiënt kun je je eenzaam voelen in het ziekenhuis, omdat je er eigenlijk een buitenstaander bent

schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis.

‘Eerlijk gezegd heb ik kanker’, zegt Leny. ‘Maar het gaat eigenlijk heel goed. Eerst zeiden ze dat ik nog drie maanden te leven had, maar nu blijkt dat ik waarschijnlijk toch nog wel een tijd meekan.’

Ik ken Leny uit het bos, waar onze honden met elkaar spelen. Als we elkaar tegenkomen, lopen we vaak samen verder. Ze vertelt dat ze immuuntherapie heeft gekregen en dat die uitzonderlijk goed aansloeg. Ze moet wel elke drie maanden op controle komen.

‘Dat vind ik niet erg’, zegt ze. ‘Toen ik zo ziek was, was de arts heel somber, maar nu is hij elke keer vrolijk als ik kom.’

Ik vind het grappig hoe ze dat zegt; dat het niet komt doordat haar vooruitzichten nu beter zijn, maar dat ze het ziekenhuis minder erg vindt omdat de arts nu vrolijker is.

In het Amsterdamse ziekenhuis OLVG Oost bekeek ik de expositie Diamonds Are Forever van kunstenaar Erik Alkema. De afgelopen jaren werd hij daar behandeld voor kanker en over die periode maakte hij wandkleden. Daarop laat hij de ruimten zien waar hij tijdens zijn ziekte veel tijd doorbracht: ziekenzalen, wachtkamers en behandelkamers. De plekken van zijn meest miserabele en kwetsbare momenten.

Mijn favoriete wandkleed van de expositie hangt tegenover de ingang van de kapel. De Da Vinci-robot staat erop afgebeeld, waarmee Alkema is geopereerd. Hij heeft gemengde gevoelens bij die robot: zijn leven werd ermee gered, maar bij die operatie kreeg hij wel een stoma. Hij moest daarna uitvinden wat dat precies betekende – wat er in zijn leven veranderde, en wat hetzelfde bleef.

De robot ziet er vriendelijk en nederig uit, met zijn mechanische armen ingeklapt. Zijn stekker zit niet in het stopcontact. Maar als je in de kapel staat en naar het wandkleed kijkt, door de hoge boog van de ingang, met de zware houten deuren wijd open, dan lijkt de robot een heilige.

Bij de expositie publiceerde Alkema ook een klein magazine waarin hij de dag beschrijft dat hij de diagnose kreeg. Hij laat daarin heel goed zien hoe eenzaam je je als patiënt in het ziekenhuis kunt voelen, omdat je er eigenlijk een buitenstaander bent. Zo vertelt hij hoe de zorgverleners tijdens zijn darmonderzoek aan de behandeltafel gezellig met hem praatten en grapjes maakten, terwijl ze met een cameraatje zijn binnenste bekeken. Opeens viel de hele kamer stil.

‘Wat is er aan de hand?’, vroeg Alkema.

‘Dat vertel ik u straks wel’, antwoordde de arts.

Ik denk dat de bewoners in het verpleeghuis zich ook weleens zo voelen, door wat ik doe of zeg. Ze wonen er wel, maar ze maken niet echt deel uit van het systeem, van de zorgorganisatie.

‘Het is wel vreemd, hoor’, zegt Leny. Onze honden rennen op het bospad voor ons uit. ‘Je denkt dat je doodgaat en dan leef je ineens toch verder. Er waren mensen langsgekomen om afscheid te nemen, en nu ben ik er nog steeds.’

‘Had je je geld ook opgemaakt?’, vraag ik. Dat zou ik doen.

‘Nee’, zegt ze. ‘Ik gaf juist bijna niets meer uit. Ik had mijn abonnementen allemaal opgezegd. Ik dacht: het heeft toch geen zin meer. Waarom zou ik nog nieuwe kleren kopen? Nu heb ik toch nieuwe schoenen gekocht, en ik ga ook maar weer een abonnement nemen bij de bibliotheek.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next