Home

‘Als timmervrouw probeer ik zo open mogelijk te zijn over mijn menstruatie, tussen al mijn mannelijke collega’s’

Wij vroegen Volkskrant-lezers of zij ook hinder ondervinden van menstruatie-gerelateerde klachten op de werkvloer, en zo ja, hoe zij daarmee omgaan. Een selectie van de reacties.

Begrip

Ik ben een jonge vrouw van 24 jaar die in de bouw werkt. Buiten als timmervrouw. Als enige vrouw.

Over menstruatie wordt bij ons buiten helaas niet gesproken, en anders niet op een positieve manier. Vanwege mijn fysieke werk heb ik me dus op de ‘heftige’ dagen echt wel eens ziek moeten melden. Of ik was wel aanwezig, maar dan functioneerde ik aanzienlijk minder in verband met heftige krampen waardoor misselijkheid ontstaat.

Ook al doen sommige collega’s hun best om begrip te hebben, er zijn toch opmerkingen en vragen als ‘ben je nu alweer ziek?’, of: ‘Je stelt gewoon aan, je moet gewoon werken’.

Gelukkig heb ik een vrij grote mond. Ik zal dus niet ophouden erover te praten, zodat het hopelijk ook voor mijn collega’s normaal wordt. Ik probeer er zelf altijd zo open en transparant mogelijk over te zijn. Ook als mijn collega’s eventuele vragen erover hebben.

Probeer een beetje het taboe er vanaf te halen, want uiteindelijk heeft natuurlijk bijna iedere vrouw hier gewoon last van.
Maaike Waals, Papendrecht

Open

Het kan zijn dat ik in een progressieve bubbel zit, maar het valt me op dat mijn kinderen en jongere collega’s er veel opener over zijn dan in mijn tijd. Ik leerde dat erover praten not done was, hoewel het ook weer niet iets was om je voor te schamen. Een nogal dubbele boodschap, dus schamen deed je je natuurlijk wél.

Mijn dochters (twintigers) konden, ook in een volle klas, gewoon hardop vragen of iemand een tampon bij zich had, en moffelden die ook niet weg als ze over de gang liepen. Mijn collega zegt het gewoon als ze een minder dagje heeft omdat ze ongesteld is, of dat ze even een tampon moet verwisselen. Ook als er mannen bij zijn. Een hele vooruitgang.
Rebecca Luijten, Nijmegen

Weggevaagd

‘Menstruatieproblemen zijn geen privézaak, maar een serieus arbeidsvraagstuk’, kopte uw krant op Wereld Menstruatiedag. Het artikel werd afgesloten met een lezersoproep om de krant te laten weten hoe de lezer omgaat met menstruatie-gerelateerde klachten op de werkvloer. ‘Of is er bij u wel een warm kruikje van de zaak?’, staat er te lezen in deze oproep. Met deze vraag wordt de serieuze teneur van het artikel in een klap weggevaagd. Alsof serieuze menstruatieproblemen zich laten oplossen met een warm kruikje.
Sigrid Kroon, Berg en Dal

Humor

Laten we alsjeblieft de humor niet vergeten. Ja, natuurlijk heeft elke vrouw last van vrouwenklachten, maar door het een grap mee te geven wordt het makkelijker bespreekbaar. Toen op enig moment in januari – eind van de middag, collega stond met z’n jas aan en ik trok wat lagen uit en had alleen nog een T-shirt aan – mijn collega opmerkte ‘goh, nu begint het echte werk’ antwoordde ik ‘nee hoor, ik heb een opvlieger waar je tegenaan kunt leunen’.

Collega brult over de afdeling: ‘Ingrid, Wendelien heeft ook last van opvliegers!’ – waarop teruggebruld wordt: ‘Ik heb helemáál geen last van opvliegers.’ Prompt iedereen lachen.

Als je ergens last van hebt, laat het weten, maar alsjeblieft, hou het luchtig. Vraag gewoon aan die kerels (vrouwen snappen het, mannen hebben vaak geen idee) waarom mannen zo geschapen zijn dat ze nooit ongesteld worden en vraag meteen om een kopje thee omdat je buikkrampen hebt. Een oud collega van me (man) merkte ooit op dat het maar goed was dat mannen niet zwanger konden worden, want dan zou er nooit meer dan één kind per gezin geboren worden. Gewoon af en toe jezelf even onderuit halen, en duidelijk maken wat er is. Dan blijft alles bespreekbaar en word je liefdevol naar huis gebracht als het echt niet meer gaat.
Wendelien de Jonge, Haarlem

Misselijk

Het is 1971: ik ben 15 jaar, zit in havo-3, derde uur Duits. Mijn buik doet zeer, krampen, het wordt steeds erger. Nee, niet alweer ongesteld, denk ik. Maar drie weken ertussen – dat is te kort. Maar de pijn is onmiskenbaar zoals iedere maand: krampen met vaste tussenpozen als weeën, hoewel ik die nog nooit heb gehad, steeds korter op elkaar volgend en op het hoogtepunt geen baby (gelukkig!), maar wel een golf van misselijkheid.

Ik probeer me op de les te richten. Niet de pijn voelen, het zakt wel, het komt nu niet uit. Niet weer, niet steeds, niet iedere maand die ellende. Maar de pijn wordt erger. Ik weet niet meer hoe ik moet zitten, ademen, luisteren – de pijn trekt alle aandacht naar zich toe.

Op het hoogtepunt houd ik het niet meer: met mijn hand voor mijn mond ren ik de klas uit, haal nog net de wc, kots me leeg en voel me beroerd.

Ik meld me ziek bij de conciërge. ‘Ga even zitten meid’, zegt hij. ‘Je ziet er niet uit, zo kun je niet naar huis.’ Even later rijdt de directeur voor en brengt me thuis met de auto.

’s Avonds belt de leraar mijn ouders: ‘Ik zag haar steeds groener worden, hoe is het met haar?’

Aandacht, begrip, zorg, warmte: bijna 55 jaar geleden, maar het doet me nog steeds goed.
Mariska Stouten, Hem

Cao

Toen ik in de overgang zat moest ik mij soms wegens hevig bloedverlies een dag ziek melden. Indertijd werkte ik voor een uitzendbureau. Ik kreeg die dag geen loon betaald, omdat het volgens de uitzend-cao een ‘wachtdag’ was. Deze cao is duidelijk in het nadeel van vrouwen. Hoogste tijd voor verbetering.
Jolanda Hennekam, Groningen

Lichaamskennis

Menstruatie, PMS, endometriose of andere baarmoedergerelateerde klachten zijn altijd gegrond. Toch worden ze op de werkvloer vaak niet als legitiem erkend. Door interviews met werknemers van de gemeente Rotterdam ben ik er echter ook achter gekomen dat het probleem verder gaat dan onbegrip: het toont hoe het lichaam in veel werkomgevingen genegeerd wordt.

Waar veel werk draait om hoofd, scherm en toetsenbord, lijkt het lichaam gereduceerd tot een huls die er niet toe doet. Juist daarom is het essentieel om naar lichamelijke signalen te luisteren. Om zo ritme, pijn en cycli serieus te nemen, voor zowel vrouw als man. Zodat niet de uren op werk verdwijnen in pijn, maar in afstemming met wat het lichaam jouw brein wil vertellen.

In de jaren zeventig leerden vrouwen in zelfhulpgroepen hun cyclus te observeren. Zoals de Volkskrant in 1976 schreef: ‘Door iedere dag, liefst op een vaste tijd, te kijken, kun je de hele maandelijkse cyclus volgen.’ Deze vorm van lichaamskennis bracht begrip en inzicht.

Laten we die aandacht voor het lichaam terugbrengen naar de werkvloer. Niet met schaamte of ongemak, maar met openheid, begrip en aanpassing. Als we meer ruimte maken voor lichamelijkheid, ontstaat er ook ruimte voor menselijker werk.
Valerie Groenendijk, Rotterdam

Humeurig

Ik zit achter mijn bureau op mijn werk. Mijn collega’s op de boekhoudafdeling zijn geanimeerd met elkaar in gesprek. Ze keten en lachen. Ik niet. Ik neem niet deel. Ik sluit mij af en werk verbeten door. Dat domme gekwek. Dat gelummel. Humeurig voel ik mij, en geërgerd. Mijn buik dramt.

Vanmorgen in huis begon het al. Schoenen in de gang. Ik ergerde mij kapot. ‘Ik breek mijn nek. Door jou’, beet ik mijn man toe. Verbluft keek hij mij aan: ‘Wat heb jij nou, zo opeens? Je bent op ruzie uit.’ Zonder te antwoorden smeet ik de deur met een klap voor zijn neus dicht. Driftig fietste ik vervolgens naar mijn werk.

Nu voel ik een huilbui opkomen. Ook dat nog. Wegduwen. Doorwerken. Niets laten merken. Mijn buik krampt en jengelt. De bureaula sluit ik met een klap.

Dan komt Jannie naast me staan. ‘Gaat het?’, vraagt ze. ‘Kom, even pauze. Even koffie, in het keukentje. Moet je soms ongesteld worden of zo?’ Ik knik. Tranen wellen op. ‘Vervelend hè’, zegt ze. ‘Ik herken het. De labiliteit, het ruzie willen zoeken en het niets willen laten merken.’

Dankbaar loop ik met haar mee. Mijn emoties normaliseren.
Nelly Waanders-Ras, Borne

Te weinig onderzoeken

Twee dingen ergeren mij aan het artikel over menstruatieklachten. Nee, klachten kunnen niet altijd worden verlicht of opgelost. En hoezo wordt vooral gekeken naar arbeidsproductiviteit? Intense menstruatie vergalt vooral je leven, dat je minder werk kunt afleveren is dan echt zo belangrijk niet.

Op mijn 40ste ging bij mij het bloedverlies in een jaar tijd van uiterst minimaal naar absoluut overmatig. Elke vier weken kon ik een paar dagen de deur niet uit. Brood halen bij de bakker op de hoek was al spannend: ik heb weleens het geld op de toonbank gesmeten om naar huis te rennen. Ik kon vaak na een half uur alweer naar de wc, ondanks supertampons en supersize maandverband.

Ik heb diverse medicatie geprobeerd, en ben geopereerd aan een vleesboom. De kans op succes werd steeds 80 procent geschat en nooit veranderde er iets. Ik sprak telkens met andere gynaecologen uit het team. Eén keer met een mannelijke die zei: deze behandeling zou ik zó bij m’n eigen vrouw doen – ook mijn vriend was verbijsterd door deze hooghartige opmerking. Uiteindelijk werd mij verwijdering van de baarmoeder aangeraden en daarop besloot ik het uit te zitten, die suggestie werd me namelijk echt te gek.

Er is veel te weinig onderzoek gedaan naar problemen in de overgang, ik heb het onderwerp eens genoemd in een inventarisatie van wetenschappelijke zaken die onder de radar gebleven zijn, maar het is nog onvoldoende opgepakt. Op mijn vragen kon men mij in elk geval amper wetenschappelijke antwoorden geven - veel artsen zijn ook te praktisch bezig om de wetenschappelijke achtergrond te kennen, is mij gebleken.

Bij mij heeft het overmatig bloedverlies dertien jaar geduurd. Zeggen dat dit opgelost had kunnen worden vind ik een schromelijke overschatting van de huidige mogelijkheden.
Hermine Brinkman, Amsterdam

NovaSure

Vlak voordat ik om 19 uur Nederlandse les ga geven aan een groepje nieuwkomers, ren ik nog gauw naar de wc voor een schoon maandverband (maatje nachtluier). Hopelijk red ik het daarmee tot de koffiepauze.

Rond 19.45 uur sta ik op van mijn stoel om iets op het bord te schrijven. Achter mijn rug voel ik onrust, geroezemoes. Ik kijk om en zie de ongemakkelijke blikken van mijn cursisten. Dan zie ik de blankhouten zitting van mijn stoel: die is helemaal rood, met uitzondering van een maandverbandvormige uitsparing in het midden, waar mijn bloed niet door het plastic heen kon. Ook mijn spijkerbroek is aan de achterkant helemaal rood.

Kort daarna lees ik in het feministische vrouwenblad Opzij over NovaSure, een nieuwe behandeling tegen overmatige menstruatie. Als ik met het artikel naar mijn (mannelijke) huisarts ga, zegt die: ‘Als dat werkelijk zo goed zou zijn, dan had ik er al wel over gehoord.’

Ik geef niet op voordat hij mij doorverwijst naar mijn (vrouwelijke) gynaecoloog. Die zegt: ‘Binnenkort neem ik weer contact met je op.’ Enkele maanden later ben ik een van de eerste vrouwen die in Enschede een NovaSure-behandeling krijgt. Daarna word ik nooit meer ongesteld. Hoera, ik ben vrij.
Desi Leijnen, Haaksbergen

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next