Gaza-oorlog In Antwerpen leeft een grote Joodse gemeenschap al decennia samen met de islamitische gemeenschap. Maar de Gaza-oorlog zet iedereen op scherp: is het gedaan met de harmonie?
Aan het einde van de Belgiëlei in Antwerpen houdt rabbijn Aaron Malinsky halt. Het regent. Vanonder zijn paraplu kijkt hij omhoog naar het herdenkingsmonument voor de gedeporteerde Joodse bevolking. „Die brandende thorarollen herinneren ons aan de brandstichting in twee nabijgelegen synagogen, in 1941. De sokkel bevat as afkomstig uit de gaskamers van Auschwitz.”
Malinsky, na een stilte: „Het antisemitisme is na 7 oktober 2023 wereldwijd met 600 procent gestegen”. Waar die statistiek precies vandaan komt, kan hij niet zeggen . Al snel volgt een anekdote van de universiteit van Antwerpen, waar Malinsky modern Hebreeuws doceert. „In mei vorig jaar was het moeilijk bij mijn lokaal te komen. Overal stonden studenten, ze riepen ‘Free, free Palestine’. De sfeer was bedreigend. Na de les hebben we enkele Pro-Palestina-stickers van de muur gehaald.”
Antwerpen kent van oudsher een grote Joodse gemeenschap, met veelal Oost-Europese wortels. In 1939 telde de havenstad naar schatting 45.000 Joodse inwoners. Tegenwoordig zijn dat er tussen de 15.000 en 20.000 (tegenover 29.000 in heel België). De Joodse gemeenschap concentreert zich in de straten van de Antwerpse Diamantwijk, het Stadspark en het Groen Kwartier, ten oosten van de spoorweg die in neoromaanse stijl bovengronds naar het Centraal Station loopt. Er zijn bijna 50 synagogen in Antwerpen.
Er wordt Jiddisch, Hebreeuws en wat Aramees – de taal van veel Talmoed-commentaren, over het belangrijkste boek in het Jodendom – gesproken, naast wat Vlaams. De gemeenschap bestaat overwegend uit orthodoxe Joden. Ruim drieduizend families behoren tot de ultraorthodoxe chassidim (chassid betekent ‘vrome’). Mannen in die beweging zijn te herkennen aan hun lange zwarte jassen, pijpenkrullen en hoge hoeden. Vrouwen dragen rokken – broeken zijn verboden – en bedekken hun haar buitenshuis met een pruik. Getrouwde stellen krijgen doorgaans veel kinderen. De Joodse wetten (613 regels) worden streng nageleefd.
„In een chassidisch verhaal over de Joodse ballingschap staat dat twee ballingen, ook al spreken ze elkaars taal niet, elkaar toch beter begrijpen dan de inwoners van het vreemde land”, zo is te lezen in De Joden Van Antwerpen van Ludo Abicht. Antwerpen staat erom bekend dat de Joodse en islamitische diaspora in harmonie samenleeft. Noord-Afrikaanse en Marokkaanse kruidenierszaken wisselen winkels met kosher producten soms deur aan deur af. Maar sinds het begin van de Gaza-oorlog staat de goede verstandhouding tussen de verschillende religieuze groepen onder druk.
Als medeoprichter van Trialoog, een initiatief dat de interreligieuze dialoog bevordert („een rabbijn, priester en imam gaan samen aan tafel”), heeft rabbijn Malinsky „veel moslimvrienden”. Maar de dialoog is op dit moment „zeer complex”. Het conflict drieduizend kilometer verderop, raakt iedereen, meent hij. „Uiteindelijk moet je terugkeren naar wie je bent en ik ben, met alle respect, in eerste plaats een Jood: een zionist tot in de kist.”
Dat wordt belichaamd door Eretz Israël, het beloofde moederland: de onafhankelijke Joodse staat, waar Joden in veiligheid zouden moeten kunnen wonen. Opperrabbijn Pinchas Padwa, van de Israëlitische Gemeente Shomre Hadas in Antwerpen, kent de zorgen die met het leven in de Joodse staat gepaard gaan als geen ander. „Telkens als er een sirene afgaat in Israël, gaat er ook een melding af op mijn telefoon. Dan controleer ik snel of geen van mijn kinderen ergens in de buurt is waar de sirene afgaat. Elke dag. Minimaal twee keer”.
Iedere Antwerpse Jood heeft familie of vrienden in Israël volgens Padwa: „Het conflict creëert hier veel stress”. Volgens hem was het zonder 7 oktober nooit zo ver gekomen – en ligt daar ook de sleutel tot beëindiging van de oorlogsmisdaden. „Als Hamas alle resterende gijzelaars vrijlaat, is het over.” De opperrabbijn krijgt steeds vaker „onplezierige mails” of verbale reacties in het verlengde van de huidige situatie. „Wat ik daarmee doe? Negeren.”
Volgens auteur Ludo Abicht, voormalig emeritus hoogleraar filosofie in Antwerpen, was de Palestinakwestie altijd al een splijtzwam in de stad. „Ik bezocht met islamitische studenten de Joodse wijk, waar open over verschillen werd gepraat. Maar het onderwerp Gaza of Palestina werd nadrukkelijk vermeden. Helaas is het gesprek nu helemaal verstomd.”
De Antwerpse Joodse gemeenschap, besloten van nature, lijkt nóg meer in zichzelf gekeerd. Op straat wijzen Joodse inwoners interviews af. Bij het zien van een camera worden hoeden of armen voor het gezicht gehouden. Een Joodse man op een Swap-fiets kijkt stoïcijns voor zich uit, en knikt slechts naar een andere Joodse passant.
Een politiebusje rijdt voorbij. Patrouilles in de Joodse wijk in Antwerpen werden opgevoerd nadat twee medewerkers van de Israëlische ambassade eind mei werden doodgeschoten nabij het Joods museum in Washington. Al vanaf het begin van het Gaza-conflict is er een verhoogde politie-inzet, in nauw contact met de Joodse vrijwillige veiligheidsdienst Shmira in Antwerpen.
In november werden zeven jongeren gearresteerd die mogelijk geweld op Antwerpse Joden wilden plegen. Er circuleerden volgens de politie „verontrustende berichten” op sociale media, in de nasleep van de Maccabi-rellen in Amsterdam.
Grote incidenten zijn in Antwerpen nog niet gemeld. Het gaat volgens Abicht veelal om „plagerijen”. „Denk aan jongeren die ‘Hamas, Hamas, Hamas’ roepen naar Joodse kinderen.” Begin mei werden twee medewerkers van een speelhal aan de Antwerpse De Keyserlei ontslagen, na een incident met Joodse jongeren. In plaats van hun voornamen stond er ‘5 Joden’ te lezen op het scherm van de bowlingbaan.
De situatie is „alarmerend”, zei het Joodse N-VA-lid Michael Freilich onlangs in de Antwerpse gemeenteraad. Eerder sprak hij van een „oprukkend en grensverleggend karakter van antisemitisme”. Toch stemde hij eind mei tégen de motie van Vlaams Belang-gemeenteraadsfractieleider Sam Van Rooy om de strijd tegen het antisemitisme verder op te voeren. Volgens Freilich wordt er door het lokale en federale bestuur al „veel gedaan om het antisemitisme te beteugelen”.
Hij haalde in de gemeenteraad uit naar zijn Vlaams Belang-collega: „Meneer Van Rooy, u zegt ‘het gaat heel vaak om jonge moslims’. Soms gaat het om witte, oudere mannen. U hoeft niet ver te kijken. Naast u staat iemand die een paar dagen geleden nog een post plaatste met een fascistische vlag, met daarbij de tekst ‘Onze eer is trouw’. Voor wie wil weten wat de spreuk was van de SS: Meine Ehre heißt Treue.” Frielich doelt op een Instagramfoto van Vlaams Belang-kopstuk Filip Dewinter, met de vlag van Verdinaso, een voormalige antisemitische beweging in België (1931-1941).
Het was Freilich die nog geen twee weken na de aanval van Hamas een interreligieuze ontmoeting organiseerde in het Belgische parlement, op 19 oktober 2023. Terwijl imam Nordine Taouil sprak – „We mogen ons niet verstoppen als het moeilijk wordt, hoe pijnlijk en emotioneel het ook is. We moeten blijven praten en erkennen dat haatzaaien nooit de oplossing kan zijn” – boog opperrabbijn Pinchas Padwa zich naar hem toe en reikte hem de hand, waarop ook de andere religieus leiders elkaars hand grepen.
Rabbijn Pinchas Padwa en Imam Nordine Taouil in 2023 tijdens een bijeenkomst in het Belgische parlement met de drie grootste religieuze gemeenschappen in België, het jodendom, de islam en de katholieke kerk.
Taouil, verbonden aan de Antwerpse moskee in Hoboken, probeert de emoties in zijn gemeenschap nog altijd te „kanaliseren”, vertelt hij in een videogesprek vanuit de auto, vlak voor zijn vertrek naar Mekka voor een bedevaartsreis. „Er zijn jongeren die willen opkomen voor de Palestijnse zaak, maar extremisme is niet de juiste weg. We moeten wijs omgaan met onze woede en vrede proberen na te streven, ook al roepen de beelden van verhongerende kinderen uit Gaza veel onmacht op.”
Imam Taouil weigert pessimistisch te worden: „Sinds 7 oktober is het belangrijker dan ooit om één te zijn als religieuze gemeenschap: tégen het conflict, opkomend voor mensenrechten. Als ik met de Joodse gemeenschap praat, gaat het vooral over onze samenleving. Hún veiligheid is míjn veiligheid, maar tegelijkertijd vraag ik ze het geweld in het Midden-Oosten te helpen stoppen.”
Hij ziet het online-klimaat verharden, maar op straat reiken mensen volgens hem nog altijd elkaar de hand. „En als ik iemand onrecht zie plegen tegenover een rabbijn of een Joodse burger, dan schiet ik te hulp. Dat is mijn burgerplicht”.
De Belgische organisatie Een Andere Joodse Stem (EAJS) kiest voor protest. Ze spreken zich nadrukkelijk uit tégen „de genocide in Gaza” en kloppen donderdag aan bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel. „We vragen België en Europa om alles in het werk te stellen om Israël te dwingen het dodelijke offensief in Gaza stop te zetten.” België vond lange tijd geen consensus over een eenduidig politiek standpunt inzake Gaza. Recent volgden zij Nederland, en riepen de Europese Commissie op een onderzoek in te stellen of Israël de voorwaarden van het handelsakkoord met de EU heeft geschonden.
Moshe Friedman, afkomstig uit een Satmar-familie – een sterk antizionistische stroming binnen de chassidim die zich tegen de staat Israël keert – spreekt zich als een van de weinigen binnen de Antwerpse gemeenschap wél kritisch uit. In 2012 ontstond er commotie rond de Satmar-gemeenschap in Antwerpen, toen er beelden opdoken van Satmar-jongeren die een Israëlische vlag verbrandden. Friedman, tegenwoordig een onafhankelijk rabbijn: „Dit conflict zal nooit ophouden. Maar antisemitisme is voor Joden in Antwerpen anno 2025 geen dagelijks probleem. De politieke agenda om te polariseren is wél een bedreiging. Wist je dat een van de broers van Netanyahu op de Israëlische televisie opriep om op Vlaams Belang te stemmen?” Rabbijn Malinsky haalt zijn schouders erover op. „Extreemrechts is aan de macht in Israël, maar dat is bij democratisch besluit”.
Chassidische mannen wachten bij het stoplicht, plastic hoezen moeten hun hoeden tegen de regen beschermen. Rabbijn Malinsky legt zijn hand op de Davidster van het Holocaustmonument voor hij vertrekt. Mompelend: „Antwerpen is een planeet apart.”
Source: NRC