Aan cryptogeld kun je geen rechten ontlenen, dus is het geen vermogen, zei de bezitter ervan – die er daarom ook geen belasting over wilde betalen. Dat bestreed de fiscus. De Hoge Raad gaf de Belastingdienst gelijk.
Een vrouw bezat in 2019 voor ruim 71.000 euro aan cryptovaluta’s. De Belastingdienst hief daarover belasting in box 3, bij ‘sparen en beleggen’, onder de noemer ‘overige vermogensrechten’. Zij vond dit niet terecht. Volgens haar zijn cryptovaluta’s geen ‘vermogensrechten’ zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek en je kunt er geen rechten aan ontlenen: er staat geen verplichting van een ander tegenover. Daarom horen ze ook niet tot de vermogensrechten in fiscale zin en hoef je er dus geen vermogensrendementsheffing over te betalen, aldus de vrouw.
Ze kreeg nul op het rekest bij rechtbank en gerechtshof en ging in cassatie bij de hoogste belastingrechter, de Hoge Raad.
De Hoge Raad sluit zich aan bij het gerechtshof. Dat cryptovaluta’s mogelijk buiten de ‘vermogensrechten’ in het Burgerlijk Wetboek vallen, is niet relevant: de Wet inkomstenbelasting 2001 kent in box 3 een ruimere uitleg van dat begrip. Alle rechten met een waarde in het economisch verkeer vallen eronder. En je kunt met cryptovaluta’s weliswaar geen schuld opeisen, maar je kunt ze wel kopen en verkopen, leveren door verzending naar een andere ‘wallet’ en er economisch voordeel mee behalen door ze te verzilveren. Crypto’s hebben dus economische waarde en mogen daarom belast worden in box 3. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van de vrouw ongegrond.
Om te beginnen: wat zíjn cryptovaluta’s? „Het gaat om decentraal via blockchaintechnologie werkende reeksen versleutelde codes op het internet. Ze functioneren als een alternatief voor het traditionele geld dat wordt uitgegeven en beheerd door centrale banken”, vertelt Sonja Dusarduijn, universitair hoofddocent belastingrecht aan Tilburg University. „Mensen kunnen ze gebruiken uit wantrouwen tegen banken. En het is natuurlijk ook een manier om vermogen uit het zicht te houden.”
Een vastomlijnde definitie van crypto’s in de fiscale wetgeving ontbreekt overigens. „De wetgever gebruikt in box 3 ruim omlijnde begrippen om te voorkomen dat bezittingen met een duidelijke waarde buiten de heffing vallen doordat er nét iets wordt verzonnen buiten de definitie om.”
Dat crypto’s tot het fiscale vermogen in box 3 horen had de Hoge Raad niet eerder bepaald, maar het zal inmiddels weinigen meer verbazen – op het aangiftebiljet inkomstenbelasting staan ze tegenwoordig expliciet genoemd. Dusarduijn: „Helaas gaat de Hoge Raad niet in op de vraag wat voor sóórt vermogen het is. Vallen crypto’s in box 3 onder de categorie ‘geld’ of onder ‘overige bezittingen’? Bij ‘geld’ gaat de fiscus ervan uit dat je minder rendement maakt op je vermogen dan bij ‘overige bezittingen’. Maar het gerechtshof ontweek het antwoord op die vraag met de merkwaardige redenering dat als het geen geld is, het toch in elk geval onder ‘overige bezittingen’ valt. En ook de Hoge Raad gaat niet in op de vraag of crypto’s geld zijn. Terwijl het dus fiscale gevolgen kan hebben.”
Het verschil doet zich ook voelen bij het zogenaamde ‘herstelrecht’, vertelt Dusarduijn. De Hoge Raad heeft in 2021 korte metten gemaakt met het door de fiscus gehanteerde fictieve rendement op vermogen, dat voor sommigen veel hoger lag dan hun daadwerkelijke rendement. Dusarduijn: „De wetgever moet daarom bepaalde vermogensbezitters rechtsherstel bieden. Je moet dan wel aantonen dat het werkelijke rendement op je héle vermogen in een bepaald jaar lager blijkt te zijn dan het fictieve rendement.”
Tot nu toe lijken rechters er op andere terreinen dan bij box 3 (zoals de btw) vanuit te gaan dat crypto’s niet onder de categorie ‘geld’ vallen, zegt Dusarduijn. „Maar je ziet geld en crypto’s naar elkaar toegroeien. Crypto’s worden steeds gewoner, in El Salvador was het zelfs enige tijd een wettig betaalmiddel. En crypto’s hebben weliswaar geen onderliggende waarde, maar ook de veiligheid van geld is niet meer zo ijzersterk als vroeger. Wel zit er op geld een garantie van de centrale bank tot 100.000 euro spaargeld per Nederlandse bankrekening.”
Een belangrijk verschil was dat crypto’s veel minder gereguleerd waren, maar ook dat verandert. Zo moeten cryptobedrijven vanaf 2026 gegevens met de Belastingdienst delen en gaan EU-landen geautomatiseerd gegevens over crypto’s uitwisselen. Dusarduijn: „Ook nu kan de Belastingdienst er overigens wel achterkomen als je crypto’s niet hebt opgegeven, via spontane gegevensuitwisseling tussen landen of door je vermogen over verschillende jaren te vergelijken. Als dan blijkt dat je crypto’s hebt verzwegen, volgen aanslagen, boetes en rentes. In box 3 beloopt de boete 300 procent van de belasting over het bedrag dat je wilde verbergen. Bovendien is de volgende vraag: hoe ben je aan dat geld gekomen?”
Tot voor kort was er een inkeerregeling voor mensen die hun crypto’s niet bij de belasting hadden opgegeven. „Die geldt niet meer voor box 3, maar bij vrijwillige verbetering heb je meer kans dat de Belastingdienst de gevolgen verzacht. Zo kan de boete gematigd worden tot 150 procent.”
Intussen kijken fiscalisten uit naar de Wet werkelijk rendement die in 2028 wordt ingevoerd. Dan verdwijnen volgens Dusarduijn de problemen over de juiste categorisering van cryptovaluta’s in box 3. „Iedere crypto-eigenaar zal dan jaarlijks zowel de directe als de indirecte rendementen, dus de vermogensgroei van zijn virtuele munten moeten aangeven.”
Deze rubriek belicht wekelijks rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC