Waar zijn de media in het buitenland vol van? Vandaag: correspondent Rob Vreeken ziet hoe trots de Turken zijn op hun rol als internationaal bemiddelaar.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Het is al bijna routine: diplomatiek topberaad in Istanbul. Maandag was het weer eens zover. Delegaties van Rusland en Oekraïne spraken elkaar in hotel Ciragan Palace aan de Bosporus. In strak gelid zaten de delegaties tegenover elkaar, met haaks daarop de tafel van de Turkse bemiddelaars, onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Hakan Fidan.
Het gesprek volgde op een eerdere ontmoeting half mei, ook in Turkije. Het was voor het eerst in ruim drie jaar dat Oekraïne en Rusland direct overleg hadden. Een gevangenenruil was toen het resultaat.
Tot zoiets concreets leidde het gesprek maandag niet, maar de Turken hebben de smaak te pakken. Turkije gaat proberen de hoogste leiders van de twee oorlogvoerende landen bijeen te brengen in Istanbul of Ankara, zo liet president Recep Tayyip Erdogan later op de dag weten. Naast Vladimir Poetin en Volodymyr Zelensky staat bovendien Donald Trump op het lijstje met uit te nodigen staatslieden.
Twee weken geleden leek zo’n top van drie presidenten (of vier, Erdogan meegeteld) al binnen handbereik. Zelensky was met dat doel in Ankara aangekomen, Trump was op weg naar het Golfgebied en liet weten Turkije wellicht in zijn reisschema op te nemen. Poetin hield de spanning erin, maar stuurde op het laatste moment toch maar een ondergeschikte.
Hoe dan ook, Turkije heeft zich ontpopt als gewilde locatie voor internationale diplomatie, met Erdogan en Fidan als capabele oliemannetjes – excusez le mot, Tayyip.
Aan de Engelstalige krant Daily Sabah, gericht op een internationaal publiek van diplomaten, journalisten en zakenlieden, is goed af te lezen hoe de Turkse leiders zichzelf zien, of in ieder geval hoe ze in het buitenland graag gezien willen worden. Een paar koppen boven stukken de afgelopen twee weken van de columnisten:
‘Turkije in het centrum van de diplomatie’ (21 mei, Muhittin Ataman).
‘Erdogan maakt Turkije tot middelpunt van de mondiale diplomatie’ (17 mei, Ihsan Aktas).
‘De cruciale rol van Turkije in het bouwen van mondiale en regionale stabiliteit’ (21 mei, Nebi Mis).
‘Het geopolitieke belang van de toenadering tussen Erdogan en Trump’ (31 mei, Ihsan Aktas).
Je kunt het beschouwen als gezwollen retoriek van een krant die fungeert als spreekbuis van de regering, en eigenlijk is het dat ook wel. Alleen: het klopt. Turkije is op het ogenblik een diplomatieke hotspot. Half mei was het op zeker moment een waar gekkenhuis. Terwijl Erdogan in Ankara sprak met Zelensky, vond in Istanbul het eerste Russisch-Oekraïens overleg plaats en kwamen in Antalya de ministers van Buitenlandse Zaken van de Navo bijeen om de Haagse Navo-top van eind juni voor te bereiden.
Kort daarna mocht Erdogan (via een videoverbinding) aanschuiven bij de ontmoeting in Riyad tussen Trump, de Saoedische kroonprins Bin Salman en de Syrische president Ahmad al-Sharaa. Turkije spreekt een woordje mee, zoveel is duidelijk.
Erdogan heeft dat de afgelopen jaren voor elkaar gekregen met veel vakmanschap, geopolitiek opportunisme, goede drones en een forse portie geluk, althans gunstige factoren. Eén zo’n factor is de val van de Syrische dictator Bashar al-Assad. ‘Gefeliciteerd’, zei Trump onlangs tegen zijn Turkse collega. ‘Je hebt gedaan wat niemand in tweeduizend jaar kon: je hebt Syrië overgenomen.’
Een andere factor is de breuk tussen de VS en Europa. De Europeanen beseffen opeens dat ze zich veel meer moeten inspannen voor hun eigen veiligheid, en Navo-lid Ankara komt daarbij goed van pas.
Dat Turkije symbolisch de brug vormt tussen Oost en West (letterlijk ook, trouwens), dat het voor alle betrokkenen – op de Amerikanen na – op maximaal drie uur vliegen ligt en dat de Turken een voortreffelijke keuken hebben, is diplomatiek gezien mooi meegenomen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant