Home

Is de economie gediend met kort zittende kibbelkabinetten?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Een van de zegeningen van Nederland is dat kabinetten hier nooit lang zitten. Sinds de Tweede Wereldoorlog hield een gemiddeld Nederlands kabinet het 1,79 jaar uit – een kleine twintig maanden, aldus de denktank Pew Research Center in 2023. En dat was nog voor de val van Rutte IV en Schoof, die het respectievelijk achttien en elf maanden volhielden.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Hoe korter, hoe beter voor het land. Eigenlijk zou ieder kabinet al na honderd dagen moeten vallen. Na tien dagen inwerken hebben ministers dan negentig dagen de tijd om wat plannen te lanceren om het anders te doen. Ambtenaren mogen die uitwerken, waarna de Tweede Kamer er een oordeel over geeft. Paraaf van WA eronder en klaar is Kees.

Het kabinet kan enkele symbolische maatregelen nemen, zoals 130 kilometer op de Afsluitdijk, het weigeren van lintjes aan vluchtelingenwerkers en het van de buis halen van De rijdende rechter. Maar het komt niet meer toe aan desastreuze maatregelen, zoals het bevriezen van de huren of het sluiten van asielcentra.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Het kabinet-Schoof heeft eigenlijk 236 dagen te lang geregeerd. Dat betekent dat een nieuwe regering langer werk heeft om alles weer af te schaffen. Vorig jaar stelde SER-voorzitter Kim Putters dat het slecht zou zijn voor Nederland als het electoraat elke keer radicaal met het kabinetsbeleid breekt. Bedrijven houden niet van onvoorspelbaarheid. Maar echt veel last heeft de economie er niet van.

Dat geldt ook voor landen als België en Finland waar regeringen nog korter zitten. Gemiddeld boeren de landen met kort zittende regeringen beter dan landen waar de regering meer zitvlees heeft, zoals Frankrijk met een presidentieel stelsel, Groot-Brittannië met het districtensysteem en Duitsland met een kiesdrempel.

Het totaal verarmde Nederland van 1945 is onder kibbelkabinetten een van de welvarendste landen ter wereld geworden. Volgens de huidige peilingen zou na verkiezingen een kabinet-Timmermans in het verschiet liggen. Ook dat zal ruzie worden. Timmermans wil de defensie-uitgaven financieren uit hogere belastingen voor de bedrijven en de rijken. Dat is een mooie verkiezingsslogan, waar echter net zo veel van terecht zal komen als van het stoppen van de migratiestroom door het kabinet-Schoof.

Timmermans zal behalve CDA en D66 ook de VVD nodig hebben voor een coalitieregering en die werkt daar nooit aan mee. En de vennootschapsbelasting is niet te verhogen in een EU waar de landen concurreren met de laagste belastingen op ondernemingswinsten. De invoering van een ‘speculatietaks’ of ‘bankenbelasting’ kan alleen in Europees verband, omdat anders de vogels gevlogen zijn in een grenzeloos Europa.

Na de verkiezingen van dit najaar zal een keer een nieuw stel ministers komen die oplossingen beloven. Vervolgens zullen de kletsprogramma’s op televisie er na de wittebroodsweken gehakt van maken, omdat het neersabelen van mensen betere kijkcijfers oplevert dan lof.

Bewindslieden komen en gaan, maar de kletsende klasse blijft bestaan. Hoewel hun programma’s nog sneller van naam veranderen dan de zittingsduur van de kabinetten, is de samenstelling van de gasten steevast hetzelfde. De zegening dat hier ook verandering in komt, is het land niet gegund.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next