Home

Het ongewone succesverhaal van een Zuid-Koreaanse jazzdrummer in Nederland

Met een koffer vol Koreaans eten en een paar cimbalen kwam de Zuid-Koreaanse drummer en componist Sun-Mi Hong vijftien jaar geleden in Nederland aan. Nu staat ze op alle grote (jazz)festivals.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Sun-Mi Hong had zich er al bij neergelegd. Dit jaar geen North Sea Jazz Festival voor de Zuid-Koreaanse, in Nederland wonende drummer. Vorig jaar had ze er met drie verschillende bands opgetreden. En ook al heeft ze onlangs een jubelend ontvangen vierde album met haar kwintet uitgebracht: haar naam stond eind maart nog nergens in het blokkenschema.

‘Jammer, maar ze programmeren een artiest zelden twee jaar achter elkaar, dus ik was erop voorbereid’, zegt Hong in de woning annex oefenruimte die ze in Amsterdam-Zuidoost deelt met de Britse jazztrompettist Alistair Payne. ‘Dus plande ik voor die week mijn jaarlijkse tripje terug naar mijn geboorteland om daar mijn 35ste verjaardag te vieren.’

Paul Acket Award

Hong had haar tickets net geboekt toen ze werd gebeld. Ze was dit jaar winnaar van de Paul Acket Award, een jaarlijks toegekende internationale jazzprijs voor een artiest jonger dan 40 ‘die een bredere erkenning verdient voor diens buitengewone muzikale activiteiten.’

‘Geweldig is het woord niet. Ik vond het echt ongelooflijk’, zegt Hong. Het is zo’n grote blijk van waardering, zo mooi ook na vijftien jaar spelen hier in Nederland.’ En wat helemaal prachtig is: als onderdeel van de prijs mag ze toch op North Sea Jazz spelen.

Sun-Mi Hong vult vrijdag 11 juli het gat in het blokkenschema waar tot voor kort ‘Winner Paul Acket Award’ stond, en straalt nog altijd ongeloof uit. ‘Echt iedereen die ik ken uit de jazzwereld belde me om te zeggen hoe bijzonder dit is. Ieder jaar kiest een internationale jury een belofte, en maar om de drie jaar eentje uit Nederland. Dat ik na al die jaren studeren en spelen hier als Nederlands jazzmuzikant wordt erkend en beloond, maakt me bijzonder trots.’

Rijzende ster

Het winnen van deze prijs is niet het enige signaal dat Hongs ster hier rijzende is. Komend weekend speelt ze als artist in residence maar liefst drie keer op het Music Meeting Festival in Nijmegen, dat jaarlijks muzikanten uit alle windstreken samenbrengt.

Het gaat ineens hard voor de drummer en componist, die nog goed weet hoe ze hier vijftien jaar geleden aankwam. ‘Ik was introvert en verlegen, sprak de talen niet, zelfs geen Engels. Maar ik wilde zo graag weg uit Zuid-Korea, dat ik samen met een vriend de oversteek heb gemaakt om me in Amsterdam aan de jazz te gaan wijden.’

Drumstel van de kerk

Dat was in diverse opzichten een lange reis. Hong groeide op in een liefdevol maar streng christelijk gezin. In hun protestantse kerk raakte ze gefascineerd door het drumstel van de huisband. Op haar 12de wist ze al: daarop wil ik spelen. Vijf jaar later kreeg ze er een. ‘Mijn ouders begrepen niks van mijn obsessie met het instrument, maar ik wilde per se doorstuderen, en werd ook aangenomen op een conservatorium in Seoul.’

Met drummers wisten ze op die opleiding toen eigenlijk nog geen raad, en al helemaal niet met vrouwen die zich op dat instrument wilden bekwamen. ‘Iets als genderbalans bestond daar nog totaal niet en toen ik het woord jazz liet vallen, keek iedereen me aan alsof ik gevloekt had.’

Traditionele muziek

Terwijl het tegenwoordig in Zuid-Korea volgens Hong wemelt van de moderne conservatoria waar jazz onderwezen wordt, was dat vijftien jaar geleden een heel ander verhaal. ‘Door globalisering, internet en streamingdiensten weten de muzikanten daar nu wat er te halen is. Ik werd destijds door vrienden gewezen op jazz, wat voor mij vrijheid van expressie betekende. Het was heel anders dan de traditionele muziek waarover ik op school leerde. Er waren wel een paar jazzleraren, maar die deden vooral Amerikanen na en leerden ons niks eigens. En alles was ook zo serieus, terwijl ik van jazz juist leerde dat muziekmaken ook fun kan zijn.’

Op YouTube zag ze filmpjes van Roy Haynes en andere jazzdrummers en werd ze gesterkt in het idee dat ze het goede instrument gekozen had. Alleen was Zuid-Korea niet de plek om zich verder te ontwikkelen. Bevriende muzikanten kwamen vaak uit Nederland terug met enthousiaste verhalen over de conservatoria daar. ‘Daar gebeurde het en daar wilde ik ook heen.’

Met haar vriend en een kleine masterstudiebeurs kwam ze in 2010 naar Amsterdam. ‘Ik was jong en best naïef. Ik liet mijn ouders in onrust achter, had geen idee hoe en waar rond te komen en was nog nooit het land uit geweest. Met een koffer vol Koreaans eten en een paar cimbalen kwam ik hier aan.’

Ze verbleef bij een paar Koreaanse vrienden. Overdag ging ze naar school, waar ze alle lessen opnam om die ‘s avonds terug te luisteren en proberen te vertalen. ‘Zo nam ik de lesstof tot me. Ik sprak geen woord Engels dus zo heb ik het een beetje geleerd.’

Stokstijf stil

Als ze nu aan die eerste jaren in Nederland terugdenkt, ziet ze een bangig, verlegen meisje dat iedere dag doodmoe thuiskwam en eigenlijk alleen achter de drumkit echt gelukkig was. Maar haar talent bleef nooit onopgemerkt. Ze herinnert zich de ‘geweldige leraren Marcel Serierse en Martijn Vink’, die haar veel geleerd hebben. Ook om zichzelf meer te accepteren zoals ze was. ‘Ik was veel te bang om fouten te maken en als die stomme buitenlander uitgelachen te worden. Ik moest af van die zelfhaat, want ik zag ook mijn ontwikkeling vastlopen. Waar veel van mijn studiegenoten na drie jaar begonnen te vliegen, bleef ik stokstijf stil staan.’

Dat was meer een negatief zelfbeeld dan de werkelijkheid, zegt ze nu. In 2017 studeerde ze af, inmiddels goed ingeburgerd, en sociaal niet meer afhankelijk van haar Koreaanse vrienden hier. Sinds 2015 heeft ze een relatie met trompettist Alistair Payne, met wie ze tot op de dag van vandaag ook samenspeelt.

‘Het is onvoorstelbaar hoe enorm internationaal het Conservatorium van Amsterdam georiënteerd is. 80 procent van de studenten daar komt uit het buitenland. Dat maakte het voor mij ook makkelijker, ik voelde me steeds minder een buitenbeentje. Het zijn ook echt allemaal ondernemende types, en dat moet je zijn als je het in de jazz wilt gaan maken.’

Bonken op deuren

Sun-Mi Hong zag ze overal om zich heen: getalenteerde muzikanten die, als ze eenmaal afgestudeerd waren, bleven wachten tot ze een keer gebeld werden. ‘Niemand belt je, je moet overal zelf achteraan. Dat is de houding die ik mezelf ook moest aanleren. Kloppen, nee, bonken op deuren en zeggen: hier ben ik, dit kan ik. Dat is moeilijk als je zo introvert bent als ik, maar dat is misschien wel mijn belangrijkste les op het conservatorium geweest.’

Je moet dus zelf bellen voor optredens en ervoor zorgen dat je je band bij elkaar houdt, wat eigenlijk alleen lukt als je genoeg werk voor ze hebt. Dus moet je elke paar jaar een album uitbrengen, het liefst ook in het buitenland. ‘Ik heb met mijn kwintet nu vier albums gemaakt en we doen samen zo’n 25 shows per jaar. Dat is veel’, vindt ze.

Buitenland

Voor aandacht in het buitenland hielp het dat ze kon tekenen bij een gerenommeerd Brits jazzlabel: Edition Records. Meaning of a Nest is het tweede album dat Hong uitbracht via dat label. ‘Ik ben na covid gewoon een stel labels gaan bellen. Er was best wat enthousiasme, maar Edition leek echt in me te geloven. Bovendien brengen ze veel albums uit die internationaal goed worden ontvangen.’

Maar een garantie voor instantsucces bood zo’n platendeal niet. ‘Edition had zo veel van mijn vorige album Third Page: Resonance laten persen, en de recensies waren zo goed, dat ik misschien wat overmoedig dacht dat ik meteen heel veel platen ging verkopen. Het kan in jazz lang duren voordat een album echt wordt opgepikt, ik kan alleen maar zorgen dat ik een paar jaar later een nog betere plaat maak. Dat heb ik volgens mij met Meaning of a Nest gedaan.’

Viersterrenrecensie

Die observatie kan weleens kloppen. Haar kwintet lijkt na al die jaren beter samen te spelen, en ook de composities van Hong zijn melodieuzer en spannender van opbouw geworden. De Britse krant The Guardian kwam twee maanden na de release alsnog met een viersterrenrecensie. Toch ook het gevolg van een paar Britse optredens en een album dat bij een Londens label verschijnt.

Maar in de jazz is de dymamiek anders dan in de popmuziek, waar een artiest soms jaren met hetzelfde album op zak kan touren. ‘Ik ben alweer bezig met een nieuw album en tussendoor moet ik het zoals zo veel jazzmuzikanten hebben van spelen met andere bands.’ Zo speelt ze in augustus mee in het kwintet van gitarist Teis Semey en mag ze diezelfde maand op het Amsterdamse Grachtenfestival met een eigen ‘droomband’ een nieuwe set samenstellen, waar ze nu hard over nadenkt.

Koreaanse jazz

Maar eerst staat ze dit Pinksterweekend dus drie keer op het Music Meeting Festival, dat zich sinds 1985 richt op muziek en artiesten uit landen die op Nederlandse podia weinig aan bod komen. Dit jaar heeft Music Meeting Zuid-Koreaanse jazz als focus. Hong speelt er met haar eigen band, in een improtrio met Payne en toetsenist Jozef Dumoulin, ‘een tovenaar die steeds iets anders bedenkt’, en met het uit Koreaanse muzikanten bestaande kwartet Sori.

‘Vooral met Sori (Koreaans voor klank, red.) spelen is spannend, want ik ben eigenlijk niet meer zo thuis in de muziek van mijn land. Daarvoor ben ik er ook al te lang weg. Maar ik vind het wel mooi dat er wat meer uitwisseling tot stand komt tussen Koreaanse en westerse jazz. Sori-zangeres Song Yi Jeon staat bijvoorbeeld ook geboekt voor North Sea Jazz, en pianiste Chaerin Im uit mijn eigen kwintet krijgt veel lof voor haar album met een eigen band. Koreaanse muziek doet het hier steeds beter, het zou mooi zijn als ze ons in eigen land ook wat meer gaan waarderen.’

Nestgevoel

Of haar ouders inmiddels vrede hebben met haar keuze voor de jazz? Op de binnenhoes van haar nieuwe album staat een foto van een man met een klein meisje op de wip in een speeltuin. Ze kijken blij in de camera. ‘Dat ben ik met mijn vader. Ik wilde het verlangen naar een ‘nestgevoel’ op dat album visueel ondersteunen.’

Het nestgevoel uit zich op het album Meaning of a Nest ook in herhaalde melodielijnen die nummers met elkaar verbinden, zoals familieleden aan elkaar verwant zijn.

Naarmate Hong langer van huis is, denkt ze steeds vaker terug aan haar jeugd en familie. Zeker sinds haar vader drie jaar geleden op 58-jarige leeftijd overleed. ‘Door corona kon ik niet naar zijn begrafenis, dat maakt me nog altijd verdrietig.

‘Een paar nummers op mijn nieuwe album gaan over mijn ouders en de gelukkige jaren thuis, maar ook mijn moeder zal die niet horen. Ze houdt niet van jazz, dat zegt ze al jaren. Daar kan ik prima mee leven hoor. Ze is wel blij als ik een succesje te melden heb, zoals nu. Als het goed met mij gaat, dan is zij ook gelukkig.’

Sun-Mi Hong, Meaning of a Nest, Edition Records. Hong treedt 7, 8 en 9 juni op tijdens het Music Meeting Festival in Nijmegen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next