De liberaliseringsdrift van president Milei treft ook de Argentijnse matéthee. Met het afschaffen van een vaste kiloprijs voor hun bladeren dreigen duizenden kleine matéboeren de concurrentiestrijd te verliezen. ‘Milei rooft van de kleine jongens.’
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad. Verslag vanuit de Argentijnse provincie Misiones.
De matéboer houdt zijn beker in een hoek van 45 graden en schudt de gedroogde maté richting de rand zodat het stof van het Argentijnse kruid zich ophoopt aan één kant. Dan giet hij warm water uit een grote thermoskan in het vrijgekomen kuiltje en zet zijn mond aan het metalen rietje.
Hugo Sand (68, een grijze baard als schaapswol) slurpt de bittere drank naar binnen en geniet een moment van de Argentijnse nationale drank, getrokken van bladeren van zijn eigen land. Maar de vraag is hoelang nog.
‘Met één simpele klap heeft Milei de kleine matéboeren tegen de vlakte geslagen.’ Op zijn hoofd rust een zwarte alpinopet, aan zijn blote voeten zitten stoffen espadrilles. ‘Rechts heeft ons compleet verrast’, verzucht de boer.
Sinds anderhalf jaar zetelt Javier Gerardo Milei (54) in het pastelroze Casa Rosada, het presidentiële werkpaleis in Buenos Aires. De ‘anarcho-kapitalist’ met de wilde bakkebaarden trad aan in december 2023 en doet sindsdien wat hij had beloofd: hij zette de kettingzaag in de topzware, door de overheid gereguleerde Argentijnse economie. Want alleen de vrije markt kan het getormenteerde Zuid-Amerikaanse land redden, zo is de heilige overtuiging van de libertariër.
Mileis allesomvattende neoliberale experiment treft ook het Argentijnse symbool bij uitstek (naast de biefstuk en Lionel Messi): de bittere thee die de Europeanen leerden drinken van de inheemse Guarani. De president zette zijn zaag in regels die de kleine matételers beschermden tegen de grote matébedrijven: een vaste kiloprijs voor hun bladeren en een limiet aan het aantal hectares dat matéproducenten jaarlijks mochten uitbreiden.
Een catastrofe dreigt, voorspelt boer Sand. Als kleine boer met dertig hectare grond vreest hij de concurrentiestrijd te verliezen van de grote matébedrijven. ‘Ze komen voor ons land, dat is het uiteindelijke doel.’
Hij is niet alleen bezorgd over zijn eigen toekomst, maar ook over die van de pakweg twaalfduizend kleine matéboeren in de noordelijke provincie Misiones. De langgerekte Argentijnse matéregio zit als een tropisch schiereiland ingeklemd tussen Paraguay en Brazilië.
De theebomen doen het goed in de mineraalrijke roestrode grond. De regen valt jaarrond, de temperatuur ligt gemiddeld rond de 21 graden. Over glooiende heuvels groeien afwisselend matébomen en diepgroene theeplanten.
Op een vrijdag eind april is de activistische boer niet op zijn land, maar in provinciehoofdstad Posadas voor een bijeenkomst over ecologische landbouw. Tussen twee vergaderingen door uit Sand zijn diepe zorgen over de liberalisering van zijn sector.
Hij was erbij in 2001, vertelt hij, toen de kleine matéboeren massaal met hun tractoren de straat opgingen in wat bekend kwam te staan als ‘el tractorazo’. Ze eisten een eerlijke prijs voor hun bladeren. De regering gaf er gehoor aan en creëerde het Instituto Nacional de la Yerba Mate, het nationale instituut voor de matéplant.
Voortaan onderhandelde het maté-instituut met de grote matébedrijven en stelde jaarlijks de prijs vast van een kilo bladeren. Dankzij het overheidsingrijpen konden de kleine boeren sindsdien overleven naast de handvol grote producenten aan wie zij hun bladeren verkochten.
Maar dat was toen.
In februari van dit jaar reisde Milei naar de Verenigde Staten om de conservatieve conferentie CPAC bij te wonen. Op het Maga-feestje deed hij Trumps efficiëntie-tsaar en Tesla-miljardair Elon Musk een gouden kettingzaag cadeau. Musk volgde met zijn Doge-departement namelijk het Argentijnse voorbeeld.
De Argentijnse Musk heet Federico Sturzenegger, is econoom en oud-bankier en leidt sinds vorig jaar het nieuwe ministerie voor Deregulering en Staatstransformatie. Hij laat zich graag fotograferen met twee hoge stapels papier: eentje met de wetten die hij reeds heeft geschrapt, de ander met regels waar hij zo snel mogelijk een streep door hoopt te zetten.
Als vleesgeworden kettingzaag gaat Sturzenegger met geweld door de economie: van de huizen- en de arbeidsmarkt tot het ambtenarenapparaat, het toerisme, de mijnsector, de wijnproductie, de farmaceutische industrie, voetbalclubs en satelliet-internet. Overal sloopt hij de staat weg en geeft de markt ruim baan.
Het resultaat mag er zijn: een overheid die niet langer op de pof leeft en een gestaag dalende inflatie. Mileis shocktherapie, op haast obsessieve wijze toegepast, heeft de Argentijnse economie teruggeloodst naar rustiger vaarwater. Al is het land van 45 miljoen inwoners er nog lang niet. De armoede daalde enkel door de afremmende inflatie, maar zo’n twintig miljoenen Argentijnen kunnen nog steeds niet of nauwelijks rondkomen.
En ook Milei moest in april, net als zijn voorgangers, tientallen miljarden dollars lenen van het Internationaal Monetair Fonds om de uitgeputte reserves van de Centrale Bank aan te vullen. Dit keer betrof het geen reddingsboei voor een stuurloos vlot, maar extra brandstof voor een koersvast slagschip, stelde hij. Maar veel Argentijnen zien het met lede ogen aan. Voor het eerst sinds zijn verkiezing daalt zijn populariteit in de peilingen.
Ook onder de matéboeren van Misiones zijn de meningen over Mileis ingrijpen verdeeld. Sinds de president vorig jaar het maté-instituut de bevoegdheid ontnam om prijsafspraken te maken, overheerst de onzekerheid. In april voltooide minister Sturzenegger de liberalisering door ook de jaarlijkse groeilimiet voor (grote) matébedrijven te schrappen.
‘U gelooft het misschien niet’, schreef de minister op X (het sociale medium van Musk en Mileis favoriete uithangbord), ‘maar Argentinië had de maté-industrie een groeiverbod opgelegd.’ Met het afschaffen van de ‘absurde maatregel’ wordt de matésector enkel nog gestuurd door de markt. En dat is volgens hem winst voor de 96 procent van de Argentijnen die zweren bij de oppeppende thee. Sinds de staat niet meer als schild tussen de kleine en grote boeren instaat ‘is de prijs van maté substantieel gedaald’.
Het is maar hoe je het bekijkt, schampert boer Sand. Hij rekent voor hoe zonder de interventie van het maté-instituut de prijs per kilo bladeren meer dan de helft kelderde naar circa 200 peso per kilo (0,15 euro) en hoeveel inkomen kleine producenten daardoor gezamenlijk misliepen. ‘Opgeteld bijna 150 miljoen euro. Dat is wat Milei heeft geroofd van de kleine boeren en cadeau heeft gedaan aan de grote bedrijven.’
De grove rekensom is lastig te verifiëren, maar het Argentijnse economische onderzoeksinstituut Cepa schetst een soortgelijk beeld in een recent rapport over de matésector. Een jaar geleden kreeg de boer voor een kilo bladeren nog ruim 9 procent van de waarde van een kilo maté in de supermarkt. In december was daar nog 4,5 procent van over. ‘De verwerkende industrie kan willekeurig beslissen wat zij betaalt aan de boer’, schrijven de onderzoekers.
En dat is waar het steekt: de vrije matémarkt is geen eerlijke markt. Tussen de kleine boer en de winkel staan de drogers met hun grote ovens en tot slot de grote verwerkers. Vijf grote bedrijven zijn samen goed voor vrijwel alle matémerken. Zij kopen niet alleen bladeren van kleine producenten, maar verbouwen zelf ook op steeds grotere schaal.
De twaalfduizend kleintjes (met een paar tot enkele tientallen hectare land) hebben weinig andere keus dan hun bladeren te verkopen aan grote spelers zoals Las Marias en Liebig, tegen de prijs die de bedrijven bieden. Geen boer kan om ze heen, zegt ook Rolando Naumann (53) terwijl hij de groene bladeren van een van zijn bomen door zijn vingers laat gaan.
‘We kunnen niet concurreren met de grote jongens.’ Hij is de derde generatie, maar zijn gezicht heeft nog de trekken van zijn Duitse en Poolse voorouders. Zoals zijn vader de bittere Argentijnse thee verbouwde, zo is hij ook matéboer.
Hij hoopt op zijn beurt zijn 25 hectare grond na te laten aan zijn blonde zoon Jairo (28). Al betwijfelt hij, net als Sand, of de volgende generatie nog zal kunnen leven van de matéteelt. ‘Wij kleine boeren zijn langzaam aan het verdwijnen.’
Toch heeft hij een compleet andere lezing dan zijn activistische collega. ‘Het maté-instituut bestond uit graaiers en de prijs die ze vaststelden zat bijna altijd onder onze kostprijs.’ Zijn vader ging met mannen als Sand begin deze eeuw nog de barricades op voor een eerlijke prijs. Maar de marktregulering werkte sindsdien enkel corruptie in de hand, stelt Naumann.
Het overheidsinstituut dat toezag op de matémarkt leed aan dezelfde kwalen als de gehele Argentijnse staat, meent de boer. De linkse peronisten die het grootste deel van de afgelopen 25 jaar aan de macht waren, hadden volgens hem de mond vol van gelijkheid, maar zorgden vooral goed voor zichzelf. ‘Ze regeerden volgens het motto: met het zweet van jouw voorhoofd verdien ik mijn brood.’
Naumann stemde op Milei en is nog steeds blij met die keuze. ‘Na alles wat we hebben doorgemaakt, al die ellende, is het goed om iets nieuws te proberen.’ In de matésector zou ‘een beetje regulering’ hem weliswaar kunnen helpen, maar hij neemt voor lief dat Mileis kettingzaag ook splinters maakt in zijn provincie Misiones.
Belangrijker vindt hij de dalende inflatie en de terugkerende economische stabiliteit op landelijk niveau. ‘Argentinië lag op koers om alles te verliezen. Nu krabbelen we weer een beetje op.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant