Visé is een Belgisch stadje tussen Maastricht en Luik, net tegen de Nederlandse grens. Al lang ben ik gefascineerd door dergelijke grensplaatsen. Toen ik onlangs bericht kreeg van een oude bekende dat hij me wilde ontmoeten, maar dat die ontmoeting onmogelijk in Nederland kon plaatsvinden, stelde ik Visé voor. Vanuit de trein had ik al meerdere malen Hôtel & Resto de la Gare zien liggen. Het leek me een uitstekende plek om af te spreken.
De vraag waarom we elkaar in Nederland niet konden zien stelde ik niet. Mensen hebben recht op hun eigenaardigheden. Helaas kom ik er niet meer aan toe alle mails van lezers te beantwoorden. De stilte is ook een antwoord.
Het restaurant van Hôtel & Resto de la Gare was gesloten, het hotel was open, al wekte het de indruk nogal morsig te zijn. Vanuit de trein ziet alles er mooier uit.
De bekende, die ik ooit ontmoet had in New York en daarna in Praag, was er niet. Ik belde hem, maar hij nam niet op. De stilte was inderdaad een antwoord. Staand voor Hôtel & Resto de la Gare had ik even de sensatie geobserveerd te worden.
Daarna liep ik door Visé. Het stadje stelde niet teleur. Het leven een afwerkplek, Visé het decor.
Vervolgens reisde ik door naar Spa waar ik als kind een keer was geweest omdat de familie Bolle, met wie mijn ouders bevriend waren, daar een appartementje had waarvan ik mij de intense treurigheid nog levendig herinner.
Spa bleek populair te zijn bij Nederlandse jongeren. Ik hoorde een jongere zeggen: ‘Ik dacht dat ik naar Split ging, maar het bleek Spa te zijn. Een booze cruise is hier niet, maar het is best aardig.’
De geur van ondergang prikkelde in mijn neus, een heerlijke geur al zeg ik het zelf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns